18-10-07

Olierijkdommen halen Rusland uit het slop

Onderstaande tekst werd geschreven in juli 2006 in opdracht van Publitec voor het tijdschrift ING Onderneming

 

Dossier: BRIC-landen – Deel 4

Olierijkdommen halen Rusland uit het slop

 

Rusland is de derde economische reus in wording die we bespreken in ons dossier over de BRIC-landen. In tegenstelling tot China, is de overgang naar het kapitalisme er veel moeizamer en chaotischer verlopen. Ondanks de macro-economische stabilisering van de laatste jaren, is er nog heel wat werk aan de winkel.

 

Na de val van het communisme en de daaropvolgende desintegratie van de voormalige USSR ging het in Rusland van kwaad naar erger. In de laatste jaren kon het tij echter worden gekeerd en brak een periode aan van economische groei, die tussen 2001 en 2005 gemiddeld 6,1% bedroeg. Hoge olieprijzen droegen in belangrijke mate bij tot het herstel van de Russische economie, die pas sinds 2002 door de VS en Europa wordt beschouwd als een markteconomie, ook al speelt het dirigisme er nog altijd een grote rol. Maar er ligt nog heel wat werk voor de boeg op het vlak van infrastructuur, hervorming van het financiële systeem en investeringen in de energiesector. Bovendien heeft de nationalisatie van de productiedivisie van het olieconcern Yukos door de Russische staat in 2004 (en het achter de tralies zetten van de voormalige topman Michail Chodorkovski) het zakenklimaat er zeker niet bevorderd. Anderzijds was de beurs van Moskou vorig jaar de best presterende ter wereld (+83%) en schat het IMF het macro-economische risico in Rusland klein in.

 

Hervormingen onder Poetin

 

In maart 2000 werd Poetin verkozen en vier jaar later herkozen als president van Rusland. Onder zijn bewind versterkte het centrale gezag zijn greep over het land, maar werden ook een aantal belangrijke hervormingen doorgevoerd, vooral op fiscaal vlak. Zowel het aantal belastingen als de fiscale druk op ondernemingen gaan sinds 2000 in dalende lijn. In januari 2001 werd een vast belastingpercentage van 13% doorgevoerd in de personenbelasting, evenals een administratieve vereenvoudiging op het vlak van sociale bijdragen. De vennootschapsbelasting daalde begin 2002 van 35% naar 24%, terwijl de BTW begin 2004 werd teruggeschroefd van 20% naar 18%. Ook sneuvelde een regionale verkoopstaks van 5%.

 

Een andere belangrijke maatregel was de oprichting van een stabilisatiefonds, waarin Rusland een groot deel van zijn enorme petroleum- en gasontvangsten stort. In april 2006 bevatte het fonds 108 miljard USD (7% van het BNP). Op die manier heeft Rusland een groot deel van zijn buitenlandse schuld kunnen aflossen (11% van het BNP) en nog dit jaar wil het land zijn volledige schuld van 22 miljard USD aan de Club van Parijs terugbetalen.

Import en export

 

Aardolie, brandstof en gas namen in 2005 liefst 62,8% van de Russische uitvoer voor hun rekening, gevolgd door metalen (14,0%), chemische producten (5,8%) en machines en toestellen (5,5%). Uit die cijfers blijkt dat de Russische economie vooral op bodemrijkdommen draait en weinig toegevoegde waarde creëert. Gezien de hoge vlucht van de internationale olieprijzen sinds 2000, is het geen wonder dat de exportinkomsten in de afgelopen vijf jaar de pan uitvlogen. In dezelfde periode zorgden stijgende reële inkomsten en de herwaardering van de roebel voor een toename van de invoer. In 2005 zag het invoerplaatje van Rusland er als volgt uit: machines en toestellen 34,7%, voedings- en landbouwproducten 13,9%, chemische producten 13% en metalen 5,4%.

De belangrijkste klanten van Rusland zijn Nederland (10% van de totale export), Italië (9,6%), Duitsland (8,0%) en de Volksrepubliek China (5,3%). Duitsland (13,4% van de totale import), Oekraïne (7,9%), China (7,4%) en de VS (4,6%) zijn de belangrijkste leveranciers.

 

De handel met België

 

Vorig jaar bedroeg de uitvoer van België naar Rusland 2.013,2 miljoen euro (een stijging van 22,01% ten opzichte van 2004). Daarmee is Rusland de twintigste klant van België. Omgekeerd was de uitvoer van Rusland naar België in 2005 goed voor 4.168,4 miljoen euro (1,62% van de totale Belgische import), een stijging van 33,01% ten opzichte van het jaar daarvoor. Daarmee is Rusland de twaalfde buitenlandse leverancier van ons land. De handelsbalans met Rusland verslechtert sinds 2003 jaar na jaar: -950,1 miljoen euro in 2003, -1.484,0 miljoen euro in 2004 en -2.155,2 miljoen euro in 2005.

De belangrijkste Belgische exportproducten naar Rusland in 2005 waren machines en toestellen (22,1%), gevolgd door chemische producten (19,0% ), kunststoffen (10,4%), plantaardige producten (10,3%), transportmaterieel (9,8%), textiel (5,6%), voedingsproducten (5,5%), onedele metalen (5,3%) en dierlijke producten (2,1%).

In 2005 eisten minerale producten (vooral aardolie) meer dan de helft (51,9%) van de Belgische invoer uit Rusland op, gevolgd door edelstenen en -metalen (21,8%), onedele metalen (13,4%) en chemische producten (9%).

 

Economische vooruitzichten

 

Ondanks de indrukwekkende economische stabilisering sinds 1998, blijft het trage tempo van hervormingen een schaduw werpen over de toekomstige economische ontwikkeling van het land, ook al zullen aanhoudende hoge olieprijzen de economische groei verder blijven stimuleren. Anderzijds heeft het gebrek aan structurele hervormingen in de voorbije jaren aanleiding gegeven tot een capaciteitstekort, wat een hinderpaal vormt voor een verdere toename van de energieproductie en -uitvoer. De groei van het Russische BBP wordt dit jaar vooral voortgestuwd door consumptie en investeringen. Volgens de Intelligence Unit van de Economist zou de groei dit jaar vertragen tot 6% en in 2007 tot 5,5%. Het overschot op de lopende rekening (dat tussen 2001 en 2005 gemiddeld 9,8% van het BBP bedroeg) blijft, maar zou in 2007door de stijgende import en een tempering van de olieprijzen dalen tot 7,5% van het BBP.

 

Kader 1

 

Een financieel systeem in opbouw

 

Filiep Vermeersch, Head of Support Services Financial Institutions ING, werkte van 1996 tot 1999 in het vertegenwoordigingskantoor van de toenmalige BBL in Moskou, waar hij getuige was van de financiële ineenstorting van 1998.

 

Hoe is het gesteld met het financiële systeem in Rusland?

Filiep Vermeersch: “Onder het voormalige communistische bewind controleerden een handvol staatsbanken de volledige economie. Na de val van het Sovjet Imperium brak een periode aan van wild kapitalisme. In geen tijd schoten er ongeveer 2.500 privé-banken als paddenstoelen uit de grond. Het waren minuscule banken met heel weinig kapitaal. Vaak waren ze het verlengstuk van het financiële departement van een onderneming om plaatselijke financieringsbehoeftes te dekken. Daarnaast waren er een aantal ontluikende universele banken die in heel het land actief waren, maar de financiële crisis van 1998 schudde het hele banklandschap grondig door elkaar. . De belangrijkste overlevende instellingen waren de staatsbanken terwijl heel wat privé-spelers van het toneel verdwenen. Na de crisis heeft de Russische Centrale Bank maatregelen genomen om de financiële sector te hervormen en werden een aantal nieuwe banken opgericht. De financiële sector is bijgevolg pas acht jaar geleden weer op gang gekomen . Sindsdien zijn er een aantal grote Russische bankgroepen gecreëerd, met een belangrijk lokaal netwerk en toegang tot de internationale kapitaalmarkten

Welke rol hebben de buitenlandse banken gespeeld?

Filiep Vermeersch: “Vanaf het begin van de jaren 90 hebben buitenlandse banken schoorvoetend activiteiten opgestart in Rusland. ING was in 1995 een van de eerste die in het land actief waren. Maar de buitenlandse banken richtten zich vooral op eigen cliënten die zakendeden met Rusland, de zogenaamde Russische ‘Blue Chips’-ondernemingen, dus de top twintig, en de staat. De ontluikende middenklasse en de KMO’s waren aangewezen op zelffinanciering. Nu komt daar langzamerhand verandering in. De grootste Russische banken worden universeler, breiden hun productengamma en netwerk systematisch uit, en ook de buitenlandse banken richten zich via retailbankieren steeds meer naar de opkomende middenklasse.”

 

Is de roebel een stabiele munt?

Filiep Vermeersch: “Eind jaren negentig werden drie nullen geschrapt en een nieuwe roebel gecreëerd, die sindsdien bijzonder stabiel is gebleven. De Russische Centrale Bank liet in het eerste kwartaal van 2006 een opwaardering van de roebel toe, waardoor de koers Rb/USD begin mei 27/1 bedroeg (tegenover 28,3/1 in 2005). De roebel is (nog) niet volledig convertibel, maar als lid van de G8 spant Rusland zich enorm in om zijn marktgeloofwaardigheid te verhogen.”

 

Welke dienstverlening biedt ING aan in Rusland?

Filiep Vermeersch: “ING wordt in Rusland vertegenwoordigd door ING Bank Eurasia, een volledig gelicencieerde, universele bank (website: www.ing.ru) die haar dienstverlening vooral  op het ondernemingssegment  richt. Daarnaast is ING er actief op het vlak van investment banking, pensioenproducten, kapitaalmarkten en heel recent ook leasing. Een belangrijke activiteit is het financieren van de handel in olie, gas en metalen (commodity trading). ING heeft enkel een kantoor in Moskou en beschikt bijgevolg niet over een banknetwerk in Rusland, maar Belgische ondernemingen kunnen er wel terecht voor het openen van een rekening, de behandeling van letters of credit enzovoort.”

 

Zijn er specifieke gewoontes waarvan je best op de hoogte bent als je zakendoet in Rusland?

Filiep Vermeersch: “Achter elk succesverhaal in Rusland schuilt een drama. Het persoonlijke contact is er zeer belangrijk, dus u dient heel wat tijd te investeren om uw handelspartners te leren kennen. Op cultureel vlak bevinden de Russen zich op het kruispunt tussen Europa en Azië. Ze zijn weliswaar westers georiënteerd, maar de cultuurverschillen blijven. Maar zowel geografisch als cultureel staat Rusland toch een stuk dichter bij België dan bijvoorbeeld India of China.”

 

Is de bureaucratie een probleem?

Filiep Vermeersch: “Rusland blijft een van de meest bureaucratische landen ter wereld en bureaucratie blijft een voedingsbodem voor corruptie. De aanwezigheid van grote buitenlandse investeerders heeft wel geleid tot een wijziging van het investeringsklimaat, maar men moet zich terdege vergewissen van de bestaande regelgeving en gewoontes.  Het rechtssysteem is in volle ontwikkeling wat soms leidt tot inconsistente uitspraken en rechtsonzekerheid.;. Denk maar aan de recente inbeslagneming van een lading van 167.500 mobiele telefoons van Motorola, waarvan er 50.000 meteen werden vernietigd omdat ze zogezegd teveel straling veroorzaakten. Maar op economisch vlak er zijn duidelijke tekenen van beterschap en biedt het land enorme perspectieven voor de Belgische ondernemingen. Rusland is het vierde grootste land qua bevolking, de economie groeit er de laatste jaren heel sterk, de Russische middeklasse neemt snel toe, de Russen investeren weer in hun eigen land, in tegenstelling tot vroeger, toen was kapitaalvlucht schering en inslag, Na Moskou begint de rijkdom zich nu ook te verspreiden naar andere steden. En aangezien Rusland weinig producten met een hoge toegevoegde waarde zelf produceert, is er heel wat potentieel voor exporterende bedrijven. België geniet trouwens in een aantal sectoren van een stevige reputatie op het gebied van kwaliteit.”

 

Kader 2

 

Feiten & cijfers

 

 

2005

Bevolking (miljoen)

143,4

BBP (in miljard USD)

766,0

BBP/hoofd (in USD)

5.341,7

Gemiddelde wisselkoers Rb/USD

28,3

Groei BBP

6,4%

Index consumptieprijzen

12,7%

Uitvoer (in miljard USD)

245,3

Invoer (in miljard USD)

125,1

Handelsbalans (in miljard USD)

120,2

Werkloosheidsgraad

7,6%

 

2001-2005

Bevolkingsgroei

-0,5%

Reële groei BBP

6,1%

Reële groei binnenlandse vraag

7,9%

Inflatie

14,8%

Buitenlandse investeringen (in % van BBP)

1,6%

 

Nuttige links

 

Federal State Statistics Service: http://www.gks.ru/wps/portal/english

Ambassade van België in Moskou: http://www.diplomatie.be/moscownl/

Market Access Database van de DG Trade van de Europese Commissie: http://mkaccdb.eu.int/
Informatie van de Russische douane (in het Russisch): http://vch.ru/index_eng.html
Kamer van Koophandel van de Russische Federatie (Russ.-Eng): http://eng.iccwbo.ru/
Internationale Kamer van Koophandel en Industrie in Rusland: http://eng.iccwbo.ru/
Ministry of economy: http://www.economy.gov.ru/wps/portal/english

Russian cities on the web: informatie over de regio’s: http://www.cityvision.ru/network_en.htm-

 

Nuttige websites voor het opzoeken van info over vakbeurzen in Rusland:

http://www.exponet.ru/index.en.html
http://www.allexpo.ru/eng/
http://www.expodatabase.com
http://www.messe-duesseldorf.de/md/en/index.html
http://www.ite-exhibitions.com
http://www.users.globalnet.co.uk/~chegeo/index83.htm
http://www.ieg-gima.de/index.php?lang=en

 

Links naar diverse beursorganisatoren in Rusland:

Moskou: http://www-eng.expocentr.ru/
Sint-Petersburg: http://www.lenexpo.ru/a0/en/index.thtml

Sint-Petersburg: http://www.restec.ru/main.en.html

Nizhny Novgorod: http://www.yarmarka.ru:8100/   
Ufa: http://www.bashexpo.ru
Novosibirsk: http://www.sibfair.com           
Krasnoyarsk: http://www.krasfair.ru/eng/main/index.shtml
Krasnodar: http://www.exponet.ru/index.en.html

16:00 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: economie en financien, 031 |  Facebook |

21-09-07

Is de financiële sector overgereguleerd?

Onderstaande tekst dateert van februari 2005; geschreven in opdracht van Headline Publishing Voor Delta Lloyd Magazine

Is de financiële sector overgereguleerd?

Dat de financiële sector zich moet onderwerpen aan een reeks wettelijke verplichtingen en reglementen, trekt niemand in twijfel. Kapitaalstromen vormen de bloedsomloop van onze economie, en financiële crashes in het verleden hebben aangetoond tot welke economische en politieke catastrofes wildgroei kan leiden. Met de voortschrijding van de mondialisering en de verdere ontwikkeling van supranationale blokken zoals de EU hebben alsmaar meer wetten een internationale oorsprong. Denken we maar aan de Bazel II-normen, gericht op het behoud van een stabiel financieel wereldsysteem.

Komt daarbij een reeks financiële schandalen en een terroristische revival, en het hek is helemaal van de dam. Reglementen inzake “compliance”, het respect voor wettelijke en reglementaire bepalingen en deontologische principes maken het leven op het terrein soms behoorlijk moeilijk. De vraag is dan ook: is de financiële sector niet het slachtoffer geworden van ongebreidelde regelneverij? Michel Vermaerke, gedelegeerd bestuurder van Febelfin en van de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen (BVB), Daniel Nicolaës, voorzitter van de Vereniging Zelfstandige Bankagenten en Piet Verbuggen, voorzitter Directiecomité DL Bank schaarden zich rond tafel om hierover te debatteren.

DL Magazine: Laten we meteen met de hamvraag beginnen: Is de financiële sector overgereguleerd?
Michel Vermaerke: “In Europa bestaat er een politieke consensus over het behoud van de welvaartsstaat. Het verdrag van Lissabon laat daar geen twijfel over en stelt dat we die doelstelling enkel kunnen bereiken door het vrijmaken van de markten meteen te koppelen aan een reglementering ervan. De vraag luidt dus: gebeurt die reglementering met de nodige kwaliteit, tijdigheid en flexibiliteit? Veel Europese initiatieven starten vol goede bedoelingen, maar de complexiteit neemt toe naarmate ze op Europees, nationaal en toezichtniveau verder worden uitgewerkt. In dat proces ontstaat een veelvoud van comités die een enorme geldingsdrang aan de dag leggen, met een lawine reglementen tot gevolg. Bovendien zijn de opstellers vaak recent afgestudeerden met goede intenties en een goede theoretische basis, maar weinig praktijkervaring. Ten slotte stellen zich in België kwalitatieve problemen op wetgevend vlak. Eén voorbeeld: in december 2004 joeg de regering de deplafonnering op de beurstaks door het parlement, om ze twee weken nadien weer in te trekken vanwege de negatieve impact ervan op de economie en op de schatkist.”


Peter Verbruggen: “Bepaalde reglementeringen zijn nuttig en maatschappelijk noodzakelijk, maar op kwalitatief vlak loopt het inderdaad mank. Vaak worden wetten om de haverklap gewijzigd omdat ze onvoldoende doordacht zijn, te vaag of te gedetailleerd. Denken we maar aan de opeenvolgende wetswijzigingen inzake Beveks of de vele onduidelijkheden omtrent de EBA. Men verliest bovendien uit het oog dat wij managers zijn en opereren onder de controle van onze aandeelhouders. Te veel en te gedetailleerde reglementen schieten hun doel voorbij. Ook zeer vervelend is de timing: veel wetten komen te laat waardoor we onze programma’s niet tijdig kunnen aanpassen. Plato zei: laat ons 100 wetten maken en laat een rechter ze interpreteren. We moeten teruggaan naar die sfeer: blijf bij de essentie, laat de rest over aan de markt en stel mensen voor hun eigen verantwoordelijkheid.”


Daniel Nicolaës: “Op zich heb ik geen probleem met de Europese reglementering, wel met de nationale vertaling ervan. Vaak blijft die zeer abstract, waardoor er verschillende interpretatiemogelijkheden ontstaan. Vooral op gebied van compliance merk ik dat de ene bank de reglementering veel strikter toepast dan de ander.”


DL Magazine: Is de wetgeving inzake compliance niet dezelfde voor alle banken?
Daniel Nicolaës: “Compliance is vandaag een zeer hot item in onze sector. Bij de ene bank dient de kantoorhouder bvb elke transactie vanaf 25.000 euro te melden aan de compliance officer, bij een andere bank ligt dat bedrag veel hoger. Op die manier strijden we met ongelijke wapens. Misschien is daar een taak weggelegd voor de CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) of de BVB.”


Michel Vermaerke: “Compliance officers voeren enkel uit wat uitdrukkelijk in de wet wordt vermeld, of in de company policy. De BVB heeft het initiatief genomen om te helpen bepaalde normen op te leggen om een level playing field te creëren, maar die zullen een zekere vrijheid toelaten. In andere gevallen primeert de commerciële vrijheid. We mogen immers niets doen dat indruist tegen het concurrentierecht. Bovendien wensen we ons zelf niet schuldig te maken aan een overdreven reglementering.” 


Peter Verbruggen: “Als kantoorhouder ben je verplicht alle ‘verdachte’ transacties te melden. Maar los daarvan kan een bank bijvoorbeeld beslissen dat alle verrichtingen boven de 25.000 euro moeten worden gemeld aan de compliance officer. Dergelijke bepalingen kunnen verschillen van bank tot bank.”

DL Magazine: Veroorzaakt dat alles geen reusachtige papierenmolen in de kantoren?
Daniel Nicolaës: “Bankkantoren verdrinken in het papier. Bijvoorbeeld: we dienen een map aan te leggen voor verdachte transacties, een voor cashstortingen, een voor buitenlandse transfers… Dat alles veroorzaakt enorm veel extra werk. Wij dringen dan ook aan op een gebruiksvriendelijkere implementatie van de regelgeving, veel zaken kunnen immers perfect  informaticatechnisch worden opgelost.”
Peter Verbruggen: “De meeste banken zijn daarmee bezig, maar kijken de kat uit de boom omdat de wetgeving terzake volop in beweging is. Bovendien moeten we eerst een leerproces ondergaan en voldoende knowhow opbouwen, bijvoorbeeld inzake het risicoprofiel van cliënten.”   

DL Magazine: Krijgen banken niet steeds meer overheidstaken toebedeeld? 
Daniel Nicolaës: “Ik maak een onderscheid tussen preventieve en repressieve wetgeving. Wat mij vooral zorgen maakt, is dat je als bankagent of financieel tussenpersoon verplicht bent elke ‘verdachte’ transactie te melden. Dat legt een enorme verantwoordelijkheid op onze schouders, want wat is ‘verdacht’? Bij het minste vermoeden zijn we verplicht aangifte te doen. In de praktijk is dat niet werkbaar. We zijn immers geen politieagenten.”


Peter Verbruggen: “De overheid legt inderdaad verantwoordelijkheden bij mensen die ze niet kunnen nemen. Bovendien verandert de maatschappij voortdurend en zijn bepaalde zaken die vijf jaar geleden volledig toelaatbaar waren dat vandaag niet meer. Maar je wordt voor daden van vroeger wel bekeken door de bril van vandaag. De overheid meet banken ook steeds vaker een fiscale rol aan, en schuift meer en meer sociale verplichtingen door, zoals het basisbankpakket”.

DL Magazine: Hebben financiële dan geen maatschappelijke opdracht te vervullen?
Peter Verbruggen: “We hebben geen probleem met de algemene principes: verdachte kapitaalstromen en transacties monitoren e.d. Maar men overdrijft op het vlak van diepgang en detaillering, en vergeet vaak de reeds bestaande reglementering. Neem bvb de zogenaamde PEP’s (Politically Exposed Persons), waarbij we private cliënten moeten screenen op hun politieke achtergrond. Dat is schieten met een kanon om een mug te treffen. Er bestaan immers al voldoende acceptatievoorwaarden voor cliënten.”


Michel Vermaerke: “Bij de overheid bestaat inderdaad in bepaalde kringen soms de neiging om bankdiensten te beschouwen als openbare diensten, vandaar de strenge reglementering. De doelstellingen kunnen lovenswaardig en nobel zijn, maar door alles tot in het kleinste detail voor te schrijven, worden zaken die ter goeder trouw zijn nodeloos belast.”
 
DL Magazine: Is veel van de extrareglementering niet gericht tegen het voorkomen van financiële wanpraktijken, denk maar aan Barings of Enron?
Michel Vermaerke: “De Enron case heeft in de VS geleid tot de Sarbanes-Oxley Legislation, die onder meer CEO’s en CFO’s van beursgenoteerde bedrijven verplicht om de correctheid van alle financiële bedrijfsinformatie te bevestigen met hun persoonlijke handtekening. Dat heeft compliance een enorme boost gegeven. Na Cost, Competition, Customer Focus is Compliance de vierde ‘C’ geworden binnen de financiële sector.”


Peter Verbruggen: “Van zodra iets dergelijk gebeurt, regent het nieuwe reglementen, hetgeen de efficiëntie zeker niet ten goede komt. Neem alle maatregelen ter bescherming van de consument: die zijn zodanig ingewikkeld dat niemand ze nog kent. Een algemene beschermingsregel volstaat. Als er zich een probleem voordoet, kan een gezonde dialoog met de kantoordirecteur veel oplossen. Zoniet is er nog altijd de ombudsman…Wanpraktijken houdt je niet tegen met de wetgeving, je kan nu eenmaal niet alles voorkomen. Het komt eropaan te handelen als een goed huisvader, op basis van een degelijke beleidsverklaring. Een gezin die de kinderen honderden regels oplegt, functioneert niet.”


Michel Vermaerke: “In de maatschappij zijn disfunctionele gezinnen, maar dat betekent nog niet dat de overheid haar gezinsbeleid alleen op die gezinnen moet afstemmen. Hetzelfde uitgangspunt moet gelden voor de financiële sector: de overgrote meerderheid kwijt zich correct en op maatschappelijk verantwoorde wijze van zijn taken. Laten we vooral daar rekening mee houden en preventieve maatregelen nemen om zoveel mogelijk randgevallen uit te sluiten en op te vangen. Anderzijds blijkt uit ervaring dat alles herleiden tot een aantal grote principes aanleiding geeft tot achterpoortjes, dus ook hier dienen we tot een evenwicht te komen.”


Daniel Nicolaës: “Door de recente beursrecessie hebben veel banken een slecht imago gekregen omdat ze bepaalde beleggingsproducten verkochten aan een verkeerde doelgroep. Een cliënt van 80 moet je niet op de Nasdaq laten spelen. Vandaag dienen we alle cliënten een bepaald risicoprofiel aan te meten, maar dat gaat alweer gepaard met een reusachtige papierenmolen.”  

DL Magazine: Hier komen we op het terrein van Bazel. Bestaat hierover ook ontevredenheid?
Michel Vermaerke: “Bazel II is een internationale norm die niet alleen moet worden omgezet in een Europese reglementering, maar die ook geldt voor andere internationale spelers zoals de Amerikanen, vandaar de complexiteit. Maar Bazel II bevat ongetwijfeld positieve elementen. Zo bepaalt het assessment report van Barcelona dat de kapitaalkost voor banken met 15% naar beneden moet. Het probleem met Bazel is dat er geen toezichthouder is op wereld- en Europees niveau, enkel op nationaal vlak. Je moet dus een complexe nieuwe reglementering toepassen op doorgaans internationale financiële groepen, met behulp van nationale toezichthouders. Europa is – terecht of ten onrechte - nog niet toe aan een harmonisering van dat toezicht, wel probeert men tot een standaardisatie te komen, o.a. via het pas opgerichte comité van European Banking Supervisors.”


Peter Verbruggen: “De grote lijnen van Bazel II zijn ongetwijfeld toe te juichen: een betere classificatie van de kredietrisico’s, de aandacht voor operationele risico’s, betere rapportering, de opgelegde kapitaaleisen staan meer in verhouding tot de reële kredietrisico’s… Andere zaken zijn dan weer bijzonder complex en bijna niet uitvoerbaar, of gaan te veel in detail.”

DL magazine: Is de financiële sector op bepaalde terreinen vragende partij voor nieuwe reglementering?
Peter Verbruggen: “Dat gebeurt meestal om een bestaande reglementering te wijzigen: omdat ze concurrentieel nadelig is ten opzichte van het buitenland, niet uitvoerbaar is, of teveel openstaat voor interpretatie.”  

  
Michel Vermaerke: “Het Febelfin (Belgische Federatie van het Financiewezen) heeft een sensibiliserende taak naar de overheid toe om te wijzen op de negatieve neveneffecten van de wetgeving. Daarnaast moeten we blijven aandringen op een open dialoog en streven naar  wetten die uitvoerbaar zijn op het terrein. We kunnen wel klagen, maar het is ook onze taak om initiatieven te nemen zodat we tot een pragmatische oplossing kunnen komen. De meerderheid van onze gesprekpartners bij de overheid staat open voor dialoog en is vatbaar voor rede. Uiteraard is er ook een kleine meerderheid van kritikasters voor wie het nooit genoeg is, maar zoals Guido Gezelle ooit zei: wie niet tegen het ritselen kan, moet niet in het bos gaan wandelen.” 

 

09:47 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: economie en financien, debatten, 027 |  Facebook |

20-09-07

CBFA moet maximum gegarandeerde rentevoet bepalen

Onderstaande tekst schreef ik in opdracht van Headline Publishing voor Delta Lloyd Magazine (mei 2005)

Marc Verwilghen, minister van Economie:
CBFA moet maximum gegarandeerde rentevoet bepalen
 
De maximum gegarandeerde rentevoet van 3,75% weegt zwaar door op de verzekeringssector. Bovendien is die regeling in tegenstrijd met de Europese richtlijn, die bepaalt dat ze 60% van de OLO-rente moet bedragen, wat vandaag neerkomt op ongeveer 2%. Een verlaging dringt zich al lang op, maar wat denkt de bevoegde minister Marc Verwilgen hierover? DL Magazine trok met een aantal prangende vragen naar zijn kabinet in het hartje van Brussel.

Marc Verwilghen zetelde van 1991 tot 1999 in het parlement voor de toenmalige PVV en is sinds 1999 rechtstreeks verkozen VLD-senator. Zijn naam zal waarschijnlijk voor altijd verbonden blijven aan de Onderzoekscommissie Dutroux, die hij met brio voorzat. Na eerder ministerposten te hebben bekleed op Justitie en Ontwikkelingssamenwerking, volgde hij in 2004 Fientje Moerman op als minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid.

DL Magazine: U hebt eerder aangekondigd dat u de gegarandeerde rentevoet van 3,75% in de levensverzekering zou herzien. Kunt u ons uw plannen op dat vlak toelichten?
Marc Verwilghen: “Ik ben mij ten zeerste bewust van het probleem en wil het dan ook ten gronde aanpakken. De rentevoet van 3,75% geldt al zes jaar, hetgeen compleet onverantwoord is gezien de evolutie op de rente- en obligatiemarkten. Die rentevoet ligt beduidend boven 60% van de OLO-rente en is zelfs hoger dan de rente voor obligaties op lange termijn. Ik wens de verlaging van de gewaarborgde maximum rentevoet echter niet per KB door te voeren, maar wil de hele procedure grondig herzien. Uit ervaring blijkt dat een dergelijke technische aangelegenheid beter niet onderworpen is aan een politieke beslissing, maar geregeld moet worden door een mechanisme of procedure dat toelaat om veel vlugger in te spelen op marktontwikkelingen. Daarom wens ik die bevoegdheid over te dragen aan een onafhankelijke, maar technisch competente autoriteit, met name de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA). Ik spreek mij bijgevolg niet uit over een verhoging of verlaging van de maximum gegarandeerde rentevoet, maar wil de wetgeving herzien zodat de CBFA die rentevoet kan aanpassen naargelang de marktomstandigheden.”

DL Magazine: Waarom wordt de Europese richtlijn niet gewoon  overgenomen?
Marc Verwilghen: “Onze wetgeving is inderdaad strijdig met de Europese richtlijn die bepaalt dat de rentevoet maximaal 60% van de OLO-rente mag bedragen. Maar die richtlijn zegt niet over welke OLO-rente het gaat: is het de rentevoet op staatsobligaties op tien jaar, twaalf jaar, vijftien jaar? Mijn kabinet heeft tevergeefs gezocht naar een objectief criterium dat de CBFA als houvast zou kunnen gebruiken. Het criterium van de Europese richtlijn is ongeschikt, want onder bepaalde omstandigheden zou de remedie erger zijn dan de kwaal. Hadden we ons in 1985 gebaseerd op de 60% van de OLO-rente, dan zou volgens berekeningen van de CBFA de gewaarborgde interestvoet vandaag 7 à 7,5% bedragen! Daarom wens ik het criterium van de Europese richtlijn niet te betonneren in de Belgische wetgeving. Maar het idee om de bevoegdheid over te dragen aan de CBFA krijgt wel de steun van het IMF, dat in zijn laatste rapport aandringt om de bepaling van de maximaal gewaarborgde rentevoet toe te vertrouwen aan een autonome autoriteit.”

DL Magazine:Vanuit Assuralia rijst de vraag - vooral onder druk van de grootbanken - om ook de rentevoet van 4,75 te herzien die geldt voor de oudere portefeuilles...
Marc Verwilghen: “Ja, maar daar kan ik onmogelijk op ingaan want dat zou haaks staan op de basisbeginselen van het contractenrecht. Wanneer een verzekeringsmaatschappij een gewaarborgde rentevoet van 4,75% vastlegt in de overeenkomst die hij afsluit met de verzekerde, dan ligt dat contractueel vast en kan een minister daarin niet tussenkomen. We moeten wel een onderscheid maken tussen de klassieke formules met een gewaarborgde rentevoet, en Universal Life-producten. Een herziening van de rentevoet heeft geen invloed op de eerste categorie, behalve voor de nieuwe contracten. Voor Universal Life-producten zal de verlaagde rentevoet alleen gelden voor de nieuwe premies, maar uiteraard niet voor degene die reeds gestort zijn.”

DL Magazine: Dat is goed nieuws voor DL Life, aangezien wij over een jonge portefeuille beschikken. Maar tegen wanneer verwacht u dat de wetgeving wordt aangepast?
Marc Verwilghen: “Over mijn plannen die ik net heb toegelicht, moet nog een consensus worden bereikt binnen de regering. Mijn voorstellen gelden overigens uitsluitend voor de levensverzekering en zijn niet van toepassing op de WAP, die onder de bevoegdheid valt van mijn collega Bruno Tobback.”

DL Magazine: De Europese spaarrichtlijn is inmiddels goedgekeurd, maar die geldt enkel voor de banksector. Liggen er plannen op tafel om ook de verzekeringssector hierin te betrekken?
Marc Verwilghen: “Fiscaliteit valt onder de bevoegdheid van minister Reynders, maar bij mijn weten zijn er geen plannen in die richting. Toch een kleine voetnoot: er kunnen wel problemen opduiken bij gediskwalificeerde verzekeringsproducten, bvb bepaalde producten van Tak 23 die eigenlijk beleggingsproducten zijn en dus onder de spaarrichtlijn vallen.”

DL Magazine: De bank- en verzekeringswereld groeien zienderogen naar elkaar toe. Hoe kijkt u tegen die evolutie aan en bent u bereid om in te gaan op de vraag van de financial planners om erkend te worden?
Marc Verwilghen: “Om met de laatste vraag te beginnen: het antwoord luidt neen, omdat ik de mogelijkheid niet heb om dat te doen. De wetgeving op de verzekeringsbemiddeling wordt volledig vanuit Europa gestuurd via de fameuze richtlijn van 2002, die op 15 januari 2005 geïmplementeerd had moeten worden. Het wetsvoorstel is klaar en zal in de eerstkomende weken aan het parlement worden voorgelegd. De richtlijn van 2002 wordt omgezet in de wet Cauwenberghs, die de verzekeringsbemiddelaars reglementeert. In principe moet elke verzekeringsbemiddelaar een CBFA-inschrijvingsnummer hebben en beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden. De nieuwe wet voorziet drie uitzonderingen. Men mag bemiddelen zonder erkenning voor het verzekeren van de eigen onderneming of een onderneming van de groep; wanneer het een verzekering betreft die aanvullend wordt verkocht bij een product of dienst (bvb een annuleringsverzekering bij reizen); en bij het verstrekken van occasionele verzekeringsinformatie (bvb advocaten, notarissen, belastingconsultanten, enz.) De financial planners beantwoorden niet aan die voorwaarden. Ze kunnen bijgevolg geen verzekeringsproducten verkopen, want in dat geval treden ze op als makelaar of bankagent en dienen ze te beantwoorden aan de wettelijke voorwaarden. Maar niets belet hen uiteraard om beide te combineren…”

DL Magazine: Voorziet u wettelijke initiatieven inzake de makelarij van bankproducten?
Marc Verwilghen: “Ook die materie valt onder de bevoegdheid van mijn collega op Financiën. Ik kan u wel meegeven dat senator Luc Willems (VLD) een wetsvoorstel klaar heeft dat het statuut van de bankmakelaar introduceert. Momenteel zijn alleen de tussenpersonen in de verzekeringssector wettelijk gereglementeerd, terwijl veel bankagenten ook optreden als verzekeringsmakelaar en omgekeerd. Wanneer er twee statuten naast elkaar zullen bestaan, wordt het ook nodig om bruggen te bouwen tussen beide, zodat ze met gelijke wapens kunnen strijden en de consument dezelfde wettelijke bescherming kan genieten.”

DL Magazine: Dank u hartelijk voor dit verhelderende gesprek.

 

18:31 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: interviews, economie en financien, 026 |  Facebook |