13-06-07

De strijd van de overheid tegen de papierberg

Deze tekst werd geschreven in juni 2005 in opdracht van Publitec voor ING Onderneming

Een interview met Vincent Van Quickenborne

Ondernemers klagen al jaren steen en been over allerhande administratieve lasten die hen wordt opgelegd door de overheid. Alleen het feit dat in België een staatssecretariaat ‘Administratieve Vereenvoudiging’ werd opgericht, illustreert de schaal van het probleem.

 Maar niemand zal ontkennen dat er in de afgelopen jaren flink wat werk is geleverd. Over de resultaten praten we met Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris Administratieve Vereenvoudiging, die ons hartelijk ontvangt op zijn kabinet in de Wetstraat 18, recht tegenover de werkplek van de premier.  

Vanwaar komt het idee om een kabinet ‘Administratieve Vereenvoudiging’ op te richten? 

Vincent Van Quickenborne: “Door de toenemende concurrentie ten gevolge van de mondialisering vinden bedrijven een goed functionerend overheidsapparaat een steeds belangrijker beslissingscriterium bij de keuze van hun vestigingsplaats. Bovendien wegen de kosten die voortvloeien uit allerhande administratieve verplichtingen te zwaar door. Volgens een studie van het Federaal Planbureau kost de totale papierberg de bedrijfswereld jaarlijks 9,4 miljard euro, dat is bijna evenveel als de opbrengst van de vennootschapsbelasting. Het staatssecretariaat Administratieve Vereenvoudiging heeft als opdracht het overheidsapparaat efficiënter te laten werken en de administratieve last op ondernemingen te verlichten. Deze regering heeft bewust gekozen om de politieke verantwoordelijkheid bij een staatssecretaris te leggen, die bovendien zeer dicht bij de Eerste Minister staat. Het betreft immers een horizontale bevoegdheid die de neutraliteit en autoriteit van de premier nodig heeft om in bepaalde dossiers de knoop te kunnen doorhakken. Uit ervaring in het buitenland blijkt dat je die opdracht beter niet overlaat aan de administratie, of versnippert over een groot aantal ministeries zoals in Nederland. Op het vlak van overheidsinnovatie speelt België een voortrekkersrol, zoals geïllustreerd wordt door het boek ‘Belgen doen het beter’, dat in Nederland verscheen.”  

Welke methodologie hanteert uw kabinet om de administratie te vereenvoudigen?

Vincent Van Quickenborne: “Onze methodologie is zeer eenvoudig. We benaderen de burger en de onderneming als een klant van de overheid. We volgen hun levenslijn en bepalen de scharniermomenten waarop ze met de overheid in contact komen. Voor een bedrijf is dat het moment waarop het start, uitbreidt, personeel in dienst neemt, naar de beurs gaat, de activiteiten stopzet, verkocht wordt… Op al die belangrijke momenten willen we het contact met de overheid vereenvoudigen. Vanuit diezelfde klantenbenadering onderhouden we nauwe contacten met de beroepsorganisaties, maar ik wil de bedrijven ook rechtstreeks bereiken door middel van het meldpunt op onze website (www.kafka.be) en via bedrijfsbezoeken. Momenteel ben ik een ronde aan het afwerken van 100 bezoeken aan ondernemingen die minstens 50 man in dienst hebben. Ik hecht daar bijzonder veel belang aan omdat ik op die manier met beide voeten op het terrein sta en de problematiek veel beter aanvoel.” 

Er is natuurlijk heel wat werk aan de winkel. Hoe worden de projecten geselecteerd?

Vincent Van Quickenborne: “Onze beleidscel telt vijf experts voor het inhoudelijke werk, daarnaast werken zeven ambtenaren op de dienst Administratieve Vereenvoudiging die verbonden is aan de kanselarij van de premier. Met die kleine ploeg kan je binnen een legislatuur van vier jaar uiteraard niet alles vereenvoudigen. We selecteren de projecten op basis van drie belangrijke criteria: hun impact, hun haalbaarheid en de snelheid waarmee ze gerealiseerd kunnen worden, waarbij we een mix beogen van projecten die snel uitvoerbaar zijn en degene die meer tijd vergen zoals het opstellen van databanken en de daaraan gekoppelde internettoepassingen.” 

Starters: even snel als in Hongkong

 

Wat zijn volgens u de belangrijkste verwezenlijkingen voor de bedrijfswereld?

Vincent Van Quickenborne: “We zijn geslaagd in onze prioriteit om beginnende ondernemers gemakkelijker en sneller een bedrijf te doen opstarten. Ondernemers zorgen niet alleen voor hun eigen job, maar zorgen ook voor de enige bron in de samenleving waar meerwaarde wordt gecreëerd. In laatste instantie komen alle overheidsinkomsten uit ondernemingen, niet alleen via de vennootschapsbelastingen en werkgeversbijdragen, maar ook via de werknemersbijdragen die door bedrijven netjes worden ingecalculeerd in de totale loonkosten. De overheid moet bijgevolg een bedrijfsvriendelijker klimaat creëren waardoor er meer ondernemingen worden opgericht. We focussen daarbij op drie ‘G’s’: van ‘Goesting’, ‘Geld’ en ‘Gemak’. Goesting: het ondernemersklimaat moet veranderen zodat mensen weer zin krijgen om te ondernemen. Geld: ondernemers moeten gemakkelijk toegang krijgen tot kapitaal. Ik denk hierbij ondermeer aan het ontwerpdecreet van Fientje Moerman over de vriendenlening, dat particulieren moet aanmoedigen om in de startende zaak van vrienden of kennissen te investeren in ruil voor een belastingsvermindering. Gemak: we willen het mensen gemakkelijker maken om een bedrijf op te starten. Bij mijn aantreden duurde het volgens cijfers van de Wereldbank 58 dagen om een onderneming op te starten, vandaag 26 dagen. We hebben heel het begeleidingsproces van starters toevertrouwd aan de private sector, aan organisaties zoals Voka, Acerta, Eunomia, Securex, Partena, Unizo…Vroeger diende een starter eerst aan te kloppen bij het Handelsregister, de Kamer van Ambachten en Neringen, het BTW-kantoor, het Sociaal Verzekeringsfonds, de Griffie, enzovoort, vandaag kan hij terecht bij een uniek ondernemingsloket dat alles voor hem regelt via de Kruispuntbank van Ondernemingen.”  

Wordt die termijn in de toekomst nog korter?

Vincent Van Quickenborne: “Dit jaar nog willen we ze terugschroeven tot drie dagen! Om dat te bereiken, moeten we de huidige bottleneck van het notariaat wegwerken via het gebruik van elektronische kanalen. Eens dat gerealiseerd, kan een starter in België even snel een zaak oprichten als in Singapore of Hongkong. Vorig jaar is het aantal starters trouwnes voor het eerst in tien jaar met 12% gestegen, een trend die ook dit jaar bevestigd wordt.”  

Een batterij realisaties

 

Wat is er al gerealiseerd voor de bestaande bedrijven?

Vincent Van Quickenborne: “We hebben het uniek ondernemingsnummer ingevoerd, een identificatienummer dat nu reeds het oude BTW-nummer vervangt en op termijn in de plaats komt van alle andere administratienummers. Verder hebben we een hele batterij zeer concrete maatregelen genomen die het leven van de ondernemer een stuk eenvoudiger en goedkoper maken. Zo mogen de bedrijven sinds 2004 gebruikmaken van elektronische facturen. Jaarlijks worden in ons land een miljard facturen verstuurd. En papieren factuur is driekeer duurder dan een elektronische, rekening houdend met de kosten voor papier, printen, verzending… Indien alle ondernemingen gebruik zouden maken van die maatregel, zouden ze samen jaarlijks meer dan 250 miljoen euro besparen. We hebben voor 600.000 bedrijven en eenmanszaken de verplichting van de papieren boekhouding afgeschaft, wat een besparing oplevert van 60 miljoen euro. We zijn stapsgewijze de Kruispuntbank van Sociale Zekerheid aan het uitbreiden, waardoor een hoop administratieve rompslomp die verband houdt met het personeelsbeleid sterk wordt afgebouwd. Een kleinere, maar belangrijke maatregel is de drastische vereenvoudiging van de publicatieregels in kranten en de mogelijkheid om oproepverplichtingen via e-mail te versturen in plaats van per aangetekende brief. Tot slot hebben we de papierlast voor bedrijven die meedingen naar federale overheidsopdrachten zwaar verminderd. Zo hoeven ze bij hun offerte niet langer allerhande attesten (RSZ, BTW, jaarrekeningen, enzovoort) in te voegen Al die maatregelen zijn goed voor een lastenverlaging van 183 miljoen euro, een cijfer dat nog veel hoger zou liggen indien alle ondernemingen zouden gebruikmaken van de elektronische factuur.” 

De bedrijven moeten ook meewillen…

Vincent Van Quickenborne: “Dat is een probleem dat ik vaststel op het terrein. De overheid stelt heel wat middelen ter beschikking om de administratie te verlichten, maar veel ondernemingen lopen wat achter. Slechts 9% van de bedrijven doen hun BTW-aangifte elektronisch. Op het ministerie van Financiën werken 30.000 ambtenaren, waarvan 20% zich enkel bezighoudt met het intikken van cijfers uit papieren aangiftes in de computer. Dat is een enorme verspilling die gemakkelijk kan opgelost worden, op voorwaarde dat zowel bedrijven als burgers maximaal gebruikmaken van de elektronische mogelijkheden die hen worden aangeboden.”  

Hoe worden bedrijven op de hoogte gebracht van al die nieuwe maatregelen?

Vincent Van Quickenborne: “Wij communiceren alleen onze concrete realisaties en hopen dat de media onze positieve boodschap overbrengt. Daarnaast hebben we een druk bezochte  website die heel wat informatie bevat.”  

Zijn er ook maatregelen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op de bankwereld?

Vincent Van Quickenborne: “Bij het Participatiefonds hebben we alles gestroomlijnd in twee eenvoudige pakketten: Starteo voor starters en Optimeo voor groeiers, en worden de door de banken ingediende dossiers sneller behandeld. We zijn ook een project opgestart om het betalingsverkeer naar de overheid te vereenvoudigen en te moderniseren, in samenspraak met de banksector. 

Welke belangrijke projecten staan er nog op til?

Vincent Van Quickenborne: “Er wordt nog meer mogelijk via de unieke bedrijfsloketten, zoals het aanvragen van een vergunning bij het Federaal Agentschap voor Voedselveiligheid. Ook de Kruispuntbank Sociale Zekerheid wordt verder uitgebouwd. Vandaag hebben nog 240.000 werkgevers een RSZ-nummer, dat we zullen vervangen door het unieke ondernemingsnummer. We stellen ook vast dat Europa verantwoordelijk is voor een reeks nieuwe administratieve lasten, zoals de statistiekverplichtingen Prodcom of Intrastat. We zullen dat probleem zeker aankaarten tijdens het Britse voorzitterschap. 

Hartelijk dank voor dit gesprek

 
 

Highlights

 

Volgens een studie van het Federaal Planbureau kost de totale papierberg de bedrijfswereld jaarlijks 9,4 miljard euro.

 

Volgens cijfers van de Wereldbank heeft België de termijn die nodig is om een zaak op te starten teruggeschroefd van 58 naar 26 dagen.

 

De overheid stelt heel wat middelen ter beschikking om de administratie te verlichten, maar veel ondernemingen lopen wat achter.

 

De commentaren zijn gesloten.