16-05-07

Dematerialisering effecten: wacht niet te lang!

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Headline Publishing Agency voor het tijdschrift Delta Lloyd Magazine (nr. 14)

 

Dematerialisering effecten: wacht niet te lang! 

 

Effecten aan toonder zijn met uitsterving bedreigd. In december 2005 verscheen in het Belgische Staatsblad een nieuwe wet die vanaf 2008 komaf maakt met alle in België geëmitteerde waardepapieren (aandelen obligaties, kasbons, sicavs…) in fysieke vorm. Voor bestaande effecten, uitgegeven voor 2008, is een overgangsregeling voorzien.  

 

Om het overgangsproces in goede banen te leiden en op een eenduidige manier te communiceren over de toepassing van de nieuwe reglementering, hebben alle betrokken partijen (Febelfin, het Verbond van Belgische Ondernemingen, Euroclear NV, Euroclear Belgium, Euronext Brussels, de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en de Nationale Bank van België) zich verenigd in de “Dmat Task Force”. Stephane Bernard, Chief Executive Officer Euroclear Belgium, legt uit hoe de nieuwe wet tot stand kwam: “Dematerialisering is een algemene Europese trend. In België kadert de nieuwe wet in een globale hervorming van de financiële markten, die steunt op een politiek akkoord tussen liberalen en socialisten. Ze is in zekere zin een tegengewicht voor de maatregelen betreffende fiscale amnestie (EBA) en de notionele intrestaftrek. En bovenal het is een maatregel tegen mogelijke of potentiële witwaspraktijken en praktijken van beleggers die zich niet gedragen als een goed huisvader”.  

 

De voordelen van dematerialisering 

 

Euroclear vindt de dematerialisering al vast een zeer goede zaak. Stephane Bernard: “Materiële effecten jagen alle partijen op kosten. De emittent moet het papier laten drukken en behandelen, financiële instellingen en brokers moeten ze fysisch afleveren. De kosten die ze aanrekenen voor behandeling en controle zijn doorgaans lager dan de reële kosten, want ze beschouwen dat als een service aan hun cliënteel. Maar het kost ook aan de beleggers. Aangezien ze doorwegen op de kostenstructuur van de emittent, beïnvloeden ze de dividendenuitkering negatief.”  Naast dat macro-economische aspect, levert dematerialisering de belegger nog een hele reeks andere voordelen op. Effecten kunnen niet langer verloren gaan of gestolen worden. Beleggers vergeten ook wel eens hun coupons te innen of laten vervallen effecten onaangeroerd in hun kluis liggen. De inkomsten van effecten die op een rekening staan, worden automatisch en meteen uitgekeerd en de waarde van de stukken worden op vervaldag direct gestort. Bij elke verrichting wordt de belegger op de hoogte gebracht, ook bij naamswijzigingen, splitsingen, enzovoort.  

 

De kalender voor dematerialisering 

 

Vanaf 1 januari 2008 kunnen Belgische emittenten niet langer fysische effecten uitgeven. Voor de papieren Belgische effecten, uitgegeven voor 1 januari 2008, is een overgangsperiode voorzien. Ze moeten voor 1 januari 2013 worden omgezet in gedematerialiseerde effecten, rekening houdende met het volgende tijdsschema:

  • Op 1 januari 2008 worden de effecten die al op een effectenrekening werden geboekt automatisch omgezet in gedematerialiseerde effecten;
  • Beleggers die effecten aan toonder, uitgegeven na 23 december 2005, in een kluis bewaren, moeten die uiterlijk op 31 december 2012 laten boeken op een effectenrekening;
  • Effecten die zijn uitgegeven voor 23 december 2005 dienen uiterlijk op 31 december 2013 te worden omgezet. 

 

Voor een meer gedetailleerd overzicht verwijzen we u graag door naar ons bewaarboekje en naar de website www.dmat.be. Opgelet: alle anonieme aandelen, kasbons, obligaties en andere effecten die na 1 januari 2015 nog niet op een rekening zijn gedeponeerd, worden door de uitgever verkocht. De opbrengst komt terecht in een Deposito- en Consignatiekas. Beleggers kunnen daar hun opbrengst nog altijd vragen, met aftrek van een administratieve geldboete van 10% per begonnen jaar.

 

Stephane Bernard: “Over dat laatste bestaat nog een juridische betwisting, omdat de rechten verbonden aan een effect dertig jaar gelden. Volgens het voorziene boetesysteem zouden die na tien jaar echter volledig komen te vervallen. Er is echter nog voldoende tijd om die materie met de bevoegde kabinetten verder te bespreken.” 

 

Werk aan de winkel 

 

De dematerialisering betekent een waar titanenwerk voor de betrokken partijen. Een beknopt overzicht:

 

Voor emittenten:

Voor 31 december 2007 moeten vennootschappen die genoteerd zijn op de gereglementeerde markt hun statuten aanpassen zodat ook de gedematerialiseerde vorm erkend wordt. Ze kunnen dan de drie vormen erkennen (nominatief, aan toonder en gedematerialiseerd), of alleen de nominatieve en gedematerialiseerde. In dat laatste geval rijst echter een juridisch probleem: quid met het stemrecht op de algemene vergadering en het innen van de coupon van effecten aan toonder?

 

Stephane Bernard: “Om verwarring te vermijden, raden wij aan de drie vormen te blijven erkennen.” Bovendien moet de emittent die genoteerd is op de gereglementeerde markt voor 31/12/2007 een contractuele verbintenis aangaan met een erkende vereffeningsinstelling (de Nationale Bank van België en Eurcoclear Belgium). Stephane Bernard: “Voor bepaalde emissies is de zwaarste dobber echter dat de emittent zijn kapitaal moet reconciliëren: het in de statuten gepubliceerde kapitaal moet gelijk zijn aan de som van de effecten opgenomen in het nominatieve register, de effecten aan toonder die gedeponeerd zijn bij een financiële instelling of een centrale depositaris, en de effecten die nog in omloop zijn. Vooral dat laatste is niet eenvoudig omdat effecten aan toonder soms moeilijk traceerbaar zijn en onderhevig zijn aan historische wijzigingen zoals splitsingen, fusies, naamsveranderingen enzovoort.” 

 

Voor financiële instellingen en tussenpersonen:

Financiële instellingen, brokers, beleggingsadviseurs… moeten de dematerialisatie voorbereiden door ten eerste hun privé-cliënteel te informeren, en ten tweede de nodige organisatorische maatregelen te nemen zodat ze logistiek zijn voorbereid om de binnenkomende effecten te verwerken.” 

 

Voor beleggers:

De belegger moet uiteraard zijn fysieke effecten binnenbrengen bij zijn financiële instelling. Stephane Bernard: “Er is geen enkele economische reden meer om papieren effecten nog langer bij te houden. De kosten ervan zullen alsmaar hoger oplopen. Bovendien zullen bepaalde emittenten vanaf 2008 de ‘effecten aan toonder’-vorm niet langer erkennen.”  

 

De rol van de financiële tussenpersoon 

 

Euroclear schat dat er momenteel ongeveer 20 miljoen papieren effecten van genoteerde bedrijven in omloop zijn. Tel daarbij de niet-genoteerde effecten, kasbons en staatsobligaties, en u begrijpt dat er heel wat werk aan de winkel is. Stephane Bernard: “Voor de financiële tussenpersoon is een zeer belangrijke informatierol weggelegd. Papieren effecten zijn vooral in handen van “oudere” beleggers en juist dat segment heeft nood aan duidelijke, gestructureerde informatie. Maar u kunt op al hun vragen één antwoord geven: "Wacht niet tot het uiterste, breng uw effecten vandaag nog binnen". Voor de rest kan hij zijn toegevoegde waarde als beleggingsadviseur volop waarmaken door een fiscaal optimaal voorstel uit te werken, rekening houdend met het (risico)profiel van zijn cliënt.  

 

Kader 

 

Euroclear: dagelijkse vereffening van 500.000 effectentransacties  Euroclear is ’s werelds grootste aanbieder van vereffening en de daaraan verbonden diensten voor transacties in obligaties, aandelen en investeringsfondsen. De Euroclear groep bestaat uit de in Brussel gevestigde Euroclear Bank, Euroclear Belgium, Euroclear France, Euroclear Nederland en CRESTCo, de centrales voor effectenbewaring van respectievelijk België, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk/Ierland.Euroclear werkt aan een ‘lokale markt voor Europa’ om de kostprijs van grensoverschrijdende transacties te reduceren tot die van lokale transacties en tegelijk de efficiëntie te verhogen.
  

De commentaren zijn gesloten.