04-01-08

Nieuwe tendensen op het vlak van vermogensbeheer

Onderstaande tekst dateert van juni 2007. Ze werd geschreven in opdracht van Headline Publishing voor Delta Lloyd Magazine.

Nieuwe tendensen op het vlak van vermogensbeheer

De markt van het persoonlijke vermogensbeheer is volop in beweging. Voor elke categorie van belegger lijkt er wel een aparte service te bestaan. Vermogensbeheer wordt ook democratischer. Instapdrempels worden lager en voor de diensten van een personal financial planner bestaat zelfs geen strikte benedengrens. Verder laten ook fiscale wetten, Europese spaar- en andere richtlijnen hun sporen na op het vermogenslandschap. Tijd voor een debat aan de lunchtafel. Schuiven mee aan tafel: René Sempels, Private Life & Group Consultant Delta Lloyd Life, Annick Bellekens, Concept Coach Private Banking Delta Lloyd Bank, Joris Cnockaert, Directeur Private Banking & Vermogensplanning Delta Lloyd Bank en Jo Rossou, Group Consultant Delta Lloyd Life.

DL MAGAZINE: Steeds meer beroepen zijn actief op het vlak van vermogensbeheer: de private banker, de personal banker, de personal financial planner, de successieplanner... Hoe onderscheiden ze zich van elkaar?
JORIS CNOCKAERT: “Cliënten willen steeds meer een totaalbeeld op hun vermogen en ruimer advies. Die tendens doet denken aan het rentmeesterschap in de middeleeuwen. De rentmeester was een vertrouwenspersoon die de edelman gedurende heel zijn leven financieel begeleidde. Daar waar de private banker zich vroeger puur toespitste op het investeringsbeleid, moet hij vandaag ook aandacht hebben voor successieplanning, structurering van het vermogen, financiële planning... In het zog heb je een hele reeks andere beroepen zoals belastingconsulenten, fiscaaljuridische adviseurs, enzovoort. Er komen dus heel wat specialisten samen op hetzelfde terrein, waardoor overlappingen onvermijdelijk zijn.”
ANNICK BELLEKENS: “Het is voor een privé-persoon onmogelijk om die complexe materie te volgen, vandaar de stijgende behoefte aan een totaalconcept. De vermogensbeheerder evolueert van puur portefeuillebeheerder naar private banker en financial planner die alle deelgebieden covert.”
JO ROSSOU: “Anderzijds zijn er geen echte generalisten meer juist omdat alles zo complex is geworden. Elk deelgebied is een job op zich: vermogensbeheerder, belastingsconsulent, accountant, successieplanner… Maar de cliënt wil bij voorkeur begeleid worden door één persoon. Een Belg heeft het er nog altijd moeite mee om te betalen voor advies. Bovendien kan een adviseur pas goede raad geven als hij over alle informatie beschikt. Dat is lang niet altijd het geval, hoewel de jongere generatie meer open is op dat vlak.”

DL MAGAZINE: Wat is het verschil tussen personal banking en private banking?
JORIS CNOCKAERT: “What’s in a name? Elke bank hanteert een beetje haar eigen definitie. Er is wel een gradatie naargelang de grootte van het vermogen: van relatiebankier over personal banker tot private banker. Maar de scheidingslijnen variëren van bank tot bank.”
ANNICK BELLEKENS: “Een personal banker houdt zich vooral bezig met het beheer van de portefeuille, terwijl een private banker bijkomende diensten aanbiedt zoals successieplanning en fiscale planning.”
RENE SEMPELS: “Private banking is strikt genomen de financiële planning van vermogens, waarbij een beroep wordt gedaan op verschillende competenties. Die dienst is weggelegd voor grotere vermogens, maar het begrip is vandaag fel uitgehold. Sommige banken spreken al van private banking voor vermogens vanaf 50.000 of 100.000 euro, maar laten we ernstig blijven, daarvoor kan je niets doen. In werkelijkheid krijgt de cliënt een geprivilegieerde toegang tot een website waar hij de geschatte waarde van zijn beleggingsportefeuille kan opvolgen. Dat geeft hem de indruk te genieten van een verpersoonlijkt beheer, maar in werkelijkheid gaat het om een gepersonaliseerde communicatie. De verpakking is belangrijker dan de inhoud. Voor de rest zie ik twee belangrijke tendensen op de markt: de komst van de financial planners die een zeer algemene benadering hebben, en van de family offices die aan vermogensplanning doen voor de echt grote fortuinen.”
JO ROSSOU: “De instapdrempel voor private banking was vroeger 1 miljoen euro. Een grote groep cliënten met een vermogen tussen 250.000 en 1 miljoen euro had geen toegang tot die service. Het is die markt die nu volop aan het openbreken is.”
JORIS CNOCKAERT: “Private banking was ook vooral weggelegd voor oudere cliënten. Door de verlaging van de instapdrempels, maar ook door een gunstiger fiscaal regime voor vermogensoverdracht stellen we een verjonging van het doelpubliek vast.”

DL MAGAZINE: Wat is het verschil tussen private banking en personal financial planning?
SERGE SOETEWEY: “De financiële planner dient niet alleen een analyse te maken van de activa zoals roerende en onroerende waarden, maar ook van de passiva zoals schulden, hypotheeklening enzovoort van de cliënt. Een andere taak is een studie maken van de toekomstige ontwikkeling van het patrimonium om de grote richtlijnen te bepalen voor de problematiek rond rente-uitkeringen na pensionering, opvolging, schenkingen. Tot slot geeft hij zijn cliënt advies over de manier waarop hij zijn vermogen kan beschermen. Zijn opdracht is dus ruimer dan die van een vermogensbeheerder.”
RENE SEMPELS: “Voor personal financial planning is ook geen instapdrempel vereist. Vrijwel elk vermogen verdient persoonlijke financiële planning. Het is een heel pragmatische benadering. De financial planner verkoopt bovendien geen producten, maar advies. Op dat vlak merk ik een cultureel verschil tussen het noorden en het zuiden van het land. In Vlaanderen geraakt financieel advies tegen betaling stilaan ingeburgerd, maar in Wallonië heerst nog de opvatting dat dit gratis moet zijn.”
JORIS CNOCKAERT: “Personal financial planning is ontstaan vanuit de vraag van de cliënt, die het nog altijd moeilijk heeft om te betalen voor financieel advies. Hij klopt daarom met allerhande vragen aan bij zijn bankier, vaak over fiscale aspecten van de verschillende producten, maar ook andere, zoals over zijn huwelijkscontract of de gevolgen van de nieuwe wetgeving op samenwonenden. De cliënt krijgt die service gratis en betaalt indirect via de producten en diensten die hij afneemt. Maar waar hij in werkelijkheid nood aan heeft, is een generalist die het totaalplaatje ziet.”
JO ROSSOU: “En die best een onafhankelijke persoon is. Een bank of verzekeraar mag die service wel aanbieden, maar ik denk dat het raadzaam is om vanaf een bepaald niveau de cliënt door te sturen naar een personal financial planner. We moeten echter ook eens spreken over de ethiek en de beroepsaansprakelijkheid van het beroep. Gelukkig bestaat er sinds kort de Belgische Vereniging voor Financiële Planning die een programma heeft dat beantwoordt aan de internationale standaard, vastgesteld door de European Financial Planning Association.”
RENE SEMPELS: “Zolang het beroep in België geen wettelijke erkenning geniet, is het niet evident om financial planner te worden. Het is in ieders belang dat de professionals orde scheppen in hun beroep, dat ik graag vergelijk met dat van een architect. Hij luistert naar zijn cliënt en werkt voorstellen uit die het best aansluiten bij diens behoeften. De cliënt kan dan kiezen voor een ‘sleutel op de deur’-oplossing, of shoppen bij verschillende leveranciers. In de VS waar 130.000 financial planners opereren, krijgt de cliënt de keus uit vijf goede oplossingen waaruit hij degene kiest waar hij zich het best bij voelt.”

DL MAGAZINE: Hoe onpartijdig is een financial planner?
JORIS CNOCKAERT: “De objectiviteit van de financiële planner is ontzettend belangrijk. Bij de grote spelers op de markt kan die objectiviteit wellicht in vraag worden gesteld. We stellen vast dat ze soms verwijzen naar dezelfde producten, dezelfde immobiliënmakelaars… Beroepsethiek en reglementering zijn dus zeker aan de orde.”
JO ROSSOU: Sommige zogenaamde financiële planners maken hun analyses al op voorhand en zien financial planning als een instrument om producten te verkopen, maar dat is nu net wat het niet mag zijn. Vijf jaar geleden hebben vrijwel alle grote verzekeringsmaatschappijen zich daaraan bezondigd. Vandaag krijgen we echter meer echte, onafhankelijke financial planners op de markt. Banken en verzekeraars van hun kant, kunnen cliënten al een heel stuk op weg helpen met kleine tips. Bijvoorbeeld hen erop attent maken dat ze niet echt behoefte hebben aan successieplanning gezien het gunstige fiscale regime. Of dat ze een kleine wijziging moeten laten aanbrengen in hun huwelijkscontract. Veel huwelijkscontracten bevatten immers nog altijd een “langs leeft al”-clausule die vandaag niet meer nodig is, maar wel fiscaal bestraft wordt. Als je dergelijk advies geeft, win je cliënten voor het leven.”

DL MAGAZINE: Zijn er nog andere opmerkelijke trends op vlak van vermogensbeheer?
ANNICK BELLEKENS: “Op het vlak van beheer is er een verschuiving naar een open architectuur, waarbij fondsen buiten het eigen huis worden aangeboden. Daardoor kan de instapdrempel ook worden verlaagd. Zo biedt Delta Lloyd Bank private banking aan voor portefeuilles vanaf 250.000 euro.”
SERGE SOETEWEY: “Een open architectuur, ja. Maar wel gekoppeld aan een volatiliteitanalyse van de samenstelling van de portefeuille, in overeenstemming met het risicoprofiel van de cliënt en om de risico’s te verminderen in functie van de marktontwikkeling. “
JORIS CNOCKAERT: “De cliënt de beste fondsen in de markt aanbieden, is niet alleen intellectueel correct, maar vergroot ook onze geloofwaardigheid. De fijnheid van een open architectuuraanpak zit in de objectieve selectie van de beste fondsen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Wat absoluut niet kan, zijn op voorhand afgesloten akkoorden met financiële partners om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid fondsen af te nemen.”

DL MAGAZINE: Verdedigt een bank die eigen fondsen aanbiedt niet eerder haar eigen belangen boven die van de cliënt?
ANNICK BELLEKENS: “Zo’n bank verkoopt die fondsen niet alleen via de eigen kanalen, maar probeert die ook aan te bieden via tegenpartijen. Op die manier is iedereen extra gemotiveerd om goede fondsen te creëren.
JO ROSSOU: “Op dat vlak hebben de kleine banken het pleit gewonnen. De grote spelers hebben de open architectuur lang proberen tegen te houden. Ze waren alleen voorstander als hun eigen fondsen in de open architectuur zaten. De kleine banken wilden ook samenwerken met grote vermogensbeheerders die anders onbereikbaar waren voor particulieren. Door de open architectuur werd dat wel mogelijk.”
RENE SEMPELS: “Geloofwaardigheid speelt op dat vlak een zeer belangrijke rol. Als je werkt met “het product van de maand” en daaraan gekoppelde verkoopdoelstellingen, veroorzaak je ontgoocheling bij de cliënt. Het is een visie op korte termijn. Een ketting is maar zo sterk als zijn zwakste schakel. Als je geloofwaardig wil zijn, moet je openstaan voor de concurrentie.”

DL MAGAZINE: Wat kan een cliënt doen tegen slecht advies?
ANNICK BELLEKENS: “De vraag is: wat is slecht advies? Soms begint het al met een verkeerde profielkeuze. Iemand met een conservatief profiel die de meute wil volgen en toch belegt in aandelen. Als de beurs daalt, vindt hij dat hij slecht advies heeft gekregen.”
JORIS CNOCKAERT: “Binnenkort komt een strengere reglementering met betrekking tot het risicoprofiel. Als een bank een cliënt producten verkoopt die niet beantwoorden aan zijn beleggerprofiel, zal hij daarop kunnen worden aangesproken.”
JO ROSSOU: “Het probleem is dat het risicoprofiel kan veranderen. Een cliënt met een defensief profiel die onverwacht erft, kan opeens toch kiezen voor de beurs.”

DL MAGAZINE: Is het verdwijnen van effecten aan toonder een voorbode van een vermogensbelasting?
JORIS CNOCKAERT: “De dematerialisering van effecten kadert in een internationale tendens naar meer transparantie, compliance en antiwitwaspraktijken. Door de veranderlijke, complexe en soms tegenstrijdige fiscale omgeving in België, ziet men er hier de voorbode in van een vermogensbelasting, maar beide hebben niets met elkaar te maken. Ik verwacht geen vermogensbelasting omdat we dan onvermijdelijk weer kapitaalsvlucht krijgen.”
ANNICK BELLEKENS: “Ervaring uit het buitenland leert dat de kost van het registreren van alle vermogens vaak niet opweegt tegen de opbrengst van een vermogensbelasting.
JO ROSSOU: “Mocht het ooit zover komen, dan zal dat in een Europese context zijn. Maar in dat kader voorzie ik andere belastingsvormen. Zo viseert de Europese spaarrichtlijn van 2005 enkel intresten. Tak 23-producten blijven buiten schot. Gevolg: een vlucht naar die soort van producten. Maar de richtlijn bepaalt ook uitdrukkelijk dat ze om de drie jaar kan worden herzien… We weten dus wat ons te wachten staat.”
JORIS CNOCKAERT: “We moeten inderdaad meer rekening houden met nieuwe belastingen op beleggingsproducten die tot nu toe buiten schot bleven. Daarin schuilt ook de toegevoegde waarde van de bankier: cliënten tijdig informeren over wat komen zal en alternatieven aanbieden.”

15:35 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: debatten, 041 |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.