11-05-07

Koeriers op de motor door Brussel

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het magazine Quater van Group 4 SEcuritor

 

Koeriers op de motor door Brussel

 

Vanaf het prille begin van zijn activiteiten in de jaren ’60 beschikt Group 4 Securicor in België over een unieke en erg succesvolle koerierdienst die onder andere bankdocumenten, industriële documenten, identiteitsbewijzen en paspoorten vervoert. Daarnaast transporteert en beheert G4S Courier ook back-upbestanden, data storage genoemd.  De 152 medewerkers staan in voor de bediening van een nationaal netwerk dat alle gemeenten van België covert, zowel overdag als ’s nachts. Elke dag bezoeken ze 3.600 klanten en leggen gemiddeld 25.000 kilometer af.

Naast de 56 wagens en een grote vrachtwagen werd het wagenpark recent aangevuld met een motor, een idee van branchemanager Fred de Bruyn: “Een motorfiets is uiteraard bijzonder geschikt om door het drukke Brusselse verkeer te flaneren en files te omzeilen. We winnen dus aan snelheid. Voor het vervoer van kleine zendingen zoals identiteitsbewijzen naar gemeentehuizen, die sowieso centraal gelegen zijn, is een motor ideaal. Het vertuig is uitgerust met een GPS-systeem en voorzien van koffers met veiligheidssloten, zodat de veiligheid gegarandeerd wordt. De motor is meteen een succes gebleken, dus gaan we er zeker meer aanschaffen.”

12:10 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: referenties bedrijfscommunicatie, 009 |  Facebook |

10-05-07

Economische vooruitzichten 2006: naar een convergentie van de groei

?

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het magazine ING Onderneming

Hoe evolueert de wereldeconomie?

Peter Vanden Houte: “Na een schitterend 2004 is de wereldeconomie in de eerste helft van 2005 wat vertraagd, vooral omdat de bedrijven hun hoge voorraden hadden afgebouwd. Maar sinds de zomermaanden zien we onderliggend weer duidelijke tekenen van een economische versnelling, wat toch merkwaardig is gezien de orkaanschade in de VS. De orkanen hebben wel een tijdelijke storing veroorzaakt, maar de vrees dat ze de Amerikaanse economie op de knieën zouden krijgen, bleek ongegrond. Het ziet er sterk naar uit dat 2006 aanvat met een groeiversnelling, ook in Europa.” 

Hoe komt het dat de hoge olieprijzen geen roet in het eten gooien?

Peter Vanden Houte: “Normaal gezien knaagt een prijsstijging van 10 dollar voor een vat ruwe olie ongeveer 0,5% af van de economische groei in de industrielanden. In de eerste helft van 2005 steeg de prijs per vat met meer dan 20 dollar, maar de impact daarvan bleef beperkt omdat de langetermijnrentes gezakt zijn. Vroeger reageerden de centrale banken op een olieprijsstijging met een verhoging van de kortetermijnrente uit vrees voor inflatie. Vandaag hechten ze meer belang aan de groei, temeer omdat ze oordelen dat de ondernemingen de hogere energieprijzen moeilijk kunnen doorrekenen in hun verkoopprijzen. Natuurlijk heeft de dure olie een negatief effect op de winstmarges van de bedrijven en de consumptie van de gezinnen, maar door de reactie van de financiële markten bleef de negatieve economische weerslag beperkt.” 

Wat zijn de verwachtingen voor de olieprijzen in 2006?

Peter Vanden Houte: “Het slechte nieuws is dat de surpluscapaciteit ook volgend jaar vrij laag blijft. Momenteel bedraagt die ongeveer één miljoen vaten per dag, tegenover een dagelijkse productie van ongeveer 83 miljoen vaten. Die buffer is te klein. Anderzijds is er in 2005 meer ruwe olie geproduceerd dan nodig, waardoor consumerende landen over ruim voldoende voorraden beschikken. De dure olie is bijgevolg toe te schrijven aan de vrees voor tekorten, veroorzaakt door onvoorziene schokken. Zo ontketende de orkaan Katrina een speculatiegolf die de olieprijs tijdelijk tot boven de 70 dollar tilde. Anderzijds hebben de OPEC-landen laten verstaan dat ze zich tevredenstellen met een olieprijs van 50 dollar en doen ze er alles aan om de markt te kalmeren. Wanneer de olieprijs boven de 60 dollar klimt, komt niet alleen de vraag onder druk, maar worden alternatieve energiebronnen aantrekkelijker. Zo bouwt China volop nieuwe kerncentrales en ook in Europa staat kernenergie weer bovenaan de agenda. Canada ontgint met behulp van nieuwe technieken olie uit teerzanden, een activiteit die in de jaren 90 onrendabel was vanwege de lage olieprijzen, maar nu is uitgemond in een ware oliebonanza. Om al die redenen denken we dat de olieprijzen volgend jaar niet verder zullen stijgen, maar zullen schommelen tussen de 50 en 60 dollar per vat.” 

Wat zijn de gevolgen van de hoge olieprijzen op de inflatie?

Peter Vanden Houte: “Dit jaar hadden de olieprijzen duidelijk een inflatieverhogend effect. In België zal de gemiddelde inflatie waarschijnlijk net geen 3% bedragen, terwijl volgens de berekeningen van de Nationale Bank de onderliggende inflatie (die geen rekening houdt met volatiele elementen) slechts 1,3% is. De hausse is dus vooral het gevolg van een olie-effect. Aangezien we volgend jaar geen verdere olieprijsstijgingen verwachten, valt het inflatie-effect ervan grotendeels weg. Waarschijnlijk gaan we terug naar een niveau van rond de 2% of zelfs iets lager. De centrale banken vrezen wel dat de huidige hoge olieprijzen volgend jaar zullen doorsijpelen in de prijzen en de lonen waardoor de onderliggende inflatie wereldwijd lichtjes zal toenemen, maar we moeten dat effect niet overdrijven.” 

Tot nu toe hebben de FED (Federal Reserve Board) en de ECB (Europese Centrale Bank) de rentevoet zeer laag gehouden. Komt daar volgend jaar verandering in?

Peter Vanden Houte: “Het lagerentebeleid van zowel de FED als de ECB is een belangrijke rem geweest op een stijging van de langetermijnrente, maar volgens het IMF hebben ook andere factoren een rol gespeeld. Vooral Japan, Europa en China investeren relatief te weinig en hebben een spaaroverschot opgebouwd dat een domper zet op de langetermijnrente. In de VS zitten de rentevoeten in de lift, en ook in Europa verwachten we dat de kortetermijnrente in de loop van 2006 zal stijgen. De ECB begint zich immers zorgen te maken over de te snelle groei van de geldhoeveelheid en de huizenprijzen, die op termijn inflatoire gevolgen kan hebben. Momenteel blijft de Europese economie nog wat kwakkelen, maar zodra de groei duidelijker wordt, verwachten we dat de ECB de rente zal optrekken.” 

Is de ongelijkmatige ontwikkeling van de economieën binnen Europa een bijkomend probleem voor de ECB?

Peter Vanden Houte: “Ik denk dat de convergentie van de economische groei in 2006 niet alleen wereldwijd, maar ook binnen Europa zal toenemen. In de voorbije jaren waren vooral de VS en in mindere mate China de locomotief van de wereldeconomie, terwijl Europa en Japan met een zwakke binnenlandse vraag worstelden en vooral profiteerden van de export naar die landen. We verwachten echter dat de Amerikaanse groei in de tweede helft van 2006 zal vertragen. Maar het goede nieuws is dat in Europa en vooral in Japan de binnenlandse vraag begint op te leven. De Japanse groei versnelt dankzij het herstel van de consumptie. Voor Europa durf ik nog niet te vroeg victoriekraaien, maar we zien toch een aantal positieve signalen. Het consumentenvertrouwen herstelt zich overal, ook in Duitsland waar de hervormingen vruchten beginnen af te werpen. We noteren bovendien een verbetering op de arbeidsmarkt en de sterke huizenmarkt blijft de Europese consumenten een hart onder de riem steken. We verwachten niet meteen een economische boom in Europa, maar toch een duidelijk herstel. De groeipercentages van de VS en Europa zullen bijgevolg naar elkaar toegroeien en we verwachten hetzelfde fenomeen binnen de EU.” 

Waarom verwacht ING een verzwakking van de Amerikaanse economie?

Peter Vanden Houte: “We denken dat het Amerikaanse groeitempo in de eerste helft van 2006 blijft aanhouden, mede door het stimulerende effect van de wederopbouw na de orkanen. In de tweede helft verwachten we echter een groeivertraging door een matiging van de consumptie en de stijging van de rentevoeten. De spaarquote in de VS is momenteel negatief en de huizenmarkt oververhit. In de loop van 2006 zal die markt beginnen afkoelen, met negatieve gevolgen op het consumentenvertrouwen. Wat vooral zorgen baart, is de sterke toename van wat ik zou noemen de exotische financiering van de hypotheken. Door de opeenvolgende stijgingen van de kortetermijnrente worden Amerikanen die een hypotheeklening hebben afgesloten met variabele rentevoet afgestraft. Daarnaast zijn er de zogenaamde ‘interest only-contracten’ waarbij de kopers in de eerste jaren enkel interesten betalen. Heel wat Amerikanen hebben op die manier een huis gekocht, in de hoop het te kunnen verkopen met een fikse meerwaarde, liefst nog voor het moment dat de terugbetaling van hun lening de hoogte inschiet. Het zijn puur speculatieve contracten die heel wat gezinnen in moeilijkheden zullen brengen eens de huizenmarkt begint af te koelen.” 

Wat verwacht ING voor de dollarkoers?

Peter Vanden Houte: “In 2005 heeft de dollar het verrassend goed gedaan. Het groene biljet is ongeveer met 10% in waarde gestegen tegenover de euro, terwijl iedereen zich begin 2005 aan een verdere verzwakking verwachtte. Veel heeft te maken met de positionering van de beleggers, die een ondergewicht aan dollars in hun portefeuille hielden. Er was niet veel goed nieuws nodig om een toevlucht naar de dollar op gang te brengen. De renteverhoging in de VS en de perikelen rond de Europese grondwet hebben de dollar omhooggeduwd. Daarnaast waren er de effecten van de American Job Creation Act, een Amerikaanse versie van de EBA (Eenmalig Bevrijdende Aangifte) waarmee de regering Bush Amerikaanse bedrijven wil aansporen om hun geaccumuleerde winsten in het buitenland via een goedkope aanslagvoet naar Amerika te repatriëren. Voor dit jaar wordt het netto-effect van die maatregel op 220 miljard dollar geschat. Het gaat hier echter om een eenmalige maatregel waarvan het effect volgend jaar wegvalt. Het lopende tekort op de Amerikaanse lopende balans blijft zeer hoog, namelijk 6% van het BBP. We denken daarom dat er volgend jaar een einde komt aan de dollarhausse, zeker wanneer de ECB de rente optrekt op een ogenblik dat de markt geen verdere rentestijgingen meer verwacht in Amerika. We verwachten dat de dollar-euroverhouding tegen het einde van volgend jaar weer dicht tegen de 1,30 staat.” 

Wat verwacht ING voor de Belgische economie?

Peter Vanden Houte: “We zijn vrij optimistisch voor de ontwikkeling van de Belgische economie in 2006. Dit jaar is de groei ongeveer 1,3%, voor volgend jaar verwachten we iets meer dan 2%. Het consumentenvertrouwen zit opnieuw in de lift, de arbeidsmarkt verbetert en de regering voert nog steeds een fiscaal expansief beleid waardoor de gezinnen over iets meer middelen beschikken. Volgens de laatste enquêtes plannen de bedrijven meer investeringen. Bovendien verwachten we een blijvende groei in de residentiële constructie. Alles samen levert dat toch een zekere voedingsbodem voor een redelijke economische groei in 2006. Het enige minpunt is het sociale klimaat. Wanneer het negatieve sociale klimaat rond de eindeloopbaan blijft aanhouden, kan dat op het gemoed van de consumenten wegen en ook een negatieve weerslag hebben op de investeringsbereidheid van de ondernemers. Maar normaal gezien zal de Belgische economie beter presteren dan in 2005.” 

Dank u voor dit gesprek.

08-05-07

De gevolgen van het Generatiepact op de tweede en derde pijler

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Headline Publishing Agency voor Delta Lloyd Magazine nr. 14 – December 2006.

 

De gevolgen van het Generatiepact op de tweede en derde pijler

 

Belgen werken hard, maar gaan te vroeg met pensioen. Met de voortschrijdende vergrijzing is de geringe activiteitsgraad onder 55-plussers op termijn onhoudbaar. Met het Generatiepact wil de regering ouderen stimuleren om langer actief te blijven, maar ook meer jongeren aan het werk krijgen. Voor dat eerste moeten een beter wettelijk pensioen en fiscale stimuli in de tweede pijler de klus klaren. Herman Craeninckx (advocatenkantoor Stibbe), Matthias Debruyckere (ADMB), Luc De Roover (Assex) en Barbara Deroose (Delta Lloyd Life) zijn het over één zaak al vast roerend eens: het Generatiepact is een stap in de goede richting, maar…

 

DL MAGAZINE: Zal het Generatiepact zijn doelstellingen waarmaken?

Herman Craeninckx: “Met de fiscale stimulansen en de maatregelen om het brugpensioen en Canada Dry te ontmoedigen gaat de regering in de goede richting om mensen langer te doen werken, maar ik ben er niet van overtuigd dat het Generatiepact de tewerkstelling zal bevorderen. Dat vergt een beter investeringsklimaat en bijgevolg een vermindering van de loonkosten.”

Barbara Deroose: “Het Generatiepact is een eerste stap in de goede richting en draagt bij tot een bredere bewustwording van de pensioenproblematiek. Enquêtes tonen aan dat vooral jongeren beseffen dat ze langer zullen moeten werken, een mentaliteit die minder is doorgedrongen bij de oudere werknemers. Maar om de tewerkstellingsgraad te verhogen, zal het Generatiepact inderdaad moeten aangevuld worden met bijkomende maatregelen, zoals een alternatieve financiering van de sociale zekerheid om de loonkosten te drukken.”

Matthias Debruyckere: “Het is al vast zeer positief dat er in België voor het eerst wordt nagedacht op lange termijn. Maar het Generatiepact gaat inderdaad niet ver genoeg om de kosten van de vergrijzing op te vangen.”

Luc De Roover: “De hervorming van ons pensioenstelsel is een proces dat zich over een lange periode zal spreiden. Het Generatiepact zie ik als een eerste aanzet. Werknemers stimuleren om later op pensioen te gaan is goed en wel, maar de werkgever moet hen ook in dienst willen houden. Daarvoor zijn bijkomende maatregelen nodig zoals bonussen of een vermindering van de sociale bijdragen voor oudere werknemers.”

 

DL MAGAZINE: Moet de pensioenleeftijd in de toekomst worden verhoogd zoals in Duitsland?

Luc De ROOVER: “Nee. De gemiddelde pensioenleeftijd in België bedraagt 57 jaar. De eerste doelstelling is de effectieve pensioenleeftijd optrekken naar 65.”

Barbara Deroose: “We moeten de oorspronkelijke regels respecteren: 60 jaar voor het brugpensioen en 65 voor het wettelijke pensioen. Helaas worden die ondergraven door allerhande uitzonderingsmaatregelen.”

Herman Craeninckx: “Momenteel werkt slechts 10% van de 60-plussers. Naarmate we dat percentage kunnen optrekken en dichter bij 65 brengen, zijn op de goede weg. Maar dat vergt wel een mentaliteitsverandering.”

Matthias Debruyckere: “Door een verhoging van de pensioenleeftijd zullen oudere werknemers aan het einde van hun carrière waarschijnlijk plots ‘ziek worden’ en hun loopbaan toch vervroegd afbreken.”

 

DL MAGAZINE: Is de pensioenbonus een goede maatregel?

Luc De ROOVER: “De regering heeft gekozen voor een systeem van beloning in plaats van bestraffing. Maar de beslissing om langer te werken, is zeer persoonsgebonden en ook afhankelijk van het verwachte pensioen. De meesten hebben daarvan echter geen idee en schatten het vaak te hoog in. De informatieplicht zal daar gelukkig verandering in brengen.”

Barbara Deroose: “De pensioenbonus geldt lang niet voor iedereen. Alleen werknemers vanaf 62 jaar of met een carrière van 44 jaar komen in aanmerking, en dat zijn vooral arbeiders.”

Herman Craeninckx: “Het is een goede maatregel, maar iemand met een mooi extralegaal pensioen zal daardoor niet langer gaan werken. In de andere gevallen stemt de bonus toch tot nadenken. Een interessante denkpiste is misschien om het wettelijke pensioen exponentieel op te bouwen in plaats van lineair. Hoe ouder men dan wordt, hoe hoger de pensioenbijdragen. Dat zou een sterkere prikkel zijn om langer actief te blijven. Natuurlijk houdt dat gevaren in zoals bij gedwongen ontslag, maar dat kan opgevangen worden door bijkomende maatregelen.”

 

DL MAGAZINE: Onder bepaalde voorwaarden betaalt men voortaan slechts 10% belastingen op het aanvullende pensioen in plaats van 16,5%. Ook voor kapitalen die komen uit een VAPZ geldt nu een voordeliger belastingheffing voor zelfstandigen die blijven werken tot hun 65. De fictieve rente wordt niet langer berekend op 100% van het uitgekeerde pensioenkapitaal, maar op 80% daarvan.

Barbara Deroose: “Op zich zijn dat goede maatregelen omdat ze producten uit de tweede pijler fiscaal nog aantrekkelijker maken, maar niemand zal daardoor worden aangemoedigd om langer aan de slag te blijven. Voor degene die dat al van plan zijn, is het wel mooi meegenomen.”

Luc De ROOVER: “De fiscale voordelen zijn overigens miniem. Een zelfstandige die op zijn 65ste 50.000 euro krijgt uitgekeerd, geniet een fiscaal voordeel van 1.500 euro, gespreid over tien jaar. Ik kan me moeilijk voorstellen dat dit een argument is om vijf jaar langer te werken. Bovendien creëer je, rekening houdende met de 80%-regel, nog altijd meer fiscale ruimte als je de leeftijd op 60 houdt. Vooral zelfstandigen met een mooi extralegaal pensioen zullen profiteren van die maatregel. Op hun 60 stoppen ze met werken, laten dat geld nog vijf jaar staan en blijven een uur per week een of ander mandaat uitoefenen. Op een kapitaal van een miljoen euro genieten ze dan een extra fiscaal voordeel van ongeveer 65.000 euro. En wat groepsverzekeringen betreft, moet ik nog altijd het eerste bedrijf zien dat zijn plan wil omzetten van 60 naar 65 jaar.”

Herman Craeninckx: Een taks van 16,5% valt overigens onder de psychologische grens van 25% die als redelijk wordt gepercipieerd. De impact van een verlaging naar 10% is bijgevolg zeer beperkt. Anderzijds geeft de regering door die verlaging wel een duidelijk signaal dat ze niet van plan is de tweede pijler zwaarder te belasten.”

 

DL MAGAZINE: Hoe ziet u de verhouding wettelijk pensioen/extralegaal pensioen in de toekomst evolueren?

Luc De ROOVER: “Ik ben ervan overtuigd dat de tweede pijler aan kracht zal winnen. De nieuwe WAP (Wet op de Aanvullende Pensioenen) ligt aan de grondslag van heel wat sectorplannen en meer zullen volgen. De regering wil het repartitiesysteem van de eerste pijler behouden, maar aanvullen met het kapitalisatiesysteem van de tweede pijler, omdat het wettelijke pensioen in werkelijkheid te laag is.”

Herman Craeninckx: “Dat is ook nodig om de stijgende kost van de vergrijzing binnen de perken te houden. Het probleem is echter dat het aanvullend pensioen niet voor iedereen is weggelegd. We zouden dat kunnen opvangen door de sociale werknemersbijdrage te verhogen met één procent, en die extra bijdrage te gebruiken voor een aanvullend pensioen, maar dan wel beheerd door de privé.”

Matthias Debruyckere: “Een goed voorstel, maar alleen haalbaar als ook de patronale bijdrage wordt verhoogd, anders zullen de vakbonden dat nooit aanvaarden. Bovendien moeten we dan ook rekening houden met de bestaande plannen in de tweede pijler.”

Luc De ROOVER: “Het probleem is dat de sociale lasten nu al veel te zwaar doorwegen. Misschien zouden we een deel van de bestaande bijdragen kunnen omzetten naar een kapitalisatiesysteem, maar dan komt de financiering van het wettelijke pensioen in gedrang. Bovendien is er een sociaal aspect: iemand met een grote wedde zal veel meer kapitaliseren dan iemand met een laag loon.”

 

DL MAGAZINE: De leeftijdsgrens voor het brugpensioen wordt vanaf 2008 verhoogd van 58 naar 60 jaar. De werkgever betaalt voor de patronale bijdragen voortaan een percentage in plaats van een forfait, en de bruggepensioneerden blijven beschikbaar op de arbeidsmarkt. Gaan die maatregelen ver genoeg?

Luc De ROOVER: “De afbouw van het brugpensioen is noodzakelijk en op dat punt is de regering niet ver genoeg gegaan. Anderzijds moeten de maatregelen haalbaar zijn en dus geleidelijk worden doorgevoerd. En akkoord, er zijn ook beroepen waarin het moeilijk is om tot je 65 actief te blijven, bijvoorbeeld kleuterleidsters of arbeiders in de zware industrie.”

Barbara Deroose: “De afbouw van het brugpensioen noodzaakt een grondige mentaliteitsverandering, want de mensen beschouwen het als een verworven recht.”

Herman Craeninckx: “Het brugpensioen is nog altijd de eerste eis van de vakbonden bij herstructureringen, maar het is wel duurder geworden. Voor ondernemingen in moeilijkheden is dat een bijkomende handicap.”

Matthias Debruyckere: “Het gewone brugpensioen wordt wel ontmoedigd. Vanaf 2008 moet de CAO uitdrukkelijk voorzien dat de aanvullende vergoeding doorbetaald wordt bij werkhervatting, zoniet wordt de procentuele bijdrage op de aanvullende vergoeding verdubbeld tot 64%. Die maatregel wijst toch op een duidelijke trendbreuk.”

 

DL MAGAZINE: Het Generatiepact ontmoedigt ook Canada Dry, een ontslagregeling waarbij de werkgever een extra toeslag betaalt bovenop de werkloosheidsuitkering van de ontslagen werknemer. Vanaf 1 april 2006 moet een bijkomende sociale zekerheidsbijdrage worden betaald op de aanvulling, die kan oplopen tot 64,5%. Hoe schat u de impact daarvan in?

Matthias Debruyckere: “Sinds het Generatiepact hebben we op ons sociaal secretariaat geen enkele Canada Dry regeling meer gezien.”

Herman Craeninckx: “Het Generatiepact is de doodsteek voor Canada Dry. Vanaf 50 jaar kost die regeling evenveel als een verbrekingsvergoeding. Alleen bij ontslag van jongere werknemers kan Canada Dry nog een interessante optie zijn.”

 

DL MAGAZINE: Wat denkt u over de verplichte pensioeninformatie?

Luc De Roover: “Een zeer goede maatregel. Vanaf 2010 krijgen we dankzij een gecentraliseerde website een duidelijk zicht op ons werkelijk pensioen en kunnen indien nodig bijkomende voorzorgsmaatregelen nemen in de tweede of derde pijler.

Barbara Deroose: “Correcte informatie over de eerste pijler zal al een hele stap vooruit zijn, zeker voor mensen met een gemengde carrière. De verzekeraars zijn nu al verplicht om hun cliënten regelmatig te informeren over zowel hun lopende als gereduceerde pensioenplannen. Het is dus geen probleem om die informatie te centraliseren. Maar er is nog veel onduidelijkheid over de organisatie en hoe de communicatie zal verlopen. Zo hanteren verzekeraars vaak verschillende parameters voor het berekenen van hun prognoses.”

 

DL MAGAZINE: Wat zijn volgens u de belangrijkste tekortkomingen van het Generatiepact?

Luc De Roover: “Een grote tekortkoming is dat de regering de pensioenbonus financiert met een taks van 1,1% op beleggingsverzekeringen en langetermijnsparen. De extrakost voor de eerste pijler wordt dus gefinancierd door de derde en vierde pijler.”

Matthias Debruyckere: “Een van de belangrijkste pijnpunten is het verstrengen van de outplacementregeling. 45-plussers  moeten bij ontslag voortaan hun outplacement aanvragen, op straffe van het verlies van hun werkloosheidsuitkering. Daardoor krijgen outplacementkantoren heel wat mensen over de vloer die tegen hun zin een begeleiding volgen. Het Deense model biedt een mooi alternatief. In Denemarken bedraagt de werkloosheidsuitkering 90% van het loon, maar is beperkt in de tijd. Anderzijds zijn de aanwervings- en ontslagregelingen er veel soepeler waardoor mensen vlot weer aan de slag geraken.”

Herman Craeninckx: “Het Generatiepact heeft vooral micro-economische effecten, terwijl voor de werkgelegenheid zich macro-economische oplossingen opdringen. Ofwel kiezen we voor een hoogtechnologische diensteneconomie en leggen ons neer bij de verhuis van de zware industrie naar lage loonlanden. Ofwel willen we de industrie hier behouden, maar dan moeten de loonkosten omlaag. Voorts is het traditionele carrièreverloop misschien aan herziening toe. Tot nu toe geldt de regel: hoe ouder je wordt, hoe meer je verdient. Waarom niet de optie bieden om het wat kalmer aan te doen vanaf 50 of 55 jaar, maar tegen een lager loon? Op die manier komt er ruimte voor de aanwerving van nieuwe, jonge werkkrachten, zonder de ervaring en knowhow van de ouderen te verliezen.”

 

13:47 Gepost door Jean Lievens in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: generatiepact, debatten, economie en financien, 004 |  Facebook |