06-11-07

Communicatie: een belangrijke peiler van de luchtverkeersveiligheid

Onderstaande tekst dateert van juli 2001. Ze werd geschreven voor Belgocontrol (in opdracht van Corporate Profiles)

Communicatie: een belangrijke peiler van de luchtverkeersveiligheid

Binnen de boomstructuur van Belgocontrol, staat Bart Knaeps aan het hoofd van de afdeling met de meest ondoorgrondelijke titel: “MSS/VCSS”. “Je zou onze afdeling ook gewoon ‘communicaties’ kunnen heten”, lacht Bart Knaeps aan het einde van dit boeiende gesprek, waarin hij ons wegwijs maakt doorheen het met afkortingen doorspekte labyrint van één van de hoofdpeilers waarop de luchtverkeersveiligheid rust: communicatie.

Communicatiesysteem

Kunt u de afdeling MSS/VCSS situeren binnen de structuur van Belgocontrol en vooral uitleggen waar die cryptische titel voor staat?
Bart Knaeps: “Binnen het departement ‘uitrustingen’ bevinden zich twee hoofdafdelingen: projectontwikkeling en engineering. De dienst MSS/VCSS maakt deel uit van de engineeringafdeling, die in essentie instaat voor het onderhoud van alle nieuwe systemen die Belgocontrol binnenkomen. MSS staat voor Message Switching System en is een datacommunicatiesysteem, VCSS is de afkorting van Voice Communication Switching System en dus een vocaal communicatiesysteem. Onze dienst telt een vijftigtal medewerkers en staat 24 uur op 24 paraat. We hebben wel nood aan vernieuwing, want heel wat medewerkers, vooral technici, naderen de pensioengerechtigde leeftijd.”

Snel en veilig

Bart Knaeps: “VCSS beheert zowel het telefoonverkeer tussen verkeersleiders onderling en dat met hun collega’s uit de naburige centra, als de radiocommunicatie tussen verkeersleiders en piloten. Die communicatie moet snel en vlot kunnen verlopen. Daarom beschikken de verkeersleiders over bedieningspaneeltjes waarbij ze alleen maar een toets moeten indrukken om de gewenste verbinding met een collega tot stand te brengen. Intern beschikken wij hierbij over een intercomsysteem, terwijl we voor de verbindingen met de naburige centra gebruik maken van gehuurde lijnen. Al die verbindingen zijn verweven in een netwerk, zodat bij defect de communicatie dankzij een reroutingsysteem gegarandeerd blijft.”

Radiocommunicatie

Bart Knaeps: “Naast het telefoonsysteem is VCSS verantwoordelijk voor de radiocommunicatie tussen verkeersleiders en piloten. Hierbij maken we gebruik van lokale zenders en ontvangers op de luchthaven. Eenvoudig uitgelegd: wij zorgen ervoor dat het juiste signaal bij de juiste persoon terechtkomt. De ‘hardware’ valt onder de verantwoordelijkheid van Armand Van Cappellen van NAV/COM. De apparatuur op Brussel Nationaal is evenwel niet krachtig genoeg om te communiceren met vliegtuigen die zich in de uiterste hoeken van het Belgische luchtruim bevinden. Daarom hebben we remote stations in Luik, Saint-Hubert en Oostende die we vanuit CANAC kunnen bedienen.”

Aanverwante systemen

Bart Knaeps: “Onder onze dienst ressorteren een aantal systemen die rechtstreeks met communicatie te maken hebben. Zo worden alle telefoon- en radiogesprekken permanent op banden opgenomen die we gedurende dertig dagen bewaren. Hetzelfde geldt voor de radarbeelden. Deze maatregel is noodzakelijk om bij incidenten of ongevallen een nauwkeurig onderzoek te kunnen voeren naar de oorzaken. Indien zich een ‘bijna botsing’ voordoet, kunnen we aan de hand van de tapes nagaan wat er precies gebeurd is, wie verantwoordelijk was, of we de procedures niet moeten bijschaven… De regionale luchthavens kennen een gelijkaardig systeem.”

Back-up

Bart Knaeps: “U kunt zich voorstellen dat een defect aan het communicatiesysteem rampzalige gevolgen zou hebben. Zonder radiocommunicatie kunnen we het luchtruim wel sluiten. Daarom hebben we back-upsystemen voorzien die kleiner zijn dan het hoofdsysteem, maar dezelfde functies hebben. Het is operationeel sinds ’93, maar we hebben het gelukkig nog nooit nodig gehad, behalve bij jaarlijkse oefeningen.

Teletekst voor verkeersleiders

Bart Knaeps: “Een ander aanverwant systeem is het zog. ADIDS, Aeronautical Digital Information Display System. U kunt het best vergelijken met teletekst op de televisie. ADIDS biedt verkeersleiders de mogelijkheid om allerlei informatie op te vragen in paginavorm: meteorologische gegevens, allerhande luchthaveninformatie, windsnelheid, windrichting, zichtbaarheid, welke landingspiste moet gebruikt worden… Ook militaire informatie, een lijst van nuttige telefoonnummers zodat een verkeersleider bijvoorbeeld meteen een nabijgelegen hospitaal kan contacteren als een piloot melding maakt van een zieke aan boord… Wij maken zelf pagina’s aan, andere informatie is afkomstig van externe computers die in leesbare paginavorm wordt omgezet. Zo kan een verkeersleider op zijn ADIDS-scherm een 500-tal informatiepagina’s opvragen.”

Een wereld van informatie

Bart Knaeps: “De tweede pijler van onze afdeling is MSS, het Message Switching System, ook COM3 genoemd. U kunt deze dienst het best vergelijken met een centrale, waar continu een reusachtige hoeveelheid datagegevens binnenstroomt vanuit alle hoeken van de wereld en die tevens als doorgeefluik dient om de relevante informatie door te sluizen naar de geïnteresseerde gebruiker. Binnen deze dienst onderscheiden we enerzijds “Telecommunications & related systems” met ingenieurs en technici die instaan voor het onderhoud van de hardware, en anderzijds “Data Communications & Software” dat bemand wordt door systeemoperatoren die  het operationeel onderhoud voor hun rekening nemen.

Over welke informatie spreken we hier?
Bart Knaeps: “Meteorologische gegevens van o.m. Toulouze, Bracknell, Genève…, radarbeelden, vluchtplannen van het AFTN-netwerk… Wij filteren hieruit alle informatie die van belang is voor CANAC en controleren ze op fouten. Uiteraard gebeurt dit vrijwel volledig automatisch. Naast het verzamelen van de relevante informatie, sturen wij die ook door naar de belanghebbenden. Wij sturen bijvoorbeeld informatie door naar de militairen, Eurocontrol, Maastricht… Het probleem is dat al die centra verschillende systemen hanteren, zodat wij de lijnen, protocols, modems, snelheden e.d. voor elkeen moeten aanpassen.

Wat is het verband met het Automation System (AS)?
Bart Knaeps: “Wij verschaffen het AS radarbeelden en vluchtplannen. Deze gegevens zijn echter gecodeerd en onleesbaar voor de verkeersleiders. Het AS zet deze data om in begrijpbare beelden.”

Aanverwante systemen

Bart Knaeps: “Ook aan deze centrale zijn verschillende systemen verbonden, zoals BNASC, de Belgian National Aeronautical Information System Center,  DPN-100 die instaat voor de verspreiding van de vluchtplannen en last but not least: de moederklok die ervoor zorgt dat alle computersystemen exact dezelfde tijd hanteren. Wij ontvangen het signaal vanuit Frankfurt en sturen het door naar alle nodige diensten van Belgocontrol en BIAC. Het spreekt vanzelf dat alle systemen exact dezelfde tijd moeten hanteren want enkele seconden verschil kan rampzalige gevolgen hebben.”

De sprekende computer

Bart Knaeps: “Ook BAVART is een belangrijk related system, dat enerzijds informatie ontvangt en doorstuurt naar ADIDS, maar anderzijds deze data ook omzet in een computergestuurde stem, die op een bepaalde frequentie wordt uitgezonden. Piloten kunnen zodoende op een eenvoudige manier allerlei informatie ontvangen over meteorologische omstandigheden, windsnelheid, zichtbaarheid, landingspistes… 

Naar COM4

Bart Knaeps: “Het nieuwe project CANAC upgrade voorziet dat we ons hele communicatiesysteem zullen moderniseren en digitaliseren. Ook het BAVART-systeem wordt gedigitaliseerd en uitgebreid naar de regionale luchthavens. In de afgelopen tien jaar is het aantal boodschappen dat COM3 jaarlijks te verwerken heeft, verachtvoudigd. In 2000 werden 80 miljoen boodschappen verstuurd, dat zijn er gemiddelde twaalf per seconde. De evolutie is zo dat steeds meer gestandaardiseerde instructies en informatie worden geautomatiseerd, zodat de piloten ze op een schermpje kunnen volgen. Zo kan de zendtijd tussen piloten en verkeersleiders worden ingekort en op termijn worden beperkt tot het essentiële.” 


Lexicon 

  • - ADIDS: Aeronautical Digital Information Display System
    - AFTN: Aeronautical Fixed Telecommunication Network
    - AS: Automation System
    - ATIS: Automatic Terminal Information Service
    - BAVART: Brussels ATIS and VOLMET Automatic Radio Transmission
    - BNASC: Belgian National Aeronautical Information System Center
    - CANAC: Computer Assisted National Air Trafic Control Center
    - MSS: Message Switching System
    - VCSS: Voice Communication Switching System
    - VOLMET: (< Frans) Meteorologische informatie voor vliegtuig in de vlucht
     

 

10:20 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 036 |  Facebook |

05-11-07

Metrodossier Big Four opent jacht op jong talent

Tekst geschreven in opdracht voor Headline Publishing Agency, voor Concreet (Concentra Media – januari 2004)


Metrodossier Big Four opent jacht op jong talent

Jos Hermans (KPMG): “Metro is een zeer waardevol communicatiekanaal naar jongeren toe, dat we zeker nog zullen inzetten.”

De advertentiemarkt is al een tijdlang overtuigd van de kracht van Metro als communicatiemiddel. Ook op de markt van werkaanbiedingen heeft Metro duidelijk zijn sporen verdiend. Dat vindt ook Jos Hermans, directeur marketing en communicatie van KPMG in België: “De massaoplage, de grote toegankelijkheid en het makkelijk bereik maakt van Metro een bijzonder interessant medium, zeker naar jonge mensen toe.”  Jos Hermans spreekt uit ervaring, want KPMG kreeg een significante respons op zijn jobadvertentie in Metro. 
 
De grote middelen

In november 2003 pakte Metro voor het eerst uit met een uitgebreid dossier over de vier belangrijkste internationale consultancybureaus die actief zijn in België: Deloitte & Touche, Ernst & Young, KPMG en Price WaterhouseCoopers. Het dossier over de Big Four is de resultante van het eerste gemeenschappelijke project van de drie hoofdpijlers van de krant: de redactie, de distributie en de commerciële afdeling. Voor de samenstelling van het dossier kregen de vier consultancybureaus een tiental vragen voorgeschoteld, telkens rond een bepaald thema. Het dossier liep een week lang, van maandag tot vrijdag, en kreeg via een speciaal ontworpen logo een ereplaatsje op de voorpagina. De laatste vijf pagina’s brachten telkens twee thema’s. Onderwerpen waren o.a. het toelichten van de activiteitensector, de sleutelwaarden en de bedrijfsfilosofie, de invloed van fusies en marktevoluties, de aanwervingpolitiek, enz. Tegelijkertijd stelde Metro voor om gedurende die week in elke editie een jobadvertentie te plaatsen. Promoboys zouden de krant immers rechtstreeks verdelen aan laatstejaarsstudenten Toegepaste Economische Wetenschappen en Rechten. De adverteerders mochten zelf tien campussen uitkiezen waar de krant zou verdeeld worden. Een aanbod dat de Big Four niet konden weigeren. Price WaterhouseCoopers nam zelfs een volledige advertentiepagina voor zijn rekening en werd sponsor van de campagne. Naast de krant, kregen de studenten ook een gratis balpen van PWC toegestopt.

Doelgerichte campagne

Zowel de doelgroep als het tijdstip van de campagne waren strategisch gekozen. Karen Van den Bremt, Recruitment Officer Ernst & Young Bedrijfsrevisoren: “Het artikel verscheen voor ons op een perfect tijdstip. Aan het begin van het academiejaar geven wij het startschot van de rekruteringscampagne voor onze auditafdeling. In december organiseert Ernst & Young twee weekends waarop we telkens honderd studenten uitnodigen voor een volledige assessment. Nog voor Kerstmis laten we weten wie een contract krijgt aangeboden. Metro werd een week lang verdeeld op de campussen, zodat we zeker waren dat onze doelgroep werd bereikt. En als toemaatje konden we ook het 'vaste' publiek van Metro aanspreken.” 
Analoog organiseerde KPMG onder de slagzin ‘A Job in one Day’ op 6 december een rekruteringsdag. Jos Hermans: “KPMG is op zoek naar 50 tot 60 kandidaten om bij ons te komen werken als junior auditor of belastingsconsultant. We richten ons op laatstejaarsstudenten Toegepaste Economische Wetenschappen en Rechten, eventueel aangevuld met een specialisatie fiscaliteit. We wilden met onze communicatiecampagne een brede groep bereiken waaruit we een honderdtal kandidaten wensten te selecteren om uit te nodigen op het evenement van 6 december. Uit die groep hebben we vervolgens 60 kandidaten geselecteerd die meteen in aanmerking komen voor een job bij KPMG. De genodigden hadden dus een kans op twee om tegen het einde van de dag naar buiten te wandelen met een job in het vooruitzicht.” 
 
Communicatiemix

Het succes van de campagne betekent niet dat Metro alle pluimen op eigen hoed wil spelden. “De respons van de studenten was dit jaar enorm,” vertelt Karen Van de Bremt, “maar ik kan niet zeggen dat dit enkel door de campagne in Metro kwam. Studenten reageren meestal naar aanleiding van verschillende impulsen: de jobdays, jobfairs, advertenties in schoolkrantjes, advertenties in de jaarboeken, enz. We hebben wel verschillende cv's ontvangen van mensen met ervaring, specifiek naar aanleiding van het artikel in Metro. Ook Jos Hermans wijst erop dat de respons van de sollicitanten een gevolg is van een communicatiemix: “We hebben drie hoofdmiddelen ingezet: deelname aan bedrijfspresentaties op campussen, radiospotjes op Studio Brussel en Radio 21, en de campagne in Metro. Metro leek ons de meest geschikte krant, gezien de grote oplage en de specifieke actie naar onze doelgroep. Bovendien is het een krant die veel studenten beschouwen als ‘hun’ blad. Als we onze bedrijfspresentatie even buiten beschouwing laten, dan schatten wij de respons via Metro vijf keer hoger in dan de rest: vijf keer meer studenten herinnerden zich expliciet onze advertentie in Metro. Dat bewijst dat Metro een bijzonder waardevol communicatiekanaal is om universiteitsstudenten te bereiken.”
KPMG is overigens een van eerste bedrijven die Metro dagelijks ter beschikking stelt aan de 500 personeelsleden die werken op het Brusselse hoofdkantoor. Sindsdien is de opmars van Metro in de bedrijven niet meer te stuiten. Het blad heeft o.a. een vaste stek veroverd bij ING, Fortis, Merck Sharp & Dome, Procter & Gamble, en nog vele andere.
  
De ‘Big Four’-campagne is zeker voor herhaling vatbaar. Van 26 tot 30 januari pakte Metro al uit met een speciaal dossier om meer licht te werpen op de overheidssector. Metro bracht hiertoe de verantwoordelijke ministers van Tewerkstelling van de verschillende regeringen rond tafel. Later op het jaar komen de distributiesector, FMCG (fast moving consumer goods), Interim, IT en Young Potentials onder de schijnwerpers. Stuk voor stuk campagnes die het unieke profiel van Metro op de markt van werkaanbiedingen nog sterker in de verf zullen zetten.

16:16 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 035 |  Facebook |

Prijsregulering: goed voor de ondernemer

Deze tekst dateert van juli 2005 en verscheen in het magazine van Philip Morris, geproduceerd door Headline Publishing Agency.

Prijsregulering: goed voor de ondernemer

In een vrijemarkteconomie bepaalt de wet van vraag en aanbod de prijzen, zo luidt althans de theorie. De realiteit is natuurlijk een stuk complexer. Die klassieke economische stelling ketst af op de macht van grote multinationals en de staat.

De Belgische overheid is in principe voor vrije prijsvorming, maar het ministerie van Economie komt wel tussen in de prijszetting van bepaalde producten en diensten. Sommige sectoren kunnen niet zomaar hun prijzen verhogen, maar moeten daarvoor eerst toestemming vragen aan de overheid. Dat geldt voor aardolieproducten, gas en elektriciteit, waterdistributie, teledistributie, afvalverwerking… De overheid kan ook maximumprijzen instellen, zoals voor taxi’s, of minimumprijzen, zoals recent voor sigaretten.

Vrije concurrentie betekent ook dat je voor hetzelfde product in de ene winkel meer betaalt dan in een andere. Maar voor een krant, een tijdschrift, een pakje sigaretten betaal je overal dezelfde prijs. Voor boeken geldt dat niet, hoewel de discussie over een vaste boekenprijs net als het monster van Loch Ness regelmatig de kop opsteekt. Wat is nu beter: vrije prijsbepaling, of prijsregulering?

Nancy Van Campenhout, juridisch adviseur UNIZO-studiedienst: “Voor UNIZO moet vrije prijsbepaling de regel zijn, overheidsinterventie de uitzondering. We zijn wel voor een effectief mededingingsbeleid vanuit de overheid. Het vaststellen van maximumprijzen en –marges is alleen aangewezen wanneer de markt onvoldoende werkt. In dat verband vinden we het een goede zaak dat de overheid een oogje in het zeil houdt op maximumprijzen in bepaalde sectoren waar de concurrentie niet optimaal verloopt, of sectoren met  een uitgesproken sociale dimensie, zoals de bejaardenopvang, de water- en teledistributie en bepaalde verplichte verzekeringen.”
“UNIZO is ook voorstander van een vaste boekenprijs. Grote warenhuizen gebruiken goedkopere boeken vaak als “lokmiddel”, maar die praktijken bedreigen het voortbestaan van de zelfstandige boekhandels. De helft ervan is niet meer rendabel omdat ze niet kan optornen tegen de scherpe prijzen van grote winkelketens. De vaste boekenprijs is ook belangrijk om de consument in de toekomst een gevarieerd en betaalbaar boekenassortiment te blijven waarborgen via de zelfstandige handel.”

Luc Tessens, Secretaris Vlaamse Boekverkopersbond: “Voor de boekhandel komt de vaste boekenprijs neer op een vorm van interne subsidiëring, waardoor andere steunmaatregelen quasi overbodig worden. Door een verzekerde marge kan de boekhandel immers een breed aanbod en een goede dienstverlening blijven aanbieden. Consumentenbescherming mag niet herleid worden tot de goedkoopste prijs, wat nu wel gebeurt. Helaas beschouwen de meeste politici het boek louter als een commercieel product en laten ze de culturele waarde ervan links liggen. Landen als Duitsland, Spanje, Nederland, Frankrijk hebben hun fijnmazig netwerk van boekhandels o.a. te danken aan de vaste boekenprijs.”

“Ook binnen Boek.be, de Vlaamse koepelorganisatie van uitgevers, boekhandelaars en importeurs, woedt al jaren een discussie over de vaste boekenprijs. Als resultaat formuleerde Boek.be begin vorig jaar tijdens een hoorzitting in de commissie Bedrijfsleven een voorstel voor een Goed Gereglementeerde Boekenprijs, met een aantal criteria die een ongebreidelde prijzenslag zouden vermijden. Dit was helaas het laatste politieke teken van leven omtrent dit dossier.”

Ivo Mechels, woordvoerder Test-Aankoop: “Wij zijn principieel voor vrijheid van prijzen, omdat vrije concurrentie de beste waarborg is voor een correcte prijsvorming. De overheid moet er wel op toezien dat de regels worden gerespecteerd. We maken echter twee uitzonderingen: prijsinterventie moet mogelijk zijn bij wanpraktijken en voor alle producten en diensten die betrekking hebben op universele dienstverlening en de sociale zekerheid (bijv voorgeschreven medicijnen), of die aanleiding kunnen geven tot economische ontwrichting, zoals petroleumprijzen. Boeken horen daar niet bij. Wij achten het niet afdoende bewezen dat een vaste boekenprijs de onafhankelijke boekhandel vooruithelpt, of boeken met een lage omloopsnelheid ondersteunt. Voorstanders van een vaste boekenprijs vergeten dat de meerkost zal doorgerekend worden aan de consument en een negatieve impact zal hebben op de verkoop van alle titels. Wij vinden dat er voldoende andere maatregelen zijn om het lezen aan te moedigen: ondersteuning van promotie en distributie van boeken, subsidieregelingen, meer middelen voor scholen en bibliotheken om het leesgedrag te stimuleren…”           

Alain Lambrechts, Algemeen Secretaris FEBELMA (Federatie van de Belgische Magazines): “Zonder een vast prijzensysteem zou het huidige distributiesysteem van kranten en tijdschriften niet langer werken. Momenteel nemen de handelaars hun kranten en tijdschriften in depot, en leveren de onverkochte publicaties weer in. Het verkooprisico ligt bijgevolg bij de uitgeverijen. Een vaste prijs is de enige manier waarop dat systeem kan werken. In elke etappe van de distributieketen weet men de exacte kostprijs. Van zodra die vaste prijs wordt losgelaten, moet de verkoper de tijdschriften zelf inkopen, want hij zal de onverkochte niet langer kunnen teruggeven. De grote distributieketens zouden de consument dan wel goedkopere tijdschriften kunnen aanbieden, maar ten koste van de verkoop in de kleine kranten- en boekenwinkels. Vandaag hebben die een vaste commissie op hun verkoop. De marges zijn niet bijster groot, en in een vrij prijzensysteem zouden die nog meer afbrokkelen. Vaste prijzen spelen dus in het voordeel van de kleine handelaar.”  

 

16:11 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 034 |  Facebook |