19-09-07

De economische opmars van India

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor ING Onderneming (maart 2006 - eigen research – ruwe versie)


De economische opmars van India

Het overnamebod van Lakshmi Mittal, eigenaar van Mittal Steel Company, op staalreus Arcelor, is een mooie illustratie van het toenemende belang van India als economische grootmacht.

Arcelor is overigens niet het enige bedrijf dat actief is in ons land en door een Indische maatschappij wordt overgenomen. De Antwerpse diamantsector is al voor meer dan 60 procent in handen van Indiase diamantairs. Niet alleen het slijpen, maar ook de handel en de certificering van de diamanten gebeurt steeds vaker in India. Verder kocht begin vorig jaar het Indiase Crompton Greaves de Mechelse transformatorenbouwer Pauwels Trafo op voor 32,1 miljoen euro. De Indische overnemer investeerde meteen 7,5 miljoen euro extra in het bedrijf, en behield zowel het Belgische management als de 2.000 werknemers. En in juni 2005 nam het Indiase farmaceutische bedrijf Matrix Laboratories Docpharma over, een familiebedrijf uit Heverlee, dat gespecialiseerd is in generische geneesmiddelen.

Intrede in toptien

Volgens de Wereldbank is het BBP van India (in USD) tussen 2003 en 2004 gestegen van de twaalfde naar de tiende plaats op de wereldranglijst. Wat het inkomen per capita betreft, bekleedt India echter de 159ste plaats. Daar waar India vroeger graag vergeleken werd met een olifant, groot, traag en log, spreken economisten vandaag steeds vaker van een nieuwe Aziatische tijger. Maar dan wel een met een bevolking van 1,1 miljard, waarvan de gemiddelde leeftijd amper 26 jaar is. Samen met China is India een van de snelst groeiende economieën ter wereld, en samen herbergen ze bijna tweevijfden van de wereldbevolking.

In de laatste vijftien jaar groeide de Indische economie gemiddeld met 6% per jaar en in de voorbije drie jaar klom dat cijfer zelfs op tot ongeveer 8%. Voor het lopende begrotingsjaar, dat eind maart 2006 eindigde, komt de groei naar verwachting uit op 8,1 procent. Ook de vooruitzichten op korte en middellange termijn blijven goed, hoewel algemeen toch een kleine groeivertraging wordt vooropgesteld, ondermeer ten gevolge van de aanhoudende hoge olieprijzen (India voert meer dan 70% van zijn petroleum in).

Een kleine vergelijking met China

Achter die indrukwekkende economische cijfers, schuilen echter nog heel wat armoede en achterstand. Volgens schattingen van de Wereldbank moet 35% van de Indische bevolking rondkomen met een daginkomen van minder dan 1 dollar (17% in China). Meer dan 220 miljoen mensen zijn ondervoed, de kindersterfte bedraagt 65 op 1.000 (30 in China), de gemiddelde levensverwachting bij geboorte is 63 jaar (71 in China), en de alfabetiseringsgraad onder volwassenen is 57% (91% in China). Meer dan 70% van de bevolking woont op het platteland (60% in China). India gaat verder gebukt onder een gebrekkige infrastructuur, wat een belangrijke hinderpaal vormt voor buitenlandse investeerders. De economische groei houdt immers geen gelijke tred met de ontwikkeling van de infrastructuur. Grote steden als Bombay, Hyderabad en Nellore slibben dicht, de wegen zijn overvol en het spoorwegnet is onderontwikkeld. Daarom heeft de Indiase regering een nieuw plan ontwikkeld, dat voorziet in het inschakelen van plattelandsbewoners voor openbare infrastructuurwerken.

Belangrijke troeven

India kan echter een aantal belangrijke troeven uitspelen die ontbreken in China: de algemene verspreiding van het Engels (dat naast het Hindi de belangrijkste officiële taal is), het democratische regime en een juridisch systeem, geschoeid op Angelsaksische leest. Bovendien is India een interessant investeringsland door zijn potentieel op langere termijn (tien jaar), de aanwezigheid van een middenklasse van 200 à 400 miljoen consumenten, de mogelijkheid om er een productiebasis te vestigen voor uitvoer naar derde landen, en de mogelijkheden op het vlak van BPO (Business Process Outsourcing)
De belabberde staat van de infrastructuur en de hoge noden van de energiesector zullen in de komende jaren enorme investeringswerken genereren, waarvan de verwezenlijking voor een groot deel zal afhangen van kapitaal en expertise uit het buitenland.

Om investeerders aan te trekken, voorziet de regering een fiscaal uitzonderingsregime in de zogenaamde Special Economic Zones (SEZs). In de Export Processing Zones (EPZs) probeert ze buitenlandse vestigingen aan te trekken voor uitvoer naar derde landen. De invoer voor de daar gevestigde bedrijven is vrijgesteld van taksen, wat een groot voordeel is gezien de hoge tarieven in de rest van het land. Tot slot is India wereldmarktleider op het vlak van Business Process Outsourcing (BPO), dankzij de goede kennis van het Engels en jonge, hooggekwalificeerde gediplomeerden. Die positie is nauw verbonden met de Indische expertise op het vlak van informatie- en communicatietechnologie.

Kansen voor Belgische bedrijven

India is een groeimarkt voor zowel investeringsgoederen als consumptiegoederen. Vooral energie en infrastructuur, de bouwnijverheid, industriële producten, hightech sectoren en BPO’s bieden aantrekkelijke investeringskansen.
Om in de komende tien jaar te voldoen aan de toenemende energiebehoeften, zijn naar schatting ongeveer 100 miljard USD investeringen nodig, vooral in exploratie en productie. Ook de ontdekking van nieuwe gasreserves langs de kust van Andhra Pradesh opent interessante mogelijkheden. Bovendien plant India de bouw van een gasleiding naar de gasvelden in Iran en een onderzeese gaspijplijn naar de gasvelden van Myanmar.

Ook andere infrastructuursectoren hebben behoefte aan buitenlandse kapitaalinjecties, zoals het vernieuwen en bouwen van luchthavens, het aanleggen van duizenden kilometers wegen,
en de modernisering (en privatisering) van de havens. De bouwnijverheid is goed voor 20% van de totale industriële activiteit en de vraag naar bouwmaterialen (zoals staal en cement), maar ook aluminium, groeit enorm.

De sector van de industriële producten vertegenwoordigt 63% van het totaal van de industriële activiteit en wordt voortgestuwd door de sterke vraag naar zowel investerings- als consumptiegoederen. Belangrijk zijn ook de hightech sectoren zoals biotechnologie, informatica-, luchtvaart- en ruimtetechnologie... die zeker mogelijkheden bieden voor Belgische bedrijven. Op het vlak van BPO’s en IT-enabled services neemt India ruim 80% van de werelduitvoer in de sector software outsourcing voor zijn rekening.


Kader 1

India in cijfers

  • - Bevolking: 1,095 miljard
    - 10de grootste economie in de wereld
    - BBP (2005): 754,8 miljard USD
    - Groei BBP 2001-2005: + 6,6%
    - Gemiddelde inflatie 2001-2005: 4%
    - Gemiddeld inkomen per hoofd (2004-2005): 689 USD
    - Uitvoer naar de EU-25 (2004): 16,2 miljard euro
    - Invoer vanuit de EU-25 (2004): 17 miljard euro
    - Uitvoer naar België (2004): 2,3 miljard euro
    - Invoer vanuit België (2004): 4,3 miljard euro
    - Rating Standard&Poors/Fitch: BB+

Bronnen: Agentschap voor buitenlandse handel – Economist Intelligence Unit


Geraadpleegde bronnen bij dit artikel

  • Economist
    Agentschap voor Buitenlandse Handel
    De Tijd
    De Morgen

Nuttige links

19:52 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 025, economie en financien |  Facebook |

09-07-07

ARKimedes helpt Vlaamse KMO’s aan risicokapitaal

Deze tekst werd geschreven in mei 2005 in opdracht van Publitec voor ING Onderneming

 

ARKimedes helpt Vlaamse KMO’s aan risicokapitaal

 

“Geef mij een hefboom en een vast steunpunt, en ik zal de wereld bewegen.” Die uitspraak van de Griekse filosoof Archimedes is de inspiratiebron voor de naam ‘ARKimedes’, een project van de Vlaamse overheid om risicokapitaal te stimuleren.

 

Met ARKimedes wil de Vlaamse overheid professionele risicokapitaalverschaffers aanzetten om ook kleinere bedragen vrij te maken voor investeringsprojecten in Vlaanderen, door bovenop elke euro die ze zelf investeren, maximaal één euro te investeren uit een ARKimedes-Fonds. De middelen van dat fonds worden door een bankensyndicaat (bestaande uit Dexia, KBC en ING) opgehaald bij het grote publiek, via een gelijktijdige uitgifte van aandelen en obligaties. De privé-belegger kiest zelf in welke beleggingsvorm hij investeert (aandelen, obligaties of een combinatie van beide). Voor een belegging in obligaties biedt de Vlaamse overheid een waarborg van 100% op zowel het kapitaal als de interesten; voor aandelen is er een kapitaalgarantie van 90% bij de ontbinding van het fonds, plus een belastingskrediet van 35%, gespreid over vier jaar (met een maximum investeringsbedrag van 2.500 euro per belastingplichtige). Ivan Trangez, Investment Manager en Bertrand Soenen, Senior Manager Securities Transaction Management bij ING zijn alvast enthousiast over het project.

 

Dichten van de equity gap

 

Het ondernemersschap in Vlaanderen draait al enige tijd op een laag pitje. Een van de redenen is dat starters of ondernemers die willen investeren in een groeiproject het moeilijk hebben om de nodige middelen bijeen te sprokkelen. Ivan Trangez: “Kleinere investeringen van 150.000 tot 250.000 euro kunnen ze doorgaans met eigen middelen financieren, of door een beroep te doen op familieleden, vrienden en business angels. Voor hogere bedragen zijn ze aangewezen op professionele risicokapitaalverschaffers, maar die wensen meestal niet te investeren onder de 2 miljoen euro, omdat de kosten die verbonden zijn aan het selecteren en monitoren van de dossiers te hoog oplopen voor kleinere investeringsbedragen. Met ARKimedes wenst de Vlaamse overheid die equity gap te overbruggen door investeringsbedragen tot 500.000 euro te verdubbelen, waardoor een schaalvoordeel ontstaat.”

 

Vernieuwend aan het initiatief is dat de Vlaamse overheid zich niet in de plaats stelt van de venture capitalists, maar samenwerkt met de bestaande infrastructuren. Ivan Trangez: “Uit mijn contacten met de bedrijfswereld merk ik enerzijds een gevoel van opluchting omdat ARKimedes nieuwe mogelijkheden opent voor het vinden van risicokapitaal, maar anderzijds is er een grote koudwatervrees omdat de doorsnee KMO wantrouwig staat tegenover overheidsinmenging. ARKimedes heeft een zuivere financiële participatiestructuur en wordt volledig gefinancierd met publiek opgehaalde middelen, waardoor alle commerciële beslissingen exclusief blijven voorbehouden aan het management, los van eender welke overheidsdienst.”

 

Een financieringsvorm met beperkte voorwaarden

 

Naar verwachting zal ARKimedes na de zomerperiode volledig operationeel zijn. Bij de verschijning van dit nummer worden de laatste loodjes gelegd aan de oprichting van een eerste ARKimedes-Fonds dat minimaal 75 miljoen euro zal inzamelen bij het grote publiek. Bij succes worden later nieuwe ARKimedes-Fondsen opgericht, allen beheerd door ARKimedes Management NV. Elk ARKimedes-Fonds is een dakfonds dat participaties neemt of leningen verstrekt aan een reeks van erkende investeringsvennootschappen of ARKIV’s, die op hun beurt zullen investeren in startende ondernemingen of bestaande KMO’s die een groeiproject wensen te realiseren. De aanvraag tot oprichting van een ING-ARKIV is inmiddels ingediend en wacht op zijn erkenning.

Ivan Trangez: “Het ARKimedes-Fonds is minderheidsaandeelhouder in elke ARKIV, en de ARKIV is op zijn beurt minderheidsaandeelhouder in de onderneming waarin geïnvesteerd wordt. Het gaat dus om een pure financiële geldverstrekking, niet om een medeparticipatie in het management van de betrokken onderneming.”

 

Aan welke criteria dient een onderneming te voldoen om in aanmerking te komen voor een ARK-financiering? Ivan Trangez: “De belangrijkste criteria zijn: de onderneming moet beantwoorden aan de Europese definitie van een KMO, dient te investeren in een project dat de Vlaamse economie ten goede komt en het investeringsbedrag mag niet meer bedragen dan een miljoen euro per investeringsronde. Ondernemingen uit de vroegere EGKS-sectoren en sectoren met een structurele overcapaciteit komen niet in aanmerking.”

 

De gevolgen van een ARK-investering

 

Op het vlak van investeringscriteria gelden bij ARKimedes dezelfde regels als degene die van toepassing zijn voor commercieel beschikbaar gesteld durfkapitaal, maar dan toe te passen op maat van een KMO. Ivan Trangez: “Voor de rest verwacht de ARKIV als financieel investeerder dat het management een houding aanneemt die consequent is met de bereidheid om het kapitaal van zijn onderneming open te stellen, en bijgevolg de nodige transparantie, mededeelzaamheid en luisterbereidheid aan de dag legt. De komst van de nieuwe aandeelhouder vertaalt zich in een stukje zeggenschap in de onderneming, bijvoorbeeld via een zitje of een observatiepost in de Raad van Bestuur, of een vertegenwoordiger in een strategisch adviescomité. Uiteraard is het de bedoeling dat de ARK-investering aanleiding geeft tot een versnelde ontplooiing van de onderneming, via organische groei of acquisities. Dat moet uitmonden in een stevigere financiële structuur die een uitbreiding van normale bancaire financiering mogelijk maakt.”

Gezien de levensduur van de ARKIV beperkt is in de tijd, dienen van in het begin de nodige afspraken te worden gemaakt over de manier waarop de desinvestering zal plaatsvinden. Ivan Trangez: “Op de dag van het huwelijk wordt meteen een scheidingscontract ondertekend. Als de financiële inbreng succesvol is, zullen de overige aandeelhouders aan het einde van de rit normaal gezien over voldoende middelen beschikken om de ARKIV terug te kopen. Loopt het minder goed af, dan riskeert de ondernemer een stuk van de controle over zijn bedrijf te verliezen, maar dat risico is inherent aan elke inbreng van durfkapitaal.”

 

Een aantrekkelijke belegging in de Vlaamse economie

 

Het grote publiek krijgt twee mogelijkheden om zich in te schrijven in het ARKimedes-Fonds. Bertrand Soenen: “De meest eenvoudige en veilige beleggingsvorm is de aankoop van obligaties. Ze hebben een looptijd van twaalf jaar, waarbij het kapitaal en de interest gewaarborgd zijn door het Vlaams gewest. Door de aanschaf van ARKimedes-obligaties steunt u de Vlaamse KMO-wereld, zonder daarbij een risico te lopen. De andere mogelijkheid is de aankoop van aandelen, waardoor u bij de ontbinding van het fonds de volledige potentiële meerwaarde geniet. Valt het tegen, dan is uw ingebrachte kapitaal voor 90% gewaarborgd door de Vlaamse overheid. Normaal gezien zijn er geen tussentijdse dividenduitkeringen, maar u wordt wel beloond met een belastingskrediet van 35% van uw investeringsbedrag, met een maximum voordeel van 875 euro, gespreid over vier jaar. Zelfs wanneer u rekening houdt met de actualiseringsvoet van de 90%-waarborg over twaalf jaar, kunt u door dat fiscale incentive nog altijd een minimum gewaarborgd rendement genieten. De verhandelbaarheid van ARKimedes-aandelen zullen eerder beperkt zijn, want bij verkoop vervalt het belastingsvoordeel voor de koper.”

Volgens Bertrand Soenen beantwoordt die beleggingsvorm volledig aan de huidige marktsmaak: “De spaarder vermijdt vandaag risicovolle beleggingen. Zijn voorkeur gaat uit naar instrumenten met kapitaalwaarborg en gestructureerde producten. Het ARKimedes-Fonds beantwoordt perfect aan dat profiel. Bovendien krijgt de belegger de kans om te investeren in de Vlaamse economie, hetgeen een extra motivatiemiddel is.”

 

Wie doet wat?

 

Een ARKIV: is een professionele kapitaalverschaffer, die erkend is door ARKimedes Management NV, en onder het toezicht staat van die laatste. Een ARKIV wordt gedeeltelijk gefinancierd door het ARKimedes-Fonds en gedeeltelijk door derden die een minimumkapitaalinbreng hebben van 2,5 miljoen euro.

De ARKIV’s investeren in KMO’s die aan de selectiecriteria van ARKimedes voldoen.

 

Een ARKimedes-Fonds: is een dakfonds dat participaties neemt en/of leningen verstrekt aan ARKIV’s. De ARKimedes-Fondsen worden opgericht en beheerd door ARKimedes Management NV. ARKimedes Management NV investeert niet zelf in KMO’s en komt evenmin tussen in de investeringsprocessen en -beslissingen van de ARKIV’s.

 

 

Kwalificatievoorwaarden om in aanmerking te komen voor een ARK-investering

 

1.      De doelonderneming voldoet aan de Europese definitie van een KMO:

a.       Tewerkstelling: minder dan 250 werknemers.

b.      Een jaaromzet van maximaal 40 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van 27 miljoen euro.

c.       Zelfstandigheidscriterium:

                                                  i.      Niet meer dan 25% van de aandelen en/of stemrechten behoort rechtstreeks en/of onrechtstreeks toe aan een niet-KMO.

                                                ii.      Daarbij geldt een uitzondering voor institutionele beleggers, risicokapitaalverschaffers of openbare participatiemaatschappijen. Deze mogen meer dan 25% van de aandelen en/of stemrechten bezitten, maar ze mogen geen zeggenschap hebben over de onderneming.

 

2.      De doelonderneming moet beschikken over een exploitatiezetel die gelegen is in het Vlaamse gewest, of de intentie hebben er een te vestigen.

 

3.      Het moet gaan om een nieuwe inbreng van kapitaal.

 

4.      De aanwending van de ARK-investering creëert toegevoegde waarde en/of werkgelegenheid in het Vlaamse gewest.

 

5.      Het maximum bedrag van de ARK-investering bedraagt 1 miljoen euro per onderneming, per jaar (cf. de Europese regels inzake vrije concurrentie).

 

6.      Bijkomende voorwaarde voor een middelgrote onderneming (een KMO met ofwel meer dan 50 werknemers in dienst, of een omzet van minstens 10 miljoen euro op jaarbasis): de onderneming moet zich in een start- of aanloopfase bevinden.

 

 

Het Amerikaanse voorbeeld

 

ARKimedes baseert zich op een model dat al jarenlang zeer succesvol wordt toegepast in de Verenigde Staten, het zogenaamde SBIC-systeem (Small Business Investment Companies). Uit het Amerikaanse voorbeeld blijkt duidelijk het grote belang van venture capital of risicokapitaal voor de economische ontwikkeling van een regio. Onderzoek toont aan dat risicokapitalisten investeerden in ondernemingen die in 2001 ongeveer eenderde van de marktwaarde van alle publiek genoteerde ondernemingen vertegenwoordigden.

Vaak waren het technologische ondernemingen die zich sneller konden ontwikkelen dankzij de begeleiding en financiële inbreng van risicokapitalisten. Ook na hun beursgang leverden ze sterkere groeiprestaties. Voorbeelden van regionale successen zijn de ontwikkeling van Sillicon Valley in Californië en Route 128 in Massachusetts.

 

 

ARKimedes en business angels

 

Business angels zijn privé-personen die startende ondernemingen of jonge ondernemingen wensen te begeleiden. Naast een (beperkte) financiële inbreng, leveren zij met hun managementervaring, knowhow en contactennetwerk een belangrijke toegevoegde waarde. Voor redenen van een gezond patrimoniumbeheer blijft hun financiële inbreng meestal beperkt. Bertrand Soenen: “Dankzij ARKimedes kunnen extra middelen worden aangetrokken die perfect cumuleerbaar zijn met de investering van de business angel(s). Daarenboven kan een syndicaat van business angels zelf overgaan tot de oprichting van een ARKIV, zodat ze kunnen meedingen naar grotere dossiers die anders niet binnen hun bereik liggen. Het is een misverstand dat enkel bankinstellingen of grote venture capitalists een ARKIV kunnen oprichten; ook particulieren kunnen een aanvraag indien.”

 

 

Vorige 1 2 3 4