25-09-07

Rusthuizen: Een sector met veel toekomst

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het tijdschrift ING Institutioneel (april 2006).

Rusthuizen: Een sector met veel toekomst

De sector van de rusthuizen en verzorgingsinstellingen is volop in beweging. Schaalvergroting, professionalisering, wijzigingen in het wettelijke kader en in het subsidiebeleid zijn maar enkele belangrijke tendensen. Frank Van de Casteele, National Manager Social Profit ING, volgt de sector op de voet.

De rusthuizensector gaat een mooie toekomst tegemoet. In 2000 telde België 1,8 miljoen inwoners tussen 60 en 80 jaar; 376.000 waren ouder dan 80. Naar verwachting zouden die aantallen tegen 2050 respectievelijk oplopen tot 2,4 en 1,1 miljoen! Die demografische ontwikkeling veroorzaakt nieuwe tendensen in de sector en beïnvloedt tevens het overheidsbeleid.

Van thuiszorg en serviceflat naar het rusthuis

Frank Van de Casteele: “De nood aan rusthuisvoorzieningen neemt zienderogen toe, maar ook de houding tegenover het ouder worden, verandert. Thuiszorg en serviceflats worden sterker gepromoot, terwijl bejaarden pas in de eindfase van hun leven in een rusthuis belanden. De bouw van woon- en zorgcentra met zowel serviceflats als rusthuizen zit dan ook in de lift. Binnen de rusthuizen is er, afhankelijk van de zorgbehoeften van de patiënt, een onderscheid tussen rustoordbedden (ROB) en rust- en verzorgingsbedden (RVT), waarbij de RVT-bedden meer subsidies krijgen. De overheid wenst de ROB’s immers zoveel mogelijk af te bouwen ten voordele van de thuiszorg en serviceflats.”

De strenge reglementering en de overheidsprogrammering op basis van de demografische ontwikkeling maken wildgroei in de sector onmogelijk. Drie hoofdspelers zijn werkzaam op de markt: de Caritaszuil beheerst ongeveer 45 à 50%, de OCMW’s en gemeenten zijn goed voor ca 30%, terwijl commerciële initiatieven de rest voor hun rekening nemen, maar hun aandeel is stijgende.

Schaalvergroting en concentratie

Frank Van de Casteele: “De specifieke regelgeving, de vrij strenge overheidscontrole en de financieringsmodaliteiten hebben gezorgd voor een duidelijke professionalisering in de sector. Kleine rusthuizen met tien tot dertig bedden zijn niet meer rendabel en verdwijnen uit de markt, of worden overgenomen door grotere spelers. Zowel congregaties als commerciële rusthuizen beheren een steeds groter aantal bedden voor een optimale spreiding van de vaste kosten. ING gelooft dat de toekomst vooral is weggelegd voor serviceflats die verbonden zijn aan een rusthuis. Eens een bejaarde in zijn serviceflat te hulpbehoevend wordt, kan hij gemakkelijk doorstromen naar het rusthuis.”

Ook op het vlak van de financiering tekenen zich nieuwe tendensen af. Frank Van de Casteele: “Mensen die van plan zijn later naar een serviceflat te verhuizen, worden nu al bij de financiering van het project betrokken via een door de bank uitgegeven obligatielening (vaak met een looptijd van dertig jaar) waarop ze kunnen intekenen en die hen een woonrecht geeft. De overheid ondernam enkele jaren geleden een soortgelijk initiatief via een BEVAK-formule, maar het woonrecht was niet verbonden aan een welbepaalde serviceflat waardoor de betrokkene het risico liep te moeten verhuizen naar een andere gemeente. Verder wordt ING ook geconsulteerd bij allerhande overnameprojecten, en draagt de bank bij tot een verdere groei van de sector via alternatieve financieringsformules zoals de uitgifte van BEVAK’s en vastgoedcertificaten.”

De opmars van commerciële rusthuizen

Frank Van de Casteele: “De belangrijkste marktontwikkeling situeert zich op het vlak van de commerciële rusthuizen. Grote buitenlandse investeringsgroepen uit onder andere Nederland nemen Belgische rusthuizen over, terwijl privé-investeerders hun krachten bundelen om een verdere groei te verzekeren. Een andere ontwikkeling is de opsplitsing tussen investeerder en uitbater. Voor het opstarten van een nieuw project moet u rekenen op een kostprijs van 50.000 tot 60.000 euro per bed. Een rusthuis met 100 bedden kost de investeerder al gauw 6 miljoen euro. Voor de financiering van een dergelijk project met een klassieke banklening, dient hij 20 tot 25% eigen middelen te voorzien, wat vaak niet evident is. Een aantal kapitaalkrachtige spelers kunnen echter een oplossing bieden. Ik denk bijvoorbeeld aan de overeenkomst tussen Cofinimmo en Restel, waarbij Cofinimmo de investeringskosten draagt, en het rusthuis vervolgens verhuurt aan Restel voor de exploitatie.”

Criteria bij de beoordeling van een financieringsdossier

Hoe wordt een kredietdossier voor een rusthuis bij ING beoordeeld? Frank Van de Casteele: “Rusthuizen vormen een stabiele sector met kleinere bedrijfsrisico’s dan traditionele ondernemingen. Naast de financiële toestand van de investeerder, hechten we vooral belang aan de kwaliteiten en de ervaring van het management. De kunst is om een sociale ingesteldheid te combineren met bedrijfseconomische talenten. Ook de bouwkost is een doorslaggevende factor, want die wordt gedurende een lange periode meegesleept. Vaak komt een rusthuis na verloop van tijd in financiële moeilijkheden omdat de oorspronkelijke bouwkost te hoog was. Uiteraard is die kost afhankelijk van de ligging en de graad van comfort, maar wij zijn van mening dat 60.000 euro per bed haalbaar is. Een andere belangrijke factor is de schuldgraad per bed, die niet te zwaar mag doorwegen op de exploitatie. We bestuderen ook de financiële plannen, gaan na of de prognoses realistisch zijn, en nemen op die basis de uiteindelijke beslissing.”

Wijziging in het Vlaamse subsidiebeleid

In het verleden konden de pure non-prof initiatieven (zoals de Caritas vzw’s) voor subsidiëring aankloppen bij het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA). Het VIPA subsidieerde 60% van de investeringskosten tot een welbepaald plafond, terwijl de overige 40% werd ontleend met een waarborg van de Vlaamse Gemeenschap. Gezien de hoge investeringskosten bleek het beschikbare budget ontoereikend om alle noden te dekken, waardoor de Vlaamse regering recent een nieuw decreet uitvaardigde dat een subsidieregeling in de tijd voorziet. Het is wel nog wachten op de uitvoeringsbesluiten. Frank Van de Casteele: “De investeerder zal zijn project financieren via een banklening, gewaarborgd door de Vlaamse overheid. De aflossing van de lening wordt vervolgens gesubsidieerd door het VIPA, rekening houdende met de ERS-neutraliteit (Europees Stelsel der Rekeningen). Op die manier zal de Vlaamse overheid meer projecten kunnen ondersteunen dan vandaag het geval is. ING staat in elk geval klaar met aangepaste financieringsformules om de noodzakelijke groei van de sector te ondersteunen.”

 

19:01 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 030, economie en financien |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.