26-08-07

Een nadere kijk op de Radardienst

 

Onderstaande tekst werd geschreven in 2003 in opdracht van Corporate Profiles voor het magazine van Belgocontrol.

 

De dienst Radar (E/E/R) maakt deel uit van de afdeling Engineering binnen het Directoraat-Generaal Uitrustingen. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, beperken de activiteiten van de dienst zich niet tot het radardomein. De medewerkers leveren zowel diensten aan de luchtverkeersleiding als aan de meteodienst van het Directoraat-Generaal Operaties.

Dhr. Rudy Van Hoof is momenteel waarnemend manager van de Radardienst. Hij vervangt er dhr. ArthurVanhulst, die na XX jaren dienst besloot om met vervroegd pensioen te gaan. De dienst bestaat uit vier secties: Meteo Applicaties, Radar Applicaties, Radar Bertem en Radar Saint-Hubert. In vorige edities van Hubnews kwamen de radarstations van Bertem en Saint-Hubert aan bod. Daarom gaan we hier dieper in op de twee eerstgenoemde secties.

1. Meteo Applicaties

Die sectie is verantwoordelijk voor het technisch onderhoud van drie systemen: meteorologische instrumenten, het MetSysteem en de radar- en torensimulator.

- Meteorologische instrumenten
De ploeg die instaat voor het technisch onderhoud van de meteorologische instrumenten bestaat uit Guy De Vos (Diensthoofd), André Grenier, Nicolas Dandoy, Michel Fify, Alain Lauwers, Stéphane Robert et Eric Van Daele.
De meteorologische stations van Belgocontrol leveren de weerkundige gegevens van de streek waarin ze zich bevinden. De waarnemingen hebben vooral betrekking tot fenomenen die van belang zijn voor het luchtverkeer: het huidige en voorbije weer, de windsnelheid en –richting, kwalitatieve en kwantitatieve bewolking, hoogte van het wolkendek, zichtbaarheid, visueel bereik van de piste, lucht- en bodemtemperatuur, vochtigheidsgraad, luchtdruk, barometrische evolutie, extreme temperaturen, bodemstaat, speciale fenomenen. 
Voor de waarneming van al die elementen beschikt elk meteorologisch station over een waarnemingspost en een meteorologisch park. De observatiepost is een klein, speciaal ontworpen gebouw, zodanig gesitueerd dat de waarnemer er een totaalbeeld krijgt van de omgeving. In het meteorologisch park staan de nodige instrumenten opgesteld om de plaatselijke weersomstandigheden te bepalen. Sommige instrumenten bevinden zich langsheen de pistes of aan het uiteinde ervan (transmissometer, ceilometer, anemometer…) De gegevens worden verzonden naar de waarnemingspost, waar ze door de meteorologische dienst worden verwerkt en doorgestuurd naar de verschillende diensten: ATS, Weersvoorspelling, Archivering, IRM. 

- MetSysteem
Het  technisch onderhoud van het MetSysteem wordt verzorgd door een ploeg die daarnaast ook verantwoordelijk is voor het onderhoud van de Simulator. Ze bestaat uit zeven personen: Guy De Vos (Diensthoofd), Xavier Schiefer, Peter Bomhals, Alex Bruggeman, Roger Jacquet, Alain Dereydt en Benoit Créteur. Ze zorgen er o.a. voor dat het systeem onder alle omstandigheden operationeel blijft.
Beknopt samengevat is het MetSysteem een informaticasysteem dat meteorologische gegevens verzamelt, verwerkt en doorstuurt voor de aanmaak meteorologische producten. Technisch gezien is het een netwerk van werkstations dat zich uitstrekt tot de regionale luchthavens en dat in verbinding staat met andere spelers binnen de meteorologische wereld (zoals I .R.M. en de Meteo Wing op Belgisch vlak en internationale communicatienetwerken zoals de O.M.M. en de O.A.C.I.) De dienst verzekert het goed functioneren van het netwerk, de servers, werkstations en printers.
Met de toekomstige integratie van steeds meer verschillende meteosystemen (zoals de radarmeteo, het ontvangersnetwerk, enz.) vormt het MetSysteem de ruggengraat van de door de meteodienst gebruikte systemen.

- Radar- en Torensimulator

Bij het ontstaan van Belgocontrol achtte het management een specifieke bemanning voor onderhoud- en herstellingswerken aan de Radar- en Torensimulator niet nodig en vertrouwde het die taken toe aan de medewerkers van de Meteo Applicaties.
Dagelijks verifiëren ze de goede werking van de servers, werkstations en peripherals uit de drie netwerken (First Plus, Comm Plus en Visuals) en de ‘voice recording’. Die systemen zijn verdeeld over 28 posities in de radarsimulator en vier werkposities in de torensimulator.
In tegenstelling tot de ‘First Plus’- en ‘Comm Plus’-netwerken, omvat het Visuals-netwerk meer gesofisticeerde grafische servers en projectoren voor een visualisatie over 270°. Samen geven ze een vrijwel natuurgetrouw beeld van wat de verkeersleiders in de toren  werkelijk zien.
In samenspraak met het ATS Training Centre en rekening houdend met het opleidingsplan, zorgen de technici voor een periodiek preventief onderhoud van de installaties. Onderhoud is ook nodig tijdens een omwisseling van de trainingsgroep omwille van hygiënische redenen (bijv. onderhoud micro’s, koptelefoons...) De ploeg staat altijd paraat om snel op te treden bij defecten. Enkele medewerkers zijn speciaal opgeleid om met behulp van bijhorende OEM-software (Original Equipment Manufacturing) het visuele aspect van de torenpositie aan te passen (bijv. achtergrond, vliegtuigmodellen, grondroutes, enz...).

2. Radar Applicaties

De veertien medewerkers van de sectie Radar Applicaties (Rudy Van Hoof {Diensthoofd}, François Philtjens, Wim Van Hoof, Jean Muylle, Jean-Pierre De Langhe, Thierry Anspach, Claude Massaux, Jean-Marie Dumont, Jean-François Budimlic, Eddy Coosemans, Gert Deronde, Jean-Pierre Fouret, Sébastien Lelangue en Pascal Traets) staan in voor de goede werking en het preventief en correctief onderhoud van de volgende systemen op de luchthaven Brussel-Nationaal:

De Northrop Grumman (ASR-9/MSSR) naderingsradar
Deze naderingsradar bestaat uit een primaire radar en een secundaire monopulsradar (zie kaders). Belangrijkste verschilpunten met de En-route radars van Bertem en Saint-Hubert zijn het radarbereik en de draaisnelheid van de antenne, nodig om gedurende de kritieke fase van de vlucht (landen en vertrekken) regelmatiger over up-to-date informatie te beschikken.
De gecombineerde informatie van de primaire en secundaire radar wordt in een bepaald formaat gegoten en via glasvezelverbindingen beschikbaar gesteld aan CANAC.

De Thales naderingsradar
Die ‘Approach radar’ is een secundaire monopulsradar.

De weerradar
De weerradar maakt deel uit van Radar Applicaties omdat ze werkt zoals een primaire radar, maar op totaal andere frequenties. De radar onderscheidt twee modes: de Intensity mode om de intensiteit van de neerslag te coderen en de Velocity mode voor de detectie van de bewegingssnelheid van de wolken en het onderscheiden van bewegingen naar de radar toe en van de radar weg (Towards & Away). Om de vijftien minuten stuurt de radar volgens een vast patroon een aantal beelden door naar de externe klanten (Meteowing, IRM/KMI). CANAC ontvangt die informatie via het ADIDS-systeem. O/MET is de operator van het systeem en beschikt als belangrijkste gebruiker over verschillende mogelijkheden, zoals het nemen van verticale wolkendoorsneden.

De Cardion grondradar.
De grondradar dient als hulpmiddel voor de luchtverkeersleiders om de bewegingen  van vliegtuigen en voertuigen op het luchthaventerrein waar te nemen en te volgen. Dat verkeer concentreert zich vooral op taxiwegen en landingsbanen. De grondradar is vooral ’s nachts en bij slechte zichtbaarheid onontbeerlijk. In de toekomst komt een nieuw systeem dat een volledige dekking van het luchthaventerrein in alle weersomstandigheden mogelijk maakt.

De TDI (Tranformateur Digital Image)
De TDI voedt de torendisplay met de informatie afkomstig van CANAC in combinatie met de ruwe video afkomstig van de primaire naderingsradar (ASR-9).

Het No-break systeem in de oude terminal (Gebouw 1)
Dat systeem verzekert een ononderbroken stroomtoevoer voor de eigen installaties alsook voor alle voorzieningen in de verkeerstoren.

Het CCTV-netwerk (Closed Circuit Television)
Dit ‘Camera & Monitor’-systeem laat de torenverkeersleiders toe om via beweegbare camera’s bepaalde zones op het luchthaventerrein nader te bekijken. Dat systeem wordt volledig uitgebreid en vernieuwd in het kader van het project ‘Nieuwe Toren’.
De laatste twee systemen maken deel uit van Radar Applicaties wegens historische redenen. De aparte Videodienst van de voormalige Regie dar Luchtwegen ging na de splitsing over naar BIAC. De technici die bij Belgocontrol bleven, kwamen terecht in verschillende diensten. De betrokken installaties ten behoeve van de torenverkeersleiders kregen geen aparte technische dienst en werden toegewezen aan het technisch personeel van de Radardienst.

Radarevaluaties

Dagelijks voeren de radartechnici metingen en controles uit op alle besproken installaties om de kwaliteit te verzekeren en waar mogelijk te verbeteren. Via een elektronisch logboek worden ze ingelogd en via het LAN-netwerk beschikbaar gesteld aan alle teamleden.
Een andere belangrijke taak is het uitvoeren van radarevaluaties via een kwaliteitsanalyse van de radargegevens (zogenaamde plots). Hierbij wordt nagegaan of de parameters voldoen aan de door Eurocontrol opgelegde normen. De evaluatie van de Approach radars te EBBR en de En-route radars te Bertem en St. Hubert gebeuren op zeer regelmatige tijdstippen.
De dienst was recent nauw betrokken bij de vernieuwing van de radars in Saint-Hubert en de installatie van een nieuwe radar in Luik en zal ook haar steentje bijdragen tot de vernieuwing van de radars te Bertem later dit jaar.
Radarevaluaties omhelzen tevens het onderzoek naar incidenten (trouble reports), overgemaakt door de dienst E/E/Canac. De deelname aan de grote projecten ‘Nieuwe Toren’ en ‘Canac Upgrade’ blijft beperkt tot de technische aspecten. Hier werkt de radardienst samen met de Dienst Systemen van de Afdeling Projectontwikkeling. Ze is nauw bij betrokken bij twee belangrijke projecten: de aankoop en installatie van een nieuwe weerradar en het A-SMGCS project.

<Kader1>
Historiek
Hoewel er reeds op het einde van de 19de eeuw experimenten met radiogolven plaatsvonden, werden de eerste radarsystemen pas in de jaren ’30 van de vorige eeuw gebouwd. Radarsystemen bewezen voor het eerst hun nut gedurende de Slag om Engeland in de Tweede Wereldoorlog (1940) met de detectie van Duitse vliegtuigformaties die vanuit het bezette Frankrijk aanvlogen. De eerste radarinstallaties waren groot en nogal primitief, maar al snel kwamen er verbeteringen. Zo ontstond er na de primaire radar de secundaire radar (IFF genaamd, d.i. Identification Friend or Foe), die bevriende vliegtuigen kan onderscheiden van vijandelijke. Na de Tweede Wereldoorlog stond die technologie ter beschikking van de burgerluchtvaart. Met name de secundaire radar werd sterk verbeterd en er werden ook nieuwe radartoepassingen bedacht.
De eerstvolgende fundamentele verbetering waarbij Belgocontrol betrokken is, betreft de Mode S(elect) radar, een sterk geëvolueerde secundaire radar die –in tegenstelling tot de klassieke secundaire radar– vliegtuigen selectief kan ‘ondervragen’. Dat type radar maakt ook de uitwisseling van bidirectionele informatie mogelijk tussen het radarstation en het vliegtuig. Dat zal de veiligheid van het luchtverkeer, de efficiëntie van de luchtverkeersleiding en de beschikbare capaciteit in het luchtruim ten goede komen.

<Kader 2>
Werking van een radar
Het woord radar is een acroniem voor “radio detection and ranging”. In de burgerluchtvaart onderscheiden we twee types: de primaire en de secundaire radar.
De primaire radar heeft gewoonlijk een reflectorantenne (in paraboolvorm) die met tussenpozen een energiepuls uitzendt. Wanneer een puls een object treft, weerkaatst het objectoppervlak de erop invallende energie, waarvan normaliter een (gering) deel in de richting van de antenne. De (schuine) afstand tot het object wordt bepaald door het meten van de tijd die de pulsen nodig hebben om de heen- en terugweg af te leggen. De positie van de antenne bij ontvangst van de weerkaatste energiepulsen geeft de richting van het object aan. Op die manier wordt de positie (in twee dimensies) van het object bepaald.
Sommige primaire radars zijn niet alleen in staat om de aanwezigheid en de positie van een object te bepalen, maar ook zijn snelheid (in feite alleen de radiale component). Toepassing hiervan is de weerradar. Een andere toepassing maakt zelfs alleen maar gebruik van de snelheid van het gedetecteerde object: de politieradar !
De secundaire radar (SSR) heeft een vlakke antenne en zendt met tussenpauzen een vast aantal pulsen uit. Transponders aan boord van de vliegtuigen detecteren die pulsen en antwoorden in de vorm van een pulstrein. In die pulstrein kunnen de identiteit, de hoogte of de alarmmeldingen gecodeerd worden. Daarnaast berekent de SSR ook de (schuine) afstand en de azimuth (hoekpositie t.o.v. het noorden) van het vliegtuig. De SSR is dus in staat om een 3D-positie van een vliegtuig te bepalen.

 

De commentaren zijn gesloten.