24-06-07

Gedragscode voor meer helderheid inzake kredietverlening

Deze tekst werd geschreven in april 2005 in opdracht van Publitec voor ING Onderneming

Gedragscode voor meer helderheid inzake kredietverlening  KMO’s die vinden dat hun kredietdossier onheus werd behandeld door hun financiële instelling, kunnen sinds november vorig jaar een dossier indienen bij een onafhankelijk contactpunt. Dat is een van de gevolgen van de Gedragscode tussen banken en ondernemersorganisaties die eind vorig jaar in werking trad. 

“Deze gedragscode draagt bij tot het bevorderen van goede betrekkingen tussen kredietinstellingen enerzijds en KMO’s anderzijds door een groter wederzijds begrip voor hun respectievelijke rol en verantwoordelijkheden.”

(Artikel 1 van de Gedragscode) 

Uniek in Europa

Met de ondertekening van de Gedragscode gaat de Belgische bankwereld als een van de enige in Europa in op de wens van de ondernemersorganisaties om tot meer klaarheid te komen inzake afspraken over kredietverlening. Op Europees vlak gaf de Raad van Industrie in december 2001 een eerste aanzet voor een Europese Gedragscode. De Europese Commissie boog zich over het probleem, maar onderhandelingen tussen de Europese bank- en kredietinstellingen en de Europese ondernemersorganisaties kwamen niet verder dan het uitwerken van een ontwerptekst.

Uiteindelijk haakte de Europese Bankfederatie af omdat ze vreesde dat de gedragscode zou uitmonden in een ‘recht op krediet’ en de banken hun bewegingsruimte bij de toekenning van kredieten zouden verliezen.  In België zette UNIZO het idee op de agenda van het overlegcomité tussen de Belgische Vereniging van Banken en de ondernemersorganisaties UNIZO, UCM, VBO en Agoria. “UNIZO heeft een drietal jaar geleden een cahier opgesteld over KMO en financiering,” zegt Nancy Van Campenhout, juridisch adviseur op de studiedienst van UNIZO. “Uit ons onderzoek bleek een duidelijke vraag naar een ombudsdienst, waar KMO’s zouden terechtkunnen voor allerhande problemen inzake hun kredietaanvraag. Kredietweigering is het grootste probleem, maar er zijn ook klachten over onduidelijke beslissingsprocedures, kredietopzeggingen per aangetekende brief zonder verdere uitleg, ingewikkelde berekeningsformules, onverstaanbare taal… De gedragscode moet tegemoetkomen aan die verzuchtingen, maar het is vandaag nog te vroeg om een evaluatie te maken.” 

Een mooi staaltje van zelfregulering

“We hebben de ontwerptekst van de Europese gedragscode op een Belgische leest geschoeid en zijn binnen het overlegcomité vrij vlug tot een consensus gekomen waarin alle partijen zich konden vinden,” vervolgt Nancy Van Campenhout. “ING heeft tijdens de onderhandelingen steeds een constructieve en ondersteunende houding aangenomen. We zijn verheugd over het initiatief, temeer dat België naast Cyprus het enige land is binnen de EU waar de banken en de ondernemingsvertegenwoordigers een akkoord hierover hebben ondertekend. Ook Groot-Brittannië en Ierland kennen een gedragscode, maar het concept is anders. Daar hebben de banken eenzijdig een handvest ingevoerd, zonder de ondernemingswereld hierin te betrekken.”UNIZO verkiest zelfregulering boven een wettelijk initiatief: “Het alternatief is een wettelijke regeling, waarbij het gevaar bestaat dat zowel de banken als de ondernemingen in een strak keurslijf worden gedrongen, waarbij ze zich aan allerhande regels dienen te houden. Daarom hebben we gekozen voor een tekst die vooral gebouwd is rond een aantal algemene principes zoals transparantie, open dialoog, wederzijds vertrouwen… Van de banken wordt verwacht dat ze vooraf op een toegankelijke en verstaanbare manier laten weten welke informatie ze nodig hebben, volgens welke criteria ze de kredietdossies zullen beoordelen en aan welke voorwaarden ze de kredieten verlenen. Maar ook de KMO’s moeten meer in hun kaarten laten kijken en mogen bijvoorbeeld geen informatie achterhouden die van belang kan zijn bij de kredietbeslissing.” 

Contactpunt voor de behandeling van klachten

Tot de vroegere wens van UNIZO voor een ombudsdienst is het niet gekomen, maar daar heeft Nancy Van Campenhout begrip voor: “Er is de kwestie van financiering, en het is niet evident om een geschikte persoon te vinden die volledig onafhankelijk is en voldoende technisch onderlegd om de dossiers te beoordelen.” Ondernemers die klachten hebben over de behandeling van hun kredietdossier, kunnen met hun grieven terecht bij het Contactpunt waarin vertegenwoordigers zetelen van de organisaties die de Gedragscode hebben ondertekend. Daar wordt nagegaan of er een inbreuk is gepleegd op de spelregels van de Gedragscode, met andere woorden, of de klacht ontvankelijk is. Nancy Van Campenhout: “In dat geval maakt het Contactpunt het dossier opnieuw over aan de betrokken bank met de vraag het een tweede keer te bekijken. Meestal gebeurt dat op een hoger niveau of via de geschillendienst van de bank en wordt de oorspronkelijke beslissing mogelijk herzien. Maar de banken blijven hun vrijheid behouden om het krediet te weigeren, alleen moeten ze hun besluit duidelijk motiveren. De ondernemer heeft dus geen recht op krediet, maar hij heeft wel het recht om te weten op welke basis het eindoordeel werd genomen. Zo kan hij zijn businessplan aanpassen of andere maatregelen nemen en een nieuwe kredietaanvraag indienen, eventueel bij een andere bank.”

Het Contactpunt is niet bevoegd om zelf oplossingen te formuleren, maar een waakhond die toeziet of de spelregels worden gerespecteerd en aandringt bij de betrokken bank op een oplossing. Volgens Nancy Van Campenhout heeft dat een belangrijk psychologisch effect op de banken: “De klachten worden anoniem behandeld, maar meestal weten de banken wel wanneer ze geviseerd worden. Het Contactpunt is bijgevolg een belangrijk drukmiddel om de dossiers correct te behandelen. De banken zijn niet verplicht om hun beslissing schriftelijk te motiveren. Dat gebeurt best in een open gesprek met de betrokken ondernemer, liefst zo gedetailleerd mogelijk.”    

Te vroeg voor een balans

Tot op heden blijft het aantal klachten dat het Contactpunt heeft behandeld zeer beperkt, maar Nancy van Campenhout vindt het nog te vroeg om een evaluatie te maken: “Misschien zijn de banken sedert het bestaan van de Gedragscode alerter geworden, anderzijds schort er zeker iets aan de bekendheid van het Contactpunt. We hebben een enquête gehouden onder onze leden, waaruit blijkt dat 86% het meldpunt niet kennen, en 81% nog nooit gehoord heeft van de Gedragscode. Het zou dus totaal onverantwoord zijn om het Contactpunt vroegtijdig te begraven wegens een gebrek aan klachten.” De taak van het Contactpunt beperkt zich niet tot het verifiëren of de Gedragscode wel gerespecteerd wordt, maar speelt ook een rol op het vlak van monitoring van het geheel van de klachten. Op 1 november 2005 wordt een eerste evaluatie gemaakt. Nancy Van Campenhout: “Het Contactpunt krijgt nogal wat klachten binnen die niet ontvankelijk zijn omdat ze niets te maken hebben met kredietverlening. In dat geval krijgt de ondernemer een brief waarin wordt uitgelegd dat het Contactpunt niet bevoegd is, maar dat zijn dossier wel werd overgemaakt aan de geschillendienst van zijn bank. Er is dus altijd feedback. Bij de evaluatie zullen we nagaan of de Gedragscode eventueel niet moet worden verfijnd of  uitgebreid, maar nogmaals, het is voorbarig om daar nu al een uitspraak over te doen.”  Dat ING geen moeite had om de Gedragscode te onderschrijven, hoeft niemand te verwonderen. Transparantie, communicatie, openheid en wederzijds vertrouwen zijn immers waarden die al lang hoog in het ING-vaandel prijken… 

kader

Kredietproblematiek van KMO’s

Uit een onderzoek van UNIZO blijkt dat KMO’s de weigering van een krediet als belangrijkste probleem ervaren in hun bankrelatie. 

Weigering kredietvoorstel16%
Wijziging kredietvoorwaarden9%
Dreiging opzegging6%
Opzegging krediet3%
    

De commentaren zijn gesloten.