21-05-07

Strategieën voor een succesvolle opvolging

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor ING Onderneming (april 2005)

Strategieën voor een succesvolle opvolging

 

Uit onderzoek blijkt dat een succesvolle regeling van de opvolging in een familiebedrijf een moeizaam en langdurig proces is. We praten hierover met Jozef Lievens, gedelegeerd bestuurder van het Instituut voor het Familiebedrijf en advocaat-vennoot bij Eubelius.

 

Veel familiale ondernemers hopen dat hun kinderen het bedrijf zullen overnemen, maar vaak loopt het mis. Hoe verklaart u die paradox?

JL: Het is inderdaad niet eenvoudig om de continuïteit van het familiebedrijf te verzekeren. Na zestig jaar is 80% van de familiebedrijven verdwenen en van de rest blijft maar 13% in familiale handen. Ongeveer een derde overleeft de tweede generatie, slechts 10% komt doorheen de derde generatie. Gemiddeld blijft een familiale ondernemer 25 jaar aan het roer van zijn bedrijf. De overdracht gebeurt bijgevolg maar om de 25 jaar, waardoor er niet veel knowhow aanwezig is om de opvolging succesvol te regelen.

 

Ligt het probleem ook niet bij een gebrek aan planning?

JL: Hierover bestaat een duidelijk misverstand. Vaak zien ondernemers de overdracht als een eenmalige gebeurtenis en denken ze dat het volstaat om de opvolging goed te plannen. Maar uit onderzoek blijkt dat de opvolging een langdurig proces is dat gemiddeld vijf tot tien jaar in beslag neemt. Vroeg beginnen, is dan ook de boodschap. Bovendien is het een niet-lineair proces dat beïnvloed wordt door liefst zestig variabelen, die voortvloeien uit de algemene economische situatie en de verschillende betrokken spelers.

 

Het opvolgingswiel onder de loep

 

Waaruit bestaat het opvolgingsproces?

JL: Het proces bestaat uit de overdracht van knowhow, verantwoordelijkheid, leiding, gezag en eigendom van de overdrager aan de opvolger. We kunnen dat proces in kaart brengen via het zogenaamde ‘opvolgingswiel’, met aan de buitenrand de vier hoofdspelers: het familiebedrijf, de opvolger(s), de familie en de overdrager. Voor elke speler zijn er een aantal variabelen die het opvolgingsproces beïnvloeden. Het proces doorloopt vier fasen: de prebusiness, de intrede, de samenwerking en de overdracht van leiding en eigendom. Voor een succesvolle opvolging moet u de vier hoofdspelers op één lijn krijgen, dus een regeling treffen waarbij zowel het bedrijf als alle betrokken personen gebaat zijn.

 

Dat lijkt geen eenvoudige opdracht.

JL: Inderdaad. Het aantal spelers kan immers hoog oplopen. De familie Colruyt telt bijvoorbeeld zestig aandeelhouders die bij de opvolging betrokken zijn. De familie moet allereerst een duidelijke visie hebben. Martine Reynaers van Reynaers Aluminium heeft bijvoorbeeld continuïteit voor ogen en wenst dat het bedrijf binnen de familie blijft. Sommige families weten echter niet goed wat ze willen. Zal het bedrijf familiaal blijven, of zullen ze zwichten voor de verlokkingen van de verkoop? Ook de governance in de familie is een bepalende succesfactor. Families die over een familiecharter (soort familiale ‘grondwet’) en een familieforum (vergadering van familieleden die o.a. gedragsregels opstelt voor het oplossen van gebeurlijke conflicten) beschikken, zijn beter gewapend om de opvolging te regelen. Een andere troef is de regeling van de opvolging volgens een diepgeworteld patroon. Ook de interne harmonie en een goede communicatie dragen bij tot een succesvolle opvolging.

 

Hoeveel families beschikken over een familiecharter en familieforum?

JL: Slechts 9% van de Vlaamse families heeft een charter en 11% een familieforum. Er is dus nog een lange weg af te leggen. Vaak blijven zaken onuitgesproken en baseren vaders zich op onuitgedrukte wensen en verwachtingen naar de kinderen toe, die in werkelijkheid andere ambities kunnen hebben. Communicatie is bijgevolg uiterst belangrijk.

 

Op welke manier speelt het bedrijf op zich een rol bij de opvolging?

JL: Ten eerste is er de financiële toestand van het bedrijf. Het is zeer moeilijk om de opvolging te regelen in een onderneming met financiële problemen. Ook de bedrijfscultuur en leidingstijl spelen een belangrijke rol. Wordt het bedrijf geleid door een patriarch die alles te zeggen heeft, of heerst er een cultuur van open dialoog? Andere factoren zijn de eigendomsstructuur, het aantal eigenaars en de organisatiestructuur. Zo is een goed werkende Raad van Bestuur een teken van professionalisering dat ook zijn vruchten zal afwerpen bij het opvolgingsproces. Tot slot dient de strategie van het bedrijf in lijn te liggen met het profiel van de opvolger. Een bedrijf in moeilijkheden heeft een crisismanager nodig, een expanderend bedrijf een organisator, een bedrijf dat acquisities beoogt een goede onderhandelaar, enz.

 

Over opvolgers en overdragers

 

Vanaf wanneer dient een bedrijfsleider aan zijn opvolging te denken?

JL: Onderzoek van professor John Davis van Harvard toont een correlatie aan tussen de leeftijden van de opvolger en de overdrager enerzijds, en het succes van de opvolging anderzijds. Voor de overdrager ligt de meest gunstige leeftijd tussen de 50 en de 60 jaar, terwijl de opvolger liefst jonger is dan 35. Eens die grens is overschreden, ontstaan er twijfels over de intenties en geloofwaardigheid van de overdrager. Voor die laatste spelen psychologische elementen een zeer belangrijke rol. Voor hem is het bedrijf zowel zijn baby als zijn maîtresse. Vaak vreest hij na de overdracht zijn identiteit te verliezen.

 

En de opvolger?

JL: De meeste opvolgers komen tussen hun 18de en 28ste het bedrijf binnen, soms met twijfels en bedenkingen. De opvolger moet zich vooral thuis voelen in het bedrijf. Ook de marktsituatie speelt een rol. Ik krijg steeds vaker signalen van opvolgers die twijfelen aan de toekomst van het ondernemingsgebeuren in West-Europa. Dat is een zeer verontrustende ontwikkeling die alle aandacht verdient van de politieke wereld.

 

Met de paplepel ingegoten

 

In welke mate speelt de opvoeding een rol?

JL: Volgens een Canadees onderzoek is de prebusinessfase, dat is de fase waarin de opvolger tussen 0 en 18 jaar is, uitermate belangrijk. In die periode ontwikkelt de opvolger al dan niet het verlangen om later te gaan werken in het familiebedrijf. In die ‘socialiseringsfase’ worden de waarden die de familie belangrijk acht voor het bedrijf op een onbewuste manier overgedragen op de kinderen. Die overdracht dient op een positieve manier te gebeuren. Persoonlijk vrees ik dat tegenwoordig vaak een negatief klimaat wordt overgedragen door in huiselijke kring veel te klagen over allerlei werkverbonden problemen. Op die manier wordt de zin voor ondernemen bij de kinderen in de kiem gesmoord.

 

Bestaat er ook geen gevaar dat kinderen tegen hun zin in het bedrijf terechtkomen?

JL: Dat is voor een op zeven het geval. In de periode tussen de intrede van de kandidaat-opvolger in het familiebedrijf en zijn aanstelling is de belangrijkste uitdaging na te gaan of hij al dan niet bekwaam is: wat is zijn persoonlijkheid, klikt het tussen hem en het personeel, heeft hij leiderskwaliteiten en is hij wel gemotiveerd.

 

Wat is beter: meteen aan de slag gaan in het familiebedrijf, of eerst elders werken?

JL: Beide gevallen leveren dezelfde slaagkansen op. Onder aan de ladder beginnen in het familiebedrijf heeft als grote voordeel dat de opvolger het bedrijf door en door leert kennen. Wanneer de kandidaat-opvolger eerst zijn sporen verdient in een andere onderneming, wint hij aan geloofwaardigheid.

 

Over welke kwaliteiten dient de opvolger te beschikken?

JL: De belangrijkste eigenschappen zijn leiderschap, managementvaardigheden en engagement, gekoppeld aan respect voor de familie en de familieleden. Wanneer de opvolger niet klaar is voor de job, kan een brugmanager worden aangesteld, zoals bijvoorbeeld Chris Martijn bij de Groep Malysse-Sterima. Het is ook belangrijk dat de opvolger de carrière en ambities van de andere personeelsleden niet in de weg staat. Sommige opvolgers sneuvelen omdat ze in conflict komen met hun medewerkers. Steeds vaker wordt de opvolging verzekerd door een team van broers en/of zusters (‘brussen’). In dat geval primeren andere kwaliteiten: een stevige band tussen de brussen, een zelfde visie en engagement, complementariteit, goede communicatie en conflictbeheersing, generositeit…

 

Stof voor conflict

 

Zorgt de samenwerking tussen de opvolger en de overdrager niet voor conflicten?

JL: Die samenwerking duurt gemiddeld drie tot elf jaar en aan conflictstof is er inderdaad geen gebrek. In het ideale geval maakt de opvolger zich geleidelijk aan waar als leider, bereidt de overdrager langzamerhand zijn afscheid voor en draagt hij zijn kennis, knowhow en relaties over aan de volgende generatie. In de praktijk zien we dat hun rollen elkaar vaak overlappen en dat de vernieuwing, ingezet door de opvolger op weerstand van de overdrager botst. Daarom zijn wederzijds vertrouwen en respect, communicatie, plezier hebben in de samenwerking en positieve feedback grote succesfactoren.

 

Ik neem aan dat het voor een bedrijfsleider niet gemakkelijk is om afscheid te nemen van zijn zaak?

JL: Er zijn veel psychologische weerstanden. Amerikaans onderzoek toont aan dat de periode van de overdracht wordt gekenmerkt door angst en onrust. Volgens een Nederlands onderzoek van Flören heeft 38% van de overdragers geen zin om afstand te doen van hun macht en controle, 30% heeft doodsangst en 29% vreest identiteitsverlies. Die weerstanden vloeien voort uit onzekerheden en de kunst bestaat erin die om te zetten in zekerheden, o.a. door professionalisering en financiële planning. De psychologische obstakels zijn het moeilijkst om te overwinnen. Een nieuwe rol vinden, kan soelaas brengen. De overdrager kan zelfs tot op vrij hoge leeftijd een rol blijven spelen in het bedrijf, als lid of voorzitter van de Raad van Bestuur, als consultant, als tussenpersoon… Daar is niks mis mee, op voorwaarde dat er volledige duidelijkheid bestaat en hij niet in alles het laatste woord blijft houden.

 

 

16-05-07

Dematerialisering effecten: wacht niet te lang!

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Headline Publishing Agency voor het tijdschrift Delta Lloyd Magazine (nr. 14)

 

Dematerialisering effecten: wacht niet te lang! 

 

Effecten aan toonder zijn met uitsterving bedreigd. In december 2005 verscheen in het Belgische Staatsblad een nieuwe wet die vanaf 2008 komaf maakt met alle in België geëmitteerde waardepapieren (aandelen obligaties, kasbons, sicavs…) in fysieke vorm. Voor bestaande effecten, uitgegeven voor 2008, is een overgangsregeling voorzien.  

 

Om het overgangsproces in goede banen te leiden en op een eenduidige manier te communiceren over de toepassing van de nieuwe reglementering, hebben alle betrokken partijen (Febelfin, het Verbond van Belgische Ondernemingen, Euroclear NV, Euroclear Belgium, Euronext Brussels, de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en de Nationale Bank van België) zich verenigd in de “Dmat Task Force”. Stephane Bernard, Chief Executive Officer Euroclear Belgium, legt uit hoe de nieuwe wet tot stand kwam: “Dematerialisering is een algemene Europese trend. In België kadert de nieuwe wet in een globale hervorming van de financiële markten, die steunt op een politiek akkoord tussen liberalen en socialisten. Ze is in zekere zin een tegengewicht voor de maatregelen betreffende fiscale amnestie (EBA) en de notionele intrestaftrek. En bovenal het is een maatregel tegen mogelijke of potentiële witwaspraktijken en praktijken van beleggers die zich niet gedragen als een goed huisvader”.  

 

De voordelen van dematerialisering 

 

Euroclear vindt de dematerialisering al vast een zeer goede zaak. Stephane Bernard: “Materiële effecten jagen alle partijen op kosten. De emittent moet het papier laten drukken en behandelen, financiële instellingen en brokers moeten ze fysisch afleveren. De kosten die ze aanrekenen voor behandeling en controle zijn doorgaans lager dan de reële kosten, want ze beschouwen dat als een service aan hun cliënteel. Maar het kost ook aan de beleggers. Aangezien ze doorwegen op de kostenstructuur van de emittent, beïnvloeden ze de dividendenuitkering negatief.”  Naast dat macro-economische aspect, levert dematerialisering de belegger nog een hele reeks andere voordelen op. Effecten kunnen niet langer verloren gaan of gestolen worden. Beleggers vergeten ook wel eens hun coupons te innen of laten vervallen effecten onaangeroerd in hun kluis liggen. De inkomsten van effecten die op een rekening staan, worden automatisch en meteen uitgekeerd en de waarde van de stukken worden op vervaldag direct gestort. Bij elke verrichting wordt de belegger op de hoogte gebracht, ook bij naamswijzigingen, splitsingen, enzovoort.  

 

De kalender voor dematerialisering 

 

Vanaf 1 januari 2008 kunnen Belgische emittenten niet langer fysische effecten uitgeven. Voor de papieren Belgische effecten, uitgegeven voor 1 januari 2008, is een overgangsperiode voorzien. Ze moeten voor 1 januari 2013 worden omgezet in gedematerialiseerde effecten, rekening houdende met het volgende tijdsschema:

  • Op 1 januari 2008 worden de effecten die al op een effectenrekening werden geboekt automatisch omgezet in gedematerialiseerde effecten;
  • Beleggers die effecten aan toonder, uitgegeven na 23 december 2005, in een kluis bewaren, moeten die uiterlijk op 31 december 2012 laten boeken op een effectenrekening;
  • Effecten die zijn uitgegeven voor 23 december 2005 dienen uiterlijk op 31 december 2013 te worden omgezet. 

 

Voor een meer gedetailleerd overzicht verwijzen we u graag door naar ons bewaarboekje en naar de website www.dmat.be. Opgelet: alle anonieme aandelen, kasbons, obligaties en andere effecten die na 1 januari 2015 nog niet op een rekening zijn gedeponeerd, worden door de uitgever verkocht. De opbrengst komt terecht in een Deposito- en Consignatiekas. Beleggers kunnen daar hun opbrengst nog altijd vragen, met aftrek van een administratieve geldboete van 10% per begonnen jaar.

 

Stephane Bernard: “Over dat laatste bestaat nog een juridische betwisting, omdat de rechten verbonden aan een effect dertig jaar gelden. Volgens het voorziene boetesysteem zouden die na tien jaar echter volledig komen te vervallen. Er is echter nog voldoende tijd om die materie met de bevoegde kabinetten verder te bespreken.” 

 

Werk aan de winkel 

 

De dematerialisering betekent een waar titanenwerk voor de betrokken partijen. Een beknopt overzicht:

 

Voor emittenten:

Voor 31 december 2007 moeten vennootschappen die genoteerd zijn op de gereglementeerde markt hun statuten aanpassen zodat ook de gedematerialiseerde vorm erkend wordt. Ze kunnen dan de drie vormen erkennen (nominatief, aan toonder en gedematerialiseerd), of alleen de nominatieve en gedematerialiseerde. In dat laatste geval rijst echter een juridisch probleem: quid met het stemrecht op de algemene vergadering en het innen van de coupon van effecten aan toonder?

 

Stephane Bernard: “Om verwarring te vermijden, raden wij aan de drie vormen te blijven erkennen.” Bovendien moet de emittent die genoteerd is op de gereglementeerde markt voor 31/12/2007 een contractuele verbintenis aangaan met een erkende vereffeningsinstelling (de Nationale Bank van België en Eurcoclear Belgium). Stephane Bernard: “Voor bepaalde emissies is de zwaarste dobber echter dat de emittent zijn kapitaal moet reconciliëren: het in de statuten gepubliceerde kapitaal moet gelijk zijn aan de som van de effecten opgenomen in het nominatieve register, de effecten aan toonder die gedeponeerd zijn bij een financiële instelling of een centrale depositaris, en de effecten die nog in omloop zijn. Vooral dat laatste is niet eenvoudig omdat effecten aan toonder soms moeilijk traceerbaar zijn en onderhevig zijn aan historische wijzigingen zoals splitsingen, fusies, naamsveranderingen enzovoort.” 

 

Voor financiële instellingen en tussenpersonen:

Financiële instellingen, brokers, beleggingsadviseurs… moeten de dematerialisatie voorbereiden door ten eerste hun privé-cliënteel te informeren, en ten tweede de nodige organisatorische maatregelen te nemen zodat ze logistiek zijn voorbereid om de binnenkomende effecten te verwerken.” 

 

Voor beleggers:

De belegger moet uiteraard zijn fysieke effecten binnenbrengen bij zijn financiële instelling. Stephane Bernard: “Er is geen enkele economische reden meer om papieren effecten nog langer bij te houden. De kosten ervan zullen alsmaar hoger oplopen. Bovendien zullen bepaalde emittenten vanaf 2008 de ‘effecten aan toonder’-vorm niet langer erkennen.”  

 

De rol van de financiële tussenpersoon 

 

Euroclear schat dat er momenteel ongeveer 20 miljoen papieren effecten van genoteerde bedrijven in omloop zijn. Tel daarbij de niet-genoteerde effecten, kasbons en staatsobligaties, en u begrijpt dat er heel wat werk aan de winkel is. Stephane Bernard: “Voor de financiële tussenpersoon is een zeer belangrijke informatierol weggelegd. Papieren effecten zijn vooral in handen van “oudere” beleggers en juist dat segment heeft nood aan duidelijke, gestructureerde informatie. Maar u kunt op al hun vragen één antwoord geven: "Wacht niet tot het uiterste, breng uw effecten vandaag nog binnen". Voor de rest kan hij zijn toegevoegde waarde als beleggingsadviseur volop waarmaken door een fiscaal optimaal voorstel uit te werken, rekening houdend met het (risico)profiel van zijn cliënt.  

 

Kader 

 

Euroclear: dagelijkse vereffening van 500.000 effectentransacties  Euroclear is ’s werelds grootste aanbieder van vereffening en de daaraan verbonden diensten voor transacties in obligaties, aandelen en investeringsfondsen. De Euroclear groep bestaat uit de in Brussel gevestigde Euroclear Bank, Euroclear Belgium, Euroclear France, Euroclear Nederland en CRESTCo, de centrales voor effectenbewaring van respectievelijk België, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk/Ierland.Euroclear werkt aan een ‘lokale markt voor Europa’ om de kostprijs van grensoverschrijdende transacties te reduceren tot die van lokale transacties en tegelijk de efficiëntie te verhogen.
  

14-05-07

ZOOMIT: integratie van financiële documenten in internetbankieren

Onderstaande tekst werd geschreven voor het tijdschrift Financieel Forum – Bank en Financiewezen, in opdracht van Isabel.

 

ZOOMIT: integratie van financiële documenten in internetbankieren

Door Christian Luyten, projectverantwoordelijke ISABEL

 

Met de integratie van financiële documenten zoals facturen, loonbriefjes, kwitanties, verzekeringsdocumenten… in de bestaande internetbankingapplicaties, mikt de Isabel-toepassing ZOOMIT zowel op een groter gebruiksgemak voor consumenten als op een vermindering van de kosten en een kortere betalingstermijn ten gunste van bedrijven. Bovendien is ZOOMIT compatibel met de  nieuwe SEPA-standaarden, een factor die zal bijdragen tot een vlotte overgang naar de nieuwe SEPA-standaarden.

 

Een veelgebruikt platform dat algemeen vertrouwen geniet

 

Elektronisch bankieren is vandaag vrijwel volledig ingeburgerd in de bedrijfswereld, terwijl ook de meeste consumenten er gebruik van maken. Volgens de studie “Belgian Internet Mapping, February 2006 van het onderzoekagentschap InSites, gebruiken 2,5 miljoen surfers (54%) e-banking, terwijl 1.064.000 (23%) de bedoeling heeft om er binnenkort mee van start te gaan. Die cijfers worden bevestigd door Febelfin, die in mei 2006 drie miljoen gebruikers van internetbankieren telde.

 

Daartegenover staat dat het gebruik van elektronische facturatie bij wijze van spreken nog in de kinderschoenen staat. Nochtans biedt de elektronische factuur zowel de verzender als de ontvanger een reeks onmiskenbare voordelen. Door de elektronische factuur –naast andere financiële documenten- te integreren in een vaak gebruikt en gebruiksvriendelijk betalingskanaal dat algemeen vertrouwen geniet (volgens een studie van Vlerick Management School kiest 80% van de gebruikers internetbankieren als voorkeurskanaal voor het ontvangen van elektronische facturen), wordt ZOOMIT een doorslaggevende hefboom in de doorbraak van elektronische facturatie.

 

Het lange en dure traject van de papieren factuur

 

Het is een evidentie dat factuur en betaling bij elkaar horen. Nochtans zijn ze in de praktijk losgekoppeld van elkaar. Laten we het traject van de papieren factuur volgen in een B2B-omgeving. Vooraleer een factuur in de brievenbus van de ontvanger terechtkomt, heeft zij langs de kant van de verzender al een hele weg afgelegd: opmaken van een facturenbestand, afdrukken (al dan niet extern), in een enveloppe doen, van een postzegel voorzien en op de post doen.

 

Volgens een studie van Arthur D. Little kost een papieren factuur de leverancier gemiddelde 8 EUR, als volgt verdeeld: berekening (0,3 EUR), drukken & verzenden (1,2 EUR), ontvangen (0,5 EUR), archiveren (0,8 EUR), herinneringen opsturen (0,8 EUR), geschillen oplossen (2,4 EUR) en kasverliezen wegens niet-betaling (2 EUR).

 

Voor de ontvanger is de gemiddelde verwerkingskost van een papieren factuur nog hoger, namelijk 13,8 EUR, als volgt verdeeld: behandeling (0,9 EUR), boekhoudkundige verwerking (1,4 EUR), bekrachtiging (5,4 EUR), betaling (2,8 EUR), archivering (1,5 EUR), geschillen (1,8 EUR). De papieren factuur doorloopt bijgevolg een tijdrovend en duur proces dat gepaard gaat met heel wat menselijke handelingen, waaraan risico’s op fouten inherent verbonden zijn. Bovendien kosten de inspanningen voor het recupereren van niet-betaalde facturen soms meer dan de uiteindelijke opbrengst ervan.

 

De kost van krediet toestaan

 

Vandaag bedraagt de gemiddelde betalingstermijn in België 51 dagen, een stuk hoger dan in de meeste noordelijke Europese landen. In dat verband leunt België eerder aan bij de Zuid-Europese cultuur. Voor een onderneming is het toestaan van een leverancierskrediet uiteraard niet gratis. Hoe langer de klant wacht met betalen, hoe hoger de financiële last voor de leverancier. Volgens een onderzoek van professor Ludo Theunissen van het Instituut voor Kredietmanagement blijkt dat het verschil tussen de contractuele en de effectieve betalingstermijn in België tien tot twaalf dagen bedraagt. Bovendien bleef in 2005 2% van alle uitstaande facturen onbetaald.

 

In de studie van Theunissen wordt nagegaan welke elementen de verzender kan bespelen om de totale betalingstermijn in te korten en zijn kosten verbonden aan het leverancierskrediet te reduceren. Door het gecombineerde effect van een vermeerdering van het aantal domiciliëringen, een snellere betaling, minder dubieuze debiteuren, minder “herstellingen” en minder incasso-inspanningen, kan hij zijn NPV (Net Present Value of netto contante waarde) aanzienlijk (2,5 tot 5,5%) verbeteren. Het gebruik van de elektronische factuur is maar een van de middelen die zullen bijdragen tot die verbetering.

 

Elektronisch huwelijk tussen factuur en betaling

 

Door de factuur immaterieel (elektronisch) te maken en ze te verzenden en ontvangen via een e-bankingkanaal, wordt het hele betalingsproces een stuk korter, eenvoudiger, transparanter en goedkoper. Factuur en betaling worden immers rechtstreeks aan elkaar gekoppeld in een e-bankingplatform. De verzender stuurt zijn facturen of domiciliëringen op via Isabel, die ze op basis van de rekeningnummers automatisch verdeelt over de betrokken banken. Via een koppeling met het nieuwe documentenplatform ZOOMIT brengen de banken de factuurgegevens over naar hun elektronische bankapplicaties. Zo verschijnen ze uiteindelijk op het scherm van Isabel, home bank, home bank plus… van de ontvanger.

 

In tegenstelling tot het gebruik van de e-bankingproducten van Isabel, dat beperkt blijft tot grote ondernemingen en KMO’s, boort Isabel met ZOOMIT ook de consumentenmarkt aan. ZOOMIT wordt immers geïntegreerd in home banking van de meeste banken die actief zijn op de Belgische markt: AXA, Bank van Breda, CBC, Centea, Dexia, Fintro, Fortis, ING, KBC en Landbouwkrediet – Credit Agricole, samen goed voor ruim 90% van de markt. Een vijftigtal bedrijven uit alle sectoren, waaronder Partena, Interim Randstad, OCTA+, Dexia Auto Lease en Electrabel hebben inmiddels al hun steun verleend aan ZOOMIT.

 

De introductie van ZOOMIT in de markt zal in verschillende fasen verlopen. In het derde kwartaal van 2006 loopt een pilootproject met Dexia en KBC, in het vierde kwartaal van 2006 wordt ZOOMIT beperkt beschikbaar en in het eerste kwartaal van 2007 algemeen beschikbaar voor drie miljoen gebruikers van internetbankieren.

 

Voordelen voor de ontvanger

 

De redenen voor de verwachte doorbraak van de elektronische factuur via ZOOMIT zijn van velerlei aard. Vooreerst is er het gebruiksgemak. De consumenten zijn al vertrouwd met internetbankieren en krijgen ZOOMIT als extra applicatie binnen hun home banking. De drempel om een factuur te betalen wordt gevoelig verlaagd aangezien alle factuurgegevens (bedrag, naam, adres, rekeningnummer en gestructureerde mededeling) al zijn ingevuld. De consument betaalt met een eenvoudige muisklik en vult desgewenst enkel nog een datum in waarop hij de betaling wenst uit te voeren. Hij behoudt dus de volledige controle over zijn factuurbetalingen.

 

Anderzijds vermindert de kans dat een factuur vergeten wordt of verloren gaat aanzienlijk, waardoor de consument minder boetes en verwijlinteresten riskeert en minder snel op een zwarte lijst terechtkomt. Tot slot laat ZOOMIT hem ook toe om gedetailleerde informatie over zijn facturen te verkrijgen binnen dezelfde omgeving (bijvoorbeeld een detailoverzicht van alle opgeroepen nummers bij zijn telefoonfactuur).

 

Bedrijven die elektronische facturen ontvangen, kunnen die meteen integreren in hun boekhoudpakket, waardoor het verwerkingsproces een stuk vereenvoudigd en ingekort wordt.

 

Voordelen voor de verzender

 

Naast de voor de hand liggende kostenbesparing op het vlak van papier, inkt, enveloppen en verzending, begint de betalingstermijn vroeger te lopen aangezien de factuur in luttele seconden wordt aangeleverd. De kwaliteit van de betalingen en bijgevolg de reconciliatie verbeteren aanzienlijk omdat de klant de nodige betaalgegevens niet langer zelf dient in te vullen.

 

Door de betaling te vergemakkelijken, zal de klant zijn facturen waarschijnlijk ook sneller betalen. Veel facturen worden overigens niet of te laat betaald wegens vergetelheid of verlies. Een elektronische factuur gaat echter niet verloren en uit onderzoek blijkt dat surfers gemiddelde twee keer per week hun home banking raadplegen. We kunnen bijgevolg gerust aannemen dat het aantal laattijdige en niet-betaalde facturen, en dus ook de kosten die verbonden zijn aan het versturen van duplicaten en herinneringen, zullen verminderen.

 

Met ZOOMIT betreden we het tijdperk waarin bedrijven meer dan ooit een interactieve en elektronische relatie ontwikkelen met hun klanten. Aan de elektronische factuur kunnen immers ook andere zaken worden gekoppeld zoals cross selling en online contracting (bijvoorbeeld het aanbieden van bijkomende opties op een bestaand abonnement).

 

ZOOMIT en de uitdagingen van SEPA

 

Met SEPA worden de Belgische rekeningnummers vervangen door IBAN en BIC waardoor alle betaalformaten moeten worden aangepast. De langere rekeningnummers en het gebruik van de BIC-code kunnen echter verwarring zaaien bij de consumenten, zodat een risico ontstaat op meer laattijdige, foutieve en onvolledige betalingen. Dat kan op zijn beurt een negatieve impact hebben op de cashpositie van bedrijven en de relatie met hun klanten. Door gebruik te maken van de elektronische factuur worden de door SEPA opgeworpen hindernissen echter meteen voor een groot deel uit de weg geruimd.

 

SEPA introduceert ook nieuwe formaten en regels voor domiciliëringen. De huidige terugdraaitermijn van vier dagen wordt opgetrokken tot dertig dagen, waardoor consumenten een veel langere bedenktijd krijgen om een betaling via domiciliëring te herroepen. En aangezien de DOM-reglementering verandert, zullen de bestaande domiciliëringen eventueel moeten worden hernieuwd. In dat geval wordt gevreesd dat veel consumenten zich niet de moeite zullen getroosten om dit te doen. Uiteraard zal dat alles een negatieve impact hebben op de cashpositie van ondernemingen en de financiële onzekerheid doen toenemen.

 

Omdat het wegvallen van het gebruik van VCS-OGM binnen SEPA de kosten van de boekhoudkundige verwerking van facturen enorm de hoogte zou injagen, zullen de Belgische banken in hun invulling van de SEPA-layout de gestructureerde mededeling zo goed als zeker behouden.

 

Merken we nog op dat de huidige harmoniseringregels van SEPA tot nu toe ongeveer 50% van alle betalingsverkeer dekken (direct debit, credit tranfer en kaartbetalingen). Over alles wat te maken heeft met spontane betalingen (via overschrijving e.d.), de zogenaamde payment initiation, is nog geen regeling uitgewerkt. ZOOMIT ondersteunt echter nu al zowel direct debit, credit transfer als payment initiation.

 

Domiciliëringen: een bedreiging of een kans?

 

Op het eerste gezicht lijkt de nieuwe Europese DOM-standaard nadelig voor de Belgische markt wegens de hoger vermelde redenen. Op termijn kan dat nadeel echter omslaan in een voordeel. Sommige bankiers verwachten immers dat de markt steeds meer zal evolueren in de richting van betalingen via domiciliëring. Daar waar de consument vandaag een factuur krijgt toegestuurd met een betalingstermijn van dertig dagen, kan hij in de nieuwe DOM-regeling kiezen voor betaling via domiciliëring, waarbij hij een bedenktijd van dertig dagen krijgt om de betaling terug te draaien. Conceptueel is er geen verschil, de redenering wordt alleen omgedraaid. In ruil krijgt hij een optimale service want hij hoeft zelf helemaal niets meer te ondernemen om te betalen.

 

Door het aantal domiciliëringen op te voeren (een mogelijk gevolg van SEPA), de betalingstermijnen in te korten en de incassoproblemen te verminderen (een gevolg van het gebruik van de elektronische factuur via ZOOMIT), zullen ondernemingen hun financiële positie aanzienlijk kunnen verbeteren. SEPA stelt ons bijgevolg niet alleen voor een aantal uitdagingen, maar vormt ook een gelegenheid om onze betalingsprocessen en -gewoontes nog te verbeteren.

 

 

 

Engels vertaling intro

 

ZOOMIT: Integration of Financial Documents in E-banking

 

With the integration of Financial documents such as invoices, payslips, payment warrants, insurance documents… within the existing internet banking applications, ZOOMIT - a new functionality of Isabel, will reduce costs and shorten the payment delay for businesses and create more user friendliness for consumers. Furthermore, ZOOMIT supports the new SEPA standards completely, which will contribute to a smooth transition to the new SEPA standards.