06-11-07

Arbeidsduurverlenging: een onvermijdelijke evolutie?

Deze tekst werd geschreven in februari 2005 in opdracht van Publitec voor ING Onderneming.

Arbeidsduurverlenging: een onvermijdelijke evolutie?

Kunnen we onze levensstandaard nog vrijwaren zonder langer te gaan werken? We stelden de vraag aan Peter Vanden Houte, Chief Economist van ING en Jean-Charles Wibo, CEO van Vlassenroot.

In veel West-Europese landen woedt een debat over werktijdverlenging. In Frankrijk ligt de 35-urenweek zwaar onder vuur, in Duitsland stapten verschillende bedrijven zoals Siemens en DaimlerChrysler over van de 38- naar de 40-urenweek zonder loonsverhoging, en ook in België was werktijdverlenging een centrale werkgeverseis tijdens de interprofessionele onderhandelingen. De gemiddelde arbeidsduur ligt in België immers een stuk lager dan in de meeste andere Europese landen.

De visie van de economist
 
Peter Vanden Houte: “België bengelt samen met Nederland en Frankrijk onderaan de rangorde, in tegenstelling tot wat velen denken. In de debatten goochelen de betrokken partijen vaak met statistieken waarbij ze naargelang hun doelstellingen verschillende parameters gebruiken. Bovendien verschilt de papieren werktijd aanzienlijk van de werkelijke werktijd.”

Realiteit onder ogen zien

Aan de grondslag van het debat liggen twee belangrijke fenomenen. Door de toenemende vergrijzing zal de actieve bevolking binnenkort niet langer de alsmaar groeiende groep ouderen kunnen financieren. Anderzijds neemt door de uitbreiding van de Europese Unie de concurrentie met nabijgelegen lageloonlanden sterk toe. Om te overleven, zien veel bedrijfsleiders geen andere mogelijkheid dan loonsvermindering of arbeidsduurverlenging.
Peter Vanden Houte: “Het probleem is dat we morgen moeilijker inkomsten zullen genereren en tegelijk meer uitgaven zullen hebben. Tegenstanders beweren vaak dat arbeidsduurvermindering zal leiden tot minder arbeidsplaatsen en een stijging van de werkloosheid. Dat is een valse redenering, want de hoeveelheid werk is geen vast gegeven. Uit de cijfers blijkt dat mensen meer uitgeven wanneer hun inkomen stijgt. En naarmate ze meer uitgeven, creëren ze meer werk. Met andere woorden: hoe meer we werken, hoe meer werk we genereren.”

Wat is de oplossing?

Volgens Peter Vanden Houte knelt het schoentje bij de arbeidsparticipatie: in ons land zijn te weinig mensen aan het werk om de productie per capita daadwerkelijk op te drijven; hetgeen nodig is om onze welvaart op peil te houden. In de categorie 55- tot 65-jarigen is minder dan 30% actief, tegenover meer dan 40% in de hele EU en 50 tot 60% in de Scandinavische landen. Waarom zijn er niet meer inspanningen om de oudere garde te activeren? Peter Vanden Houte: “Dat blijkt in de praktijk niet zo gemakkelijk. Een van de problemen is de te lage scholingsgraad van de 55-plussers. Een andere optie is de afbouw van onze sociale zekerheid, maar dat ligt politiek veel te gevoelig. De oplossing ligt daarom elders. We moeten een hogere toegevoegde waarde creëren per werknemer, door een specialisatie van onze economie, meer scholing en vorming. De cijfers bewijzen het: een verlenging van de scholing met één jaar resulteert in een stijging van 4 tot 7% van de toegevoegde waarde per capita.”

Werktijdverlenging is vooral belangrijk voor arbeidsintensieve bedrijven. Peter Vanden Houte: “Zij gaan sowieso een bijzonder moeilijke periode tegemoet, want internationale spelers vinden elders steeds gemakkelijker goedkopere productiemogelijkheden. Op andere vlakken heeft ons land wel troeven. Hooggeschoolden verdienen hier niet veel meer dan de middelmaat. Kennis en knowhow zijn relatief goedkoop, en dat zullen we in de toekomst moeten uitspelen.”

De visie van de bedrijfsleider

Jean-Charles Wibo staat sinds 1996 aan het hoofd van het metaalverwerkend bedrijf Vlassenroot in Groot-Bijgaarden. Onder zijn dynamische leiding vervijfvoudigde het personeelsbestand van de groep WIBO.  Ook hij is resoluut: de activiteitsgraad moet absoluut omhoog, anders wordt de toestand onhoudbaar.

Arbeidsmobiliteit verhogen en langer werken

Het eerste probleem dat JC Wibo aankaart, is het gebrek aan arbeidsmobiliteit: “Ondanks de hoge werkloosheidsgraad vinden bepaalde bedrijven geen werknemers. Daarom zou de overheid werklozen moeten aanmanen om ook tien tot vijftien kilometer van huis werk te aanvaarden. Zo zoeken wij tevergeefs naar extra arbeiders, terwijl het Brussels Gewest een paar kilometer verderop meer dan 20% werklozen telt. De regionalisering heeft tot een versnippering van de bevoegdheden geleid waardoor er geen sprake meer is van een algemeen beleid.”
Dat we met ons allen langer zullen moeten werken, staat volgens JC Wibo als een paal boven water. De vakbonden zijn echter resoluut tegen en de politici missen de nodige moed om hiertoe de nodige maatregelen te nemen. Maar ook de ondernemers hebben boter op het hoofd. JC Wibo: “Grote bedrijven en multinationals zijn vaak vragende partij om het brugpensioen te behouden omdat ze zo op een goedkope manier zich kunnen ontdoen van hun sociaal passief. Maar ook de bedrijfswereld moet correct zijn: je kan niet aan de klaagmuur staan en tegelijk profiteren van de overheid.”

Hogere nettolonen en werktijdverlenging

Het gebrek aan politieke moed zal ons naar een punt leiden waarop we zullen verplicht worden langer te werken, zoniet valt ons sociaal zekerheidsstelsel in duigen. Daarnaast moet de arbeidskost stevig omlaag en de werktijd omhoog. JC Wibo: “De huidige arbeidsreglementering beantwoordt niet langer aan de economische marktomstandigheden. De wereld is een dorp en de globalisering is niet meer te stuiten. De regering heeft tot doel 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, maar ze dient vooral maatregelen te nemen om de bestaande jobs te behouden. Wat vandaag gebeurt met de textiel, staat morgen de metaalsector te wachten. De enige manier om delokalisatie een halt toe te roepen en onze concurrentiekracht te herstellen, is de werkduur optrekken tot 40 uur per week, tegen hetzelfde salaris.”
Is dat sociaal haalbaar? “Onze werknemers zijn bereid om langer te werken,” zegt JC Wibo. “Maar de hoge sociale lasten werken demotiverend. De totale arbeidskost moet omlaag, zodat het nettoloon kan stijgen.”
Volgens JC Wibo ligt de oplossing in een fikse afslanking van de overheid: “Er bestaat een wanverhouding tussen de werkgelegenheid in de overheid en die in de privé. Bovendien werkt de staat inefficiënt, en is er dringend nood aan modernisering en afbouw van de administratieve rompslomp!”

Verlenging van de werktijd, verhoging van de activiteitsgraad, daling van de arbeidskost zijn in elk geval hete hangijzers die de politieke agenda in de komende jaren zullen blijven bepalen.

 

10:22 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 037 |  Facebook |

Communicatie: een belangrijke peiler van de luchtverkeersveiligheid

Onderstaande tekst dateert van juli 2001. Ze werd geschreven voor Belgocontrol (in opdracht van Corporate Profiles)

Communicatie: een belangrijke peiler van de luchtverkeersveiligheid

Binnen de boomstructuur van Belgocontrol, staat Bart Knaeps aan het hoofd van de afdeling met de meest ondoorgrondelijke titel: “MSS/VCSS”. “Je zou onze afdeling ook gewoon ‘communicaties’ kunnen heten”, lacht Bart Knaeps aan het einde van dit boeiende gesprek, waarin hij ons wegwijs maakt doorheen het met afkortingen doorspekte labyrint van één van de hoofdpeilers waarop de luchtverkeersveiligheid rust: communicatie.

Communicatiesysteem

Kunt u de afdeling MSS/VCSS situeren binnen de structuur van Belgocontrol en vooral uitleggen waar die cryptische titel voor staat?
Bart Knaeps: “Binnen het departement ‘uitrustingen’ bevinden zich twee hoofdafdelingen: projectontwikkeling en engineering. De dienst MSS/VCSS maakt deel uit van de engineeringafdeling, die in essentie instaat voor het onderhoud van alle nieuwe systemen die Belgocontrol binnenkomen. MSS staat voor Message Switching System en is een datacommunicatiesysteem, VCSS is de afkorting van Voice Communication Switching System en dus een vocaal communicatiesysteem. Onze dienst telt een vijftigtal medewerkers en staat 24 uur op 24 paraat. We hebben wel nood aan vernieuwing, want heel wat medewerkers, vooral technici, naderen de pensioengerechtigde leeftijd.”

Snel en veilig

Bart Knaeps: “VCSS beheert zowel het telefoonverkeer tussen verkeersleiders onderling en dat met hun collega’s uit de naburige centra, als de radiocommunicatie tussen verkeersleiders en piloten. Die communicatie moet snel en vlot kunnen verlopen. Daarom beschikken de verkeersleiders over bedieningspaneeltjes waarbij ze alleen maar een toets moeten indrukken om de gewenste verbinding met een collega tot stand te brengen. Intern beschikken wij hierbij over een intercomsysteem, terwijl we voor de verbindingen met de naburige centra gebruik maken van gehuurde lijnen. Al die verbindingen zijn verweven in een netwerk, zodat bij defect de communicatie dankzij een reroutingsysteem gegarandeerd blijft.”

Radiocommunicatie

Bart Knaeps: “Naast het telefoonsysteem is VCSS verantwoordelijk voor de radiocommunicatie tussen verkeersleiders en piloten. Hierbij maken we gebruik van lokale zenders en ontvangers op de luchthaven. Eenvoudig uitgelegd: wij zorgen ervoor dat het juiste signaal bij de juiste persoon terechtkomt. De ‘hardware’ valt onder de verantwoordelijkheid van Armand Van Cappellen van NAV/COM. De apparatuur op Brussel Nationaal is evenwel niet krachtig genoeg om te communiceren met vliegtuigen die zich in de uiterste hoeken van het Belgische luchtruim bevinden. Daarom hebben we remote stations in Luik, Saint-Hubert en Oostende die we vanuit CANAC kunnen bedienen.”

Aanverwante systemen

Bart Knaeps: “Onder onze dienst ressorteren een aantal systemen die rechtstreeks met communicatie te maken hebben. Zo worden alle telefoon- en radiogesprekken permanent op banden opgenomen die we gedurende dertig dagen bewaren. Hetzelfde geldt voor de radarbeelden. Deze maatregel is noodzakelijk om bij incidenten of ongevallen een nauwkeurig onderzoek te kunnen voeren naar de oorzaken. Indien zich een ‘bijna botsing’ voordoet, kunnen we aan de hand van de tapes nagaan wat er precies gebeurd is, wie verantwoordelijk was, of we de procedures niet moeten bijschaven… De regionale luchthavens kennen een gelijkaardig systeem.”

Back-up

Bart Knaeps: “U kunt zich voorstellen dat een defect aan het communicatiesysteem rampzalige gevolgen zou hebben. Zonder radiocommunicatie kunnen we het luchtruim wel sluiten. Daarom hebben we back-upsystemen voorzien die kleiner zijn dan het hoofdsysteem, maar dezelfde functies hebben. Het is operationeel sinds ’93, maar we hebben het gelukkig nog nooit nodig gehad, behalve bij jaarlijkse oefeningen.

Teletekst voor verkeersleiders

Bart Knaeps: “Een ander aanverwant systeem is het zog. ADIDS, Aeronautical Digital Information Display System. U kunt het best vergelijken met teletekst op de televisie. ADIDS biedt verkeersleiders de mogelijkheid om allerlei informatie op te vragen in paginavorm: meteorologische gegevens, allerhande luchthaveninformatie, windsnelheid, windrichting, zichtbaarheid, welke landingspiste moet gebruikt worden… Ook militaire informatie, een lijst van nuttige telefoonnummers zodat een verkeersleider bijvoorbeeld meteen een nabijgelegen hospitaal kan contacteren als een piloot melding maakt van een zieke aan boord… Wij maken zelf pagina’s aan, andere informatie is afkomstig van externe computers die in leesbare paginavorm wordt omgezet. Zo kan een verkeersleider op zijn ADIDS-scherm een 500-tal informatiepagina’s opvragen.”

Een wereld van informatie

Bart Knaeps: “De tweede pijler van onze afdeling is MSS, het Message Switching System, ook COM3 genoemd. U kunt deze dienst het best vergelijken met een centrale, waar continu een reusachtige hoeveelheid datagegevens binnenstroomt vanuit alle hoeken van de wereld en die tevens als doorgeefluik dient om de relevante informatie door te sluizen naar de geïnteresseerde gebruiker. Binnen deze dienst onderscheiden we enerzijds “Telecommunications & related systems” met ingenieurs en technici die instaan voor het onderhoud van de hardware, en anderzijds “Data Communications & Software” dat bemand wordt door systeemoperatoren die  het operationeel onderhoud voor hun rekening nemen.

Over welke informatie spreken we hier?
Bart Knaeps: “Meteorologische gegevens van o.m. Toulouze, Bracknell, Genève…, radarbeelden, vluchtplannen van het AFTN-netwerk… Wij filteren hieruit alle informatie die van belang is voor CANAC en controleren ze op fouten. Uiteraard gebeurt dit vrijwel volledig automatisch. Naast het verzamelen van de relevante informatie, sturen wij die ook door naar de belanghebbenden. Wij sturen bijvoorbeeld informatie door naar de militairen, Eurocontrol, Maastricht… Het probleem is dat al die centra verschillende systemen hanteren, zodat wij de lijnen, protocols, modems, snelheden e.d. voor elkeen moeten aanpassen.

Wat is het verband met het Automation System (AS)?
Bart Knaeps: “Wij verschaffen het AS radarbeelden en vluchtplannen. Deze gegevens zijn echter gecodeerd en onleesbaar voor de verkeersleiders. Het AS zet deze data om in begrijpbare beelden.”

Aanverwante systemen

Bart Knaeps: “Ook aan deze centrale zijn verschillende systemen verbonden, zoals BNASC, de Belgian National Aeronautical Information System Center,  DPN-100 die instaat voor de verspreiding van de vluchtplannen en last but not least: de moederklok die ervoor zorgt dat alle computersystemen exact dezelfde tijd hanteren. Wij ontvangen het signaal vanuit Frankfurt en sturen het door naar alle nodige diensten van Belgocontrol en BIAC. Het spreekt vanzelf dat alle systemen exact dezelfde tijd moeten hanteren want enkele seconden verschil kan rampzalige gevolgen hebben.”

De sprekende computer

Bart Knaeps: “Ook BAVART is een belangrijk related system, dat enerzijds informatie ontvangt en doorstuurt naar ADIDS, maar anderzijds deze data ook omzet in een computergestuurde stem, die op een bepaalde frequentie wordt uitgezonden. Piloten kunnen zodoende op een eenvoudige manier allerlei informatie ontvangen over meteorologische omstandigheden, windsnelheid, zichtbaarheid, landingspistes… 

Naar COM4

Bart Knaeps: “Het nieuwe project CANAC upgrade voorziet dat we ons hele communicatiesysteem zullen moderniseren en digitaliseren. Ook het BAVART-systeem wordt gedigitaliseerd en uitgebreid naar de regionale luchthavens. In de afgelopen tien jaar is het aantal boodschappen dat COM3 jaarlijks te verwerken heeft, verachtvoudigd. In 2000 werden 80 miljoen boodschappen verstuurd, dat zijn er gemiddelde twaalf per seconde. De evolutie is zo dat steeds meer gestandaardiseerde instructies en informatie worden geautomatiseerd, zodat de piloten ze op een schermpje kunnen volgen. Zo kan de zendtijd tussen piloten en verkeersleiders worden ingekort en op termijn worden beperkt tot het essentiële.” 


Lexicon 

  • - ADIDS: Aeronautical Digital Information Display System
    - AFTN: Aeronautical Fixed Telecommunication Network
    - AS: Automation System
    - ATIS: Automatic Terminal Information Service
    - BAVART: Brussels ATIS and VOLMET Automatic Radio Transmission
    - BNASC: Belgian National Aeronautical Information System Center
    - CANAC: Computer Assisted National Air Trafic Control Center
    - MSS: Message Switching System
    - VCSS: Voice Communication Switching System
    - VOLMET: (< Frans) Meteorologische informatie voor vliegtuig in de vlucht
     

 

10:20 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 036 |  Facebook |

05-11-07

Metrodossier Big Four opent jacht op jong talent

Tekst geschreven in opdracht voor Headline Publishing Agency, voor Concreet (Concentra Media – januari 2004)


Metrodossier Big Four opent jacht op jong talent

Jos Hermans (KPMG): “Metro is een zeer waardevol communicatiekanaal naar jongeren toe, dat we zeker nog zullen inzetten.”

De advertentiemarkt is al een tijdlang overtuigd van de kracht van Metro als communicatiemiddel. Ook op de markt van werkaanbiedingen heeft Metro duidelijk zijn sporen verdiend. Dat vindt ook Jos Hermans, directeur marketing en communicatie van KPMG in België: “De massaoplage, de grote toegankelijkheid en het makkelijk bereik maakt van Metro een bijzonder interessant medium, zeker naar jonge mensen toe.”  Jos Hermans spreekt uit ervaring, want KPMG kreeg een significante respons op zijn jobadvertentie in Metro. 
 
De grote middelen

In november 2003 pakte Metro voor het eerst uit met een uitgebreid dossier over de vier belangrijkste internationale consultancybureaus die actief zijn in België: Deloitte & Touche, Ernst & Young, KPMG en Price WaterhouseCoopers. Het dossier over de Big Four is de resultante van het eerste gemeenschappelijke project van de drie hoofdpijlers van de krant: de redactie, de distributie en de commerciële afdeling. Voor de samenstelling van het dossier kregen de vier consultancybureaus een tiental vragen voorgeschoteld, telkens rond een bepaald thema. Het dossier liep een week lang, van maandag tot vrijdag, en kreeg via een speciaal ontworpen logo een ereplaatsje op de voorpagina. De laatste vijf pagina’s brachten telkens twee thema’s. Onderwerpen waren o.a. het toelichten van de activiteitensector, de sleutelwaarden en de bedrijfsfilosofie, de invloed van fusies en marktevoluties, de aanwervingpolitiek, enz. Tegelijkertijd stelde Metro voor om gedurende die week in elke editie een jobadvertentie te plaatsen. Promoboys zouden de krant immers rechtstreeks verdelen aan laatstejaarsstudenten Toegepaste Economische Wetenschappen en Rechten. De adverteerders mochten zelf tien campussen uitkiezen waar de krant zou verdeeld worden. Een aanbod dat de Big Four niet konden weigeren. Price WaterhouseCoopers nam zelfs een volledige advertentiepagina voor zijn rekening en werd sponsor van de campagne. Naast de krant, kregen de studenten ook een gratis balpen van PWC toegestopt.

Doelgerichte campagne

Zowel de doelgroep als het tijdstip van de campagne waren strategisch gekozen. Karen Van den Bremt, Recruitment Officer Ernst & Young Bedrijfsrevisoren: “Het artikel verscheen voor ons op een perfect tijdstip. Aan het begin van het academiejaar geven wij het startschot van de rekruteringscampagne voor onze auditafdeling. In december organiseert Ernst & Young twee weekends waarop we telkens honderd studenten uitnodigen voor een volledige assessment. Nog voor Kerstmis laten we weten wie een contract krijgt aangeboden. Metro werd een week lang verdeeld op de campussen, zodat we zeker waren dat onze doelgroep werd bereikt. En als toemaatje konden we ook het 'vaste' publiek van Metro aanspreken.” 
Analoog organiseerde KPMG onder de slagzin ‘A Job in one Day’ op 6 december een rekruteringsdag. Jos Hermans: “KPMG is op zoek naar 50 tot 60 kandidaten om bij ons te komen werken als junior auditor of belastingsconsultant. We richten ons op laatstejaarsstudenten Toegepaste Economische Wetenschappen en Rechten, eventueel aangevuld met een specialisatie fiscaliteit. We wilden met onze communicatiecampagne een brede groep bereiken waaruit we een honderdtal kandidaten wensten te selecteren om uit te nodigen op het evenement van 6 december. Uit die groep hebben we vervolgens 60 kandidaten geselecteerd die meteen in aanmerking komen voor een job bij KPMG. De genodigden hadden dus een kans op twee om tegen het einde van de dag naar buiten te wandelen met een job in het vooruitzicht.” 
 
Communicatiemix

Het succes van de campagne betekent niet dat Metro alle pluimen op eigen hoed wil spelden. “De respons van de studenten was dit jaar enorm,” vertelt Karen Van de Bremt, “maar ik kan niet zeggen dat dit enkel door de campagne in Metro kwam. Studenten reageren meestal naar aanleiding van verschillende impulsen: de jobdays, jobfairs, advertenties in schoolkrantjes, advertenties in de jaarboeken, enz. We hebben wel verschillende cv's ontvangen van mensen met ervaring, specifiek naar aanleiding van het artikel in Metro. Ook Jos Hermans wijst erop dat de respons van de sollicitanten een gevolg is van een communicatiemix: “We hebben drie hoofdmiddelen ingezet: deelname aan bedrijfspresentaties op campussen, radiospotjes op Studio Brussel en Radio 21, en de campagne in Metro. Metro leek ons de meest geschikte krant, gezien de grote oplage en de specifieke actie naar onze doelgroep. Bovendien is het een krant die veel studenten beschouwen als ‘hun’ blad. Als we onze bedrijfspresentatie even buiten beschouwing laten, dan schatten wij de respons via Metro vijf keer hoger in dan de rest: vijf keer meer studenten herinnerden zich expliciet onze advertentie in Metro. Dat bewijst dat Metro een bijzonder waardevol communicatiekanaal is om universiteitsstudenten te bereiken.”
KPMG is overigens een van eerste bedrijven die Metro dagelijks ter beschikking stelt aan de 500 personeelsleden die werken op het Brusselse hoofdkantoor. Sindsdien is de opmars van Metro in de bedrijven niet meer te stuiten. Het blad heeft o.a. een vaste stek veroverd bij ING, Fortis, Merck Sharp & Dome, Procter & Gamble, en nog vele andere.
  
De ‘Big Four’-campagne is zeker voor herhaling vatbaar. Van 26 tot 30 januari pakte Metro al uit met een speciaal dossier om meer licht te werpen op de overheidssector. Metro bracht hiertoe de verantwoordelijke ministers van Tewerkstelling van de verschillende regeringen rond tafel. Later op het jaar komen de distributiesector, FMCG (fast moving consumer goods), Interim, IT en Young Potentials onder de schijnwerpers. Stuk voor stuk campagnes die het unieke profiel van Metro op de markt van werkaanbiedingen nog sterker in de verf zullen zetten.

16:16 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 035 |  Facebook |