20-12-07

Blijft de vastgoedsector goed presteren?

Onderstaande tekst werd geschreven in januari 2006, in opdracht van Puiblitec voor ING Onderneming.

Blijft de vastgoedsector goed presteren?

Beleggers en projectontwikkelaars in vastgoed beleven gouden tijden. Vooral de prijzen van appartementenprijzen swingen de pan uit. Blijft die tendens aanhouden, of komt er een kentering? We verzamelden enkele nationale en regionale vastgoedexperts van ING rond tafel om te debatteren over de belangrijkste tendensen in de vastgoedsector.

Hoe verklaart u de aanhoudende boom in de vastgoedsector?
Ivan Van de Cloot, economist studiedienst ING: “De prijsstijgingen van de laatste jaren behoren tot de krachtigste ooit en velen maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de woningen. De belangrijkste verklaring schuilt in de aanhoudende lage rentestand. Daarnaast spelen nog een aantal andere factoren zoals de koopkrachtontwikkeling, de schaarste aan bouwgrond, een aantal fiscale maatregelen (bvb de vermindering van de registratierechten in Vlaanderen)… maar de rente is doorslaggevend omdat het de enige dynamische factor is die vrij snel kan omslaan, zoals in het verleden al vaker is gebleken. Een verdere stijging van de rente is dan ook de belangrijkste risicofactor naar de toekomst toe.”

Meest opmerkelijke evoluties

Wat zijn de belangrijke verschuivingen binnen de markt?
Ivan Van de Cloot: “Binnen de woningmarkt stellen we een verschuiving vast van de primaire naar de secondaire markt. Het aantal transacties van bestaande woningen is vandaag veel belangrijker geworden dan nieuwbouw. Bovendien is er een structureel opwaartse tendens van de appartementenprijzen op beide markten, met een stijging van 15% per jaar. De exponentiële stijging van vastgoedprijzen loopt wel ten einde omdat het rente-effect niet blijft voortduren. We verwachten bijgevolg een vertraging van de prijsstijging, wat ook wenselijk is. Niemand heeft immers belang bij een overwaardering van de vastgoedprijzen. Zolang de fiscaliteit niet drastisch wijzigt, zullen de vastgoedprijzen in België trouwens altijd lager blijven dan die in Nederland, waar de volledige fiscale aftrek van de interestlasten een sterk prijsverhogend effect heeft.”

Marc de Hertogh, Manager Real Estate Finance Brussels: “Een opmerkelijk fenomeen is dat de prijzen van bestaande woningen bijna even hoog zijn als die van nieuwe. We verwachten daarom dat een stijging van de rentevoeten in de eerste plaats de prijzen van bestaande woningen negatief zullen beïnvloeden. Prijzen voor nieuwbouwwoningen zullen nog blijven stijgen, zij het gematigder dan in het verleden.”

Erika Tomme, Relatiebeheerder Business Center Kortrijk- Roeselare: “Door de alsmaar stijgende grondprijzen worden de loten kleiner en is er een toenemende evolutie naar projectbouw, om de woningen toch nog enigszins betaalbaar te houden. Ook appartementen worden kleiner, maar heel functioneel ingericht.”

Regionale ontwikkelingen

Hoe is de toestand op regionaal vlak?
Marc de Hertogh: “Brussel kent een bevolkingstoename van 10.000 inwoners per jaar. Vooral appartementen zijn er sterk in trek. Veel jonge koppels, eenpersoonsgezinnen of alleenstaande ouders met kinderen hebben een appartement in de stad gekocht, maar ook oudere mensen die zich uit veiligheidsoverwegingen terug in de stad vestigen. De meeste woningen worden gekocht voor eigen gebruik en in mindere mate als belegging, wat een zekere stabiliteit in de markt teweegbrengt. De vastgoedprijzen zijn in Brussel sterk gestegen, maar de huurprijzen zijn stabiel gebleven, waardoor het bruto rendement van huurwoningen gedaald is tot 4 à 6%.”

Sebastien Paulet, Relatiebeheerder Ondernemingen Business Center Namen-Luxemburg-Waals-Brabant: “Ook in onze streek is er een stijgende vraag naar eigen woningen en vooral appartementen. De huidige prijzen op de huizenmarkt liggen niet langer in het bereik van jonge koppels met één inkomen. Gemiddeld moeten ze 200.000 tot 250.000 euro op tafel kunnen leggen voor een woning, of 300.000 met de bouwgrond erbij. Vooral rond de grote centra als Namen zijn bouwgronden erg duur geworden. In meer afgeleden gebieden zoals het ‘niemandsland’ ter hoogte van Libramont, zijn ze nog betaalbaar. Die hoge prijzen vertalen zich ook in een verlenging van de looptijd van hypothecaire kredieten, tot 25 of 30 jaar.”

Erika Tomme: “In West-Vlaanderen moeten we een onderscheid maken tussen de kust en het binnenland. In de provincie zien we dezelfde evolutie als elders in het land: een stijging van de aankoop van een eerste en eigen woning. Aan de kust gaat het vooral over de aankoop van een tweede verblijf voor eigen gebruik of verhuur. Daarbij spelen verschillende factoren: hardwerkende tweeverdieners die in het weekend willen uitblazen aan zee, de EBA (Eenmalige Bevrijdende belasting) die gezorgd heeft voor een terugkeer van kapitaal naar België, sommige beleggers die zich hebben teruggetrokken uit de beurs wegens teleurstellende resultaten en hun kapitaal hebben belegd in real estate, enzovoort. Tot vandaag blijven vastgoedprojecten aan de kust het goed doen, maar de prijzen stijgen niet meer zo sterk als in het verleden. Een gevaar is wel dat mensen appartementen aan de kust kopen in de hoop ze binnen enkele jaren te verkopen met een fikse meerwaarde. Het is echter verre van evident dat de huidige trend zich doorzet op termijn.”

Tom Eelbode, Relatiebeheerder Business Center Aalst: “Ook in Aalst is er een zeer sterke stijging van de appartementsbouw. Dat kan resulteren in een stabilisering of zelfs lichte daling van de prijzen. Zo worden op korte termijn een 200-tal eenheden gebouwd op een oude industriële site, plus een 80-tal duurdere woningen langs de Dender. De vraag is het grootst in Denderleeuw, vanwege de makkelijke verbinding met Brussel. In de streek van Geraardsbergen liggen de prijzen dan weer een stuk lager, met uitzondering van de beste locaties.”

Wouter Martens, Relatiebeheerder Gent: “Het belang van de locatie voor nieuwe projecten zal in de toekomst nog toenemen, zeker als de rente begint te stijgen. Van zodra een aantal factoren de woningmarkt negatief beïnvloeden, zullen in eerste instantie de secondaire locaties worden getroffen.”

Patrick Verheyden, Relatiebeheerder Real Estate Business Center Antwerpen-Kempen: “We kunnen niet genoeg benadrukken dat er plaatselijk enorme verschillen bestaan op de immobiliënmarkt. Zo dreigt er op een aantal plaatsen in het Antwerpse een overaanbod van appartementen, zoals in Turnhout. In Antwerpen zelf blijft de vraag naar appartementen aanhouden, maar het betreft vooral kleine flats en studio’s voor eenpersoonsgezinnen.”

Steeds meer mensen kopen een eigen woning. Gaat die evolutie niet ten koste van de kwaliteit van de huurmarkt?
Ivan Van de Cloot: “In de grote steden blijft er nog altijd een belangrijk potentieel van kapitaalkrachtige cliënten die wegens allerlei redenen verkiezen om te huren: flexibiliteit, mobiliteit…”
 
Wouter Martens: “Veel jonge koppels kunnen zich bij de start van hun carrière geen eigen woning permitteren en moeten zich noodgedwongen richten tot de huurmarkt. Huurwoningen blijven dus een belangrijke markt voor beleggers.”
 
Marc de Hertogh: “Ook in Brussel blijft de huurmarkt van privé-woningen hoge toppen scheren, niet alleen voor de eigen bewoners, maar ook voor mensen die er komen werken zoals de Europese ambtenaren en andere buitenlandse gasten. De invloed van die laatste op de huur- en vastgoedprijzen wordt wel vaak overschat.”

Vastgoed voor ondernemingen

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelen op de markt van kantoren, handelspanden en (semi)-industriële gebouwen?
Ivan Van de Cloot: “Algemeen is dat segment het meest conjunctuurgevoelig. Aangezien we voor 2006 een economisch herstel verwachten, zal de leegstand wellicht afnemen. Maar het herstel kan van korte duur zijn, gezien het kortademige karakter van de Belgische economie.”

Marc de Hertogh: “Brussel heeft al minstens anderhalf jaar een groot overschot aan beschikbare bedrijfsoppervlakte. Tegen het einde van het tweede kwartaal van 2005 was de leegstand opgelopen tot 11,6%, maar het derde kwartaal laat een terugval zien tot 10,7%. Vooral de kantoren in het centrum en de Leopoldswijk profiteren van de verbetering, maar de periferie hinkt nog achterop. Momenteel bedraagt de leegstand ongeveer 1,3 miljoen m². De helft ervan kan worden weggewerkt door nieuwe huurovereenkomsten (622.000 m² voor 2005), maar voor 2006 komt al weer 800.000 m² nieuwe bedrijfsruimte bij, zodat het probleem van de leegstand blijft. Makelaars verwachten op dat vlak pas een verbetering tegen 2007-2008. Bedrijven hebben dan ook heel wat keuze in het Brusselse, en dat vertaalt zich in een daling van de huurprijzen en een verschuiving naar de betere gebouwen en locaties.”

Isabelle Straet, Sector Coördinator ING Real Estate België: “We hopen dat de nieuwe wet op de belastingsaftrek voor risicokapitaal nieuwe investeerders zal aantrekken naar België en in het bijzonder naar Wallonië, die over sterke troeven beschikt voor de transport- en logistieksector: een dicht wegennetwerk, waterwegen, luchthavens… Vlaanderen en vooral de streek rond Antwerpen bereikt stilaan een verzadigingspunt en de prijzen liggen er een flink stuk hoger. Bovendien voert de Waalse regering via de cluster Transport & Logistiek een actieve politiek om via allerhande steunmaatregelen logistieke bedrijven aan te trekken.”

Erika Tomme: “In West-Vlaanderen zien we een zekere verplaatsing van bedrijven naar Henegouwen, niet alleen vanwege de subsidies, maar gewoon omdat daar veel meer ruimte beschikbaar is. Die evolutie heeft echter geen invloed op de beschikbaarheid van industriegronden in Vlaanderen. Vrijgekomen ruimte wordt vrij snel ingepalmd door ondernemingen die uitbreiden.”

Patrick Verheyden: “Op logistiek vlak zit Mechelen in de lift, evenals de as naast de E 313 en het Albertkanaal. Er worden echter geen gebouwen neergepoot als er niet op voorhand een afnemer is.”

Wouter Martens: “Bouwgrond blijft een schaars goed, daarom blijven ook de prijzen van industriegrond stijgen. We merken dat bijvoorbeeld zeer goed aan de prijzen van de industrieterreinen rond het nieuwe sluizendok van de haven van Gent, die al vijf jaar in de lift zitten.”

Isabelle Straet: “In elk geval heeft ING een aangepaste structuur die volledig ten dienste staat van cliënten die actief zijn in de vastgoedsector. In alle regio’s beschikken we over plaatselijke specialisten die een klankbord zijn voor professionelen en alle cliënten met advies en aangepaste financieringsformules kunnen helpen. Die sectorale aanpak wordt in de markt zeer positief onthaald.”

 

21:15 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 040, debatten, economie en financien |  Facebook |

06-11-07

Arbeidsduurverlenging: een onvermijdelijke evolutie?

Deze tekst werd geschreven in februari 2005 in opdracht van Publitec voor ING Onderneming.

Arbeidsduurverlenging: een onvermijdelijke evolutie?

Kunnen we onze levensstandaard nog vrijwaren zonder langer te gaan werken? We stelden de vraag aan Peter Vanden Houte, Chief Economist van ING en Jean-Charles Wibo, CEO van Vlassenroot.

In veel West-Europese landen woedt een debat over werktijdverlenging. In Frankrijk ligt de 35-urenweek zwaar onder vuur, in Duitsland stapten verschillende bedrijven zoals Siemens en DaimlerChrysler over van de 38- naar de 40-urenweek zonder loonsverhoging, en ook in België was werktijdverlenging een centrale werkgeverseis tijdens de interprofessionele onderhandelingen. De gemiddelde arbeidsduur ligt in België immers een stuk lager dan in de meeste andere Europese landen.

De visie van de economist
 
Peter Vanden Houte: “België bengelt samen met Nederland en Frankrijk onderaan de rangorde, in tegenstelling tot wat velen denken. In de debatten goochelen de betrokken partijen vaak met statistieken waarbij ze naargelang hun doelstellingen verschillende parameters gebruiken. Bovendien verschilt de papieren werktijd aanzienlijk van de werkelijke werktijd.”

Realiteit onder ogen zien

Aan de grondslag van het debat liggen twee belangrijke fenomenen. Door de toenemende vergrijzing zal de actieve bevolking binnenkort niet langer de alsmaar groeiende groep ouderen kunnen financieren. Anderzijds neemt door de uitbreiding van de Europese Unie de concurrentie met nabijgelegen lageloonlanden sterk toe. Om te overleven, zien veel bedrijfsleiders geen andere mogelijkheid dan loonsvermindering of arbeidsduurverlenging.
Peter Vanden Houte: “Het probleem is dat we morgen moeilijker inkomsten zullen genereren en tegelijk meer uitgaven zullen hebben. Tegenstanders beweren vaak dat arbeidsduurvermindering zal leiden tot minder arbeidsplaatsen en een stijging van de werkloosheid. Dat is een valse redenering, want de hoeveelheid werk is geen vast gegeven. Uit de cijfers blijkt dat mensen meer uitgeven wanneer hun inkomen stijgt. En naarmate ze meer uitgeven, creëren ze meer werk. Met andere woorden: hoe meer we werken, hoe meer werk we genereren.”

Wat is de oplossing?

Volgens Peter Vanden Houte knelt het schoentje bij de arbeidsparticipatie: in ons land zijn te weinig mensen aan het werk om de productie per capita daadwerkelijk op te drijven; hetgeen nodig is om onze welvaart op peil te houden. In de categorie 55- tot 65-jarigen is minder dan 30% actief, tegenover meer dan 40% in de hele EU en 50 tot 60% in de Scandinavische landen. Waarom zijn er niet meer inspanningen om de oudere garde te activeren? Peter Vanden Houte: “Dat blijkt in de praktijk niet zo gemakkelijk. Een van de problemen is de te lage scholingsgraad van de 55-plussers. Een andere optie is de afbouw van onze sociale zekerheid, maar dat ligt politiek veel te gevoelig. De oplossing ligt daarom elders. We moeten een hogere toegevoegde waarde creëren per werknemer, door een specialisatie van onze economie, meer scholing en vorming. De cijfers bewijzen het: een verlenging van de scholing met één jaar resulteert in een stijging van 4 tot 7% van de toegevoegde waarde per capita.”

Werktijdverlenging is vooral belangrijk voor arbeidsintensieve bedrijven. Peter Vanden Houte: “Zij gaan sowieso een bijzonder moeilijke periode tegemoet, want internationale spelers vinden elders steeds gemakkelijker goedkopere productiemogelijkheden. Op andere vlakken heeft ons land wel troeven. Hooggeschoolden verdienen hier niet veel meer dan de middelmaat. Kennis en knowhow zijn relatief goedkoop, en dat zullen we in de toekomst moeten uitspelen.”

De visie van de bedrijfsleider

Jean-Charles Wibo staat sinds 1996 aan het hoofd van het metaalverwerkend bedrijf Vlassenroot in Groot-Bijgaarden. Onder zijn dynamische leiding vervijfvoudigde het personeelsbestand van de groep WIBO.  Ook hij is resoluut: de activiteitsgraad moet absoluut omhoog, anders wordt de toestand onhoudbaar.

Arbeidsmobiliteit verhogen en langer werken

Het eerste probleem dat JC Wibo aankaart, is het gebrek aan arbeidsmobiliteit: “Ondanks de hoge werkloosheidsgraad vinden bepaalde bedrijven geen werknemers. Daarom zou de overheid werklozen moeten aanmanen om ook tien tot vijftien kilometer van huis werk te aanvaarden. Zo zoeken wij tevergeefs naar extra arbeiders, terwijl het Brussels Gewest een paar kilometer verderop meer dan 20% werklozen telt. De regionalisering heeft tot een versnippering van de bevoegdheden geleid waardoor er geen sprake meer is van een algemeen beleid.”
Dat we met ons allen langer zullen moeten werken, staat volgens JC Wibo als een paal boven water. De vakbonden zijn echter resoluut tegen en de politici missen de nodige moed om hiertoe de nodige maatregelen te nemen. Maar ook de ondernemers hebben boter op het hoofd. JC Wibo: “Grote bedrijven en multinationals zijn vaak vragende partij om het brugpensioen te behouden omdat ze zo op een goedkope manier zich kunnen ontdoen van hun sociaal passief. Maar ook de bedrijfswereld moet correct zijn: je kan niet aan de klaagmuur staan en tegelijk profiteren van de overheid.”

Hogere nettolonen en werktijdverlenging

Het gebrek aan politieke moed zal ons naar een punt leiden waarop we zullen verplicht worden langer te werken, zoniet valt ons sociaal zekerheidsstelsel in duigen. Daarnaast moet de arbeidskost stevig omlaag en de werktijd omhoog. JC Wibo: “De huidige arbeidsreglementering beantwoordt niet langer aan de economische marktomstandigheden. De wereld is een dorp en de globalisering is niet meer te stuiten. De regering heeft tot doel 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, maar ze dient vooral maatregelen te nemen om de bestaande jobs te behouden. Wat vandaag gebeurt met de textiel, staat morgen de metaalsector te wachten. De enige manier om delokalisatie een halt toe te roepen en onze concurrentiekracht te herstellen, is de werkduur optrekken tot 40 uur per week, tegen hetzelfde salaris.”
Is dat sociaal haalbaar? “Onze werknemers zijn bereid om langer te werken,” zegt JC Wibo. “Maar de hoge sociale lasten werken demotiverend. De totale arbeidskost moet omlaag, zodat het nettoloon kan stijgen.”
Volgens JC Wibo ligt de oplossing in een fikse afslanking van de overheid: “Er bestaat een wanverhouding tussen de werkgelegenheid in de overheid en die in de privé. Bovendien werkt de staat inefficiënt, en is er dringend nood aan modernisering en afbouw van de administratieve rompslomp!”

Verlenging van de werktijd, verhoging van de activiteitsgraad, daling van de arbeidskost zijn in elk geval hete hangijzers die de politieke agenda in de komende jaren zullen blijven bepalen.

 

10:22 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 037 |  Facebook |

29-10-07

De geschiedenis van de belastingen

Deze tekst dateert van juli 2005 en verscheen in het magazine van Philip Morris, geproduceerd door Headline Publishing Agency.

De geschiedenis van de belastingen

Schrik niet te hard, maar belastingen zijn een teken van beschaving. In tegenstelling tot wat de Flintstones ons willen doen geloven, betaalden onze prehistorische voorouders geen belastingen. Maar ze beschikten dan ook niet over wegen, scholen, hospitalen… kortom, allerlei gemeenschappelijke voorzieningen waarvan iedereen kan genieten, en die betaald worden met belastingsgeld.

Belastingen zijn persoonlijke bijdragen aan gemeenschappelijke uitgaven. Dat hoeft niet noodzakelijk in de vorm van geld te zijn. Zo kenden de Israëlieten voor onze jaartelling een belastingsheffing in de vorm van het afstaan van vee of graan. Naarmate de samenleving zich verder ontwikkelde en complexer werd, groeiden de gemeenschappelijke uitgaven en werden de belastingen steeds inventiever en… zwaarder. Laten we u even meenemen op een reis doorheen de tijd….

Oude Belgen: schatplichtig aan de Romeinen

De oude Egyptenaren waren verplicht om gratis mee te werken aan de bouw van de piramiden. Van een belasting gesproken! Maar eigenlijk waren de eerste belastingen “vrijwillig”: geschenken in natura aan stamhoofden, koningen, farao’s… Gaandeweg kregen ze een verplichtend karakter.

In onze contreien werden de eerste belastingen ingevoerd door de Romeinen. De macht van het oude Rome strekte zich uit over heel Zuid- en Midden-Europa, met de Rijn als noordergrens. De bewoners van de veroverde gebieden betaalden een belasting op het gebruik van de grond (tribtum soli), waarmee de Romeinse Keizer ondermeer wegen en forten liet bouwen. Vlak voor onze jaartelling liet keizer Augustus volkstellingen houden om het aantal inwoners per provincie te kennen. Iedere burger werd ingeschreven in een bevolkingsregister ‘avant la lettre’, en diende een verklaring over zijn bezittingen af te leggen aan de belastingsambtenaar. Op die manier kon het Romeins bestuur een schatting maken van de verwachte inkomsten en een rudimentaire begroting opmaken.  

Betalen in graan en vee

De middeleeuwse samenleving was ingedeeld in standen: bovenaan troonde de koning of keizer, met daaronder de geestelijkheid en de edellieden. Helemaal onderaan de ladder stonden de boeren (lijfeigenen) op het platteland en de burgers (handelaren en ambachtslui) in de steden. Telkens de koning geld nodig had, ging hij ‘bedelen’ bij de graven. Oorspronkelijk waren die ‘beden’ eenmalige bijdragen om bijvoorbeeld een kasteel te financieren, maar stilaan werden ze een vaste bron van inkomsten waarmee de vorst zijn hofhouding onderhield, oorlog voerde, enz. De graven klopten op hun beurt aan bij de boeren, die een deel van de opbrengst van hun grond in natura afstonden aan hun ‘leenheer’.

De geboorte van de accijnzen en wegentaks

Vanaf de twaalfde eeuw begonnen graven, hertogen en bisschoppen stadsrechten te verlenen aan de opkomende steden: ze mochten een muur bouwen rond de stad, markten houden… en ook eigen belastingen heffen, niet alleen om hun verplichtingen tegenover de vorst na te komen, maar ook om straten, muren, poortwachters… te betalen. De meest voorkomende belastingen waren accijnzen: heffingen op levensnoodzakelijke goederen zoals brandhout, zout, zeep, graan, meel, wijn, turf, kolen, enz. Een andere belastingssoort was de tol, ondermeer voor het gebruik van bruggen en wegen.

De steden kenden ook een systeem van verpachting, dat tot halverwege de achttiende eeuw overeind is gebleven. De inning van bepaalde belastingen werd uitbesteed aan belangrijke, rijke personen. Bijvoorbeeld: een wijnhandelaar was tegelijkertijd pachter van de wijnaccijns. Meestal inde hij meer accijnzen dan hij moest afstaan aan het stadsbestuur, wat hem een mooie bijverdienste opleverde. Ook accijnzen op tabbak dateren uit die periode.

Alva: de uitvinder van de BTW

Halverwege de zestiende eeuw kwamen de Lage Landen terecht onder het juk van de Spaanse koning Philips II, die de beruchte Alva stuurde om de orde te handhaven. Alva maakte zich bijzonder gehaat door het systeem van de beden af te schaffen en een algemene belasting in te voeren van één procent op de waarde van alle goederen (100ste penning), en vijf procent op de waarde van alle onroerende goederen (20ste penning) als ze van eigenaar verwisselden. Toen hij ook de 10de penning wou invoeren, brak de hel los. De 10de penning was een soort van BTW (van 10%), te betalen bij elke koop en verkoop van een onroerend goed. Het verzet tegen zijn belastingsplan mondde uiteindelijk uit in de Tachtigjarige Oorlog… Belastingsheffingen hebben in de geschiedenis wel vaker aanleiding gegeven tot oorlogen en revoluties. De Amerikaanse Onafhankelijk van 4 juli 1776 was het resultaat van een oorlog tegen de Britten. Het vuur aan de lont was een protestactie tegen een taks op thee, die de geschiedenis is ingegaan als de ‘Boston Thee Party’.  

Napoleon: grondlegger van de moderne belastingen

Tussen 1795 en 1815 zwaaide Napoleon de scepter over Europa. In 1805 voerde hij voor heel de republiek een belastingsstelsel in, dat voor het eerst rekening hield met de draagkracht van de belastingplichtigen. Een heleboel accijnzen verdwenen en in de plaats kwam een belasting op het inkomen. Hoe rijker je was, hoe meer belastingen je moest ophoesten. De rijkdom werd gemeten aan de hand van het aantal dienstboden, paarden, haardsteden, deuren en vensters… Een overblijfsel van de belasting op ramen kan je vandaag nog zien aan de dichtgemetselde ramen van sommige oude herenhuizen. Doorheen de geschiedenis hebben mensen zich immers altijd bijzonder inventief gevonden om belastingen te ontduiken.In de loop van de negentiende eeuw verschoof het zwaartepunt van de belastingsdruk steeds meer naar inkomsten, vermogens en winsten. Dat was in elk geval eerlijker dan de middeleeuwse accijnzen die iedereen moest betalen, arm of rijk.

En vandaag…

U merkt het, nogal wat belastingen stammen uit een ver verleden. Vandaag onderscheiden we fundamenteel twee soorten belastingen: directe en indirecte. Directe worden geheven op de winsten van de bedrijven (vennootschapsbelasting), de inkomsten uit arbeid (personenbelasting) en uit kapitaal (bijv. voorheffing op interesten uit obligaties). Als we erfenis- en schenkingsrechten niet meetellen, kent België geen vermogensbelasting, dat is een belasting op bestaande rijkdom. Indirecte belastingen zoals de BTW en accijnzen maken goederen duurder. Maar de zwaarste belasting hebben we nog niet vernoemd. Dat zijn de sociale bijdragen van werkgevers en werknemers die de sociale zekerheid (gezondheidszorg, pensioenen, vervangingsinkomens…) financieren. Die ‘belasting’ weegt bijzonder zwaar door op de loonkosten. De totale belasting op arbeid (inkomstenbelasting plus bijdragen aan de sociale zekerheid) is in België goed voor 55% van de overheidsinkomsten, dat is 4 procent boven het Europese gemiddelde. De regering zoekt daarom naar andere middelen om de sociale zekerheid te financieren, zoals een verhoging van de BTW. Maar dat is dan weer een ander verhaal.    

09:38 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 032 |  Facebook |