21-09-07

Is de financiële sector overgereguleerd?

Onderstaande tekst dateert van februari 2005; geschreven in opdracht van Headline Publishing Voor Delta Lloyd Magazine

Is de financiële sector overgereguleerd?

Dat de financiële sector zich moet onderwerpen aan een reeks wettelijke verplichtingen en reglementen, trekt niemand in twijfel. Kapitaalstromen vormen de bloedsomloop van onze economie, en financiële crashes in het verleden hebben aangetoond tot welke economische en politieke catastrofes wildgroei kan leiden. Met de voortschrijding van de mondialisering en de verdere ontwikkeling van supranationale blokken zoals de EU hebben alsmaar meer wetten een internationale oorsprong. Denken we maar aan de Bazel II-normen, gericht op het behoud van een stabiel financieel wereldsysteem.

Komt daarbij een reeks financiële schandalen en een terroristische revival, en het hek is helemaal van de dam. Reglementen inzake “compliance”, het respect voor wettelijke en reglementaire bepalingen en deontologische principes maken het leven op het terrein soms behoorlijk moeilijk. De vraag is dan ook: is de financiële sector niet het slachtoffer geworden van ongebreidelde regelneverij? Michel Vermaerke, gedelegeerd bestuurder van Febelfin en van de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen (BVB), Daniel Nicolaës, voorzitter van de Vereniging Zelfstandige Bankagenten en Piet Verbuggen, voorzitter Directiecomité DL Bank schaarden zich rond tafel om hierover te debatteren.

DL Magazine: Laten we meteen met de hamvraag beginnen: Is de financiële sector overgereguleerd?
Michel Vermaerke: “In Europa bestaat er een politieke consensus over het behoud van de welvaartsstaat. Het verdrag van Lissabon laat daar geen twijfel over en stelt dat we die doelstelling enkel kunnen bereiken door het vrijmaken van de markten meteen te koppelen aan een reglementering ervan. De vraag luidt dus: gebeurt die reglementering met de nodige kwaliteit, tijdigheid en flexibiliteit? Veel Europese initiatieven starten vol goede bedoelingen, maar de complexiteit neemt toe naarmate ze op Europees, nationaal en toezichtniveau verder worden uitgewerkt. In dat proces ontstaat een veelvoud van comités die een enorme geldingsdrang aan de dag leggen, met een lawine reglementen tot gevolg. Bovendien zijn de opstellers vaak recent afgestudeerden met goede intenties en een goede theoretische basis, maar weinig praktijkervaring. Ten slotte stellen zich in België kwalitatieve problemen op wetgevend vlak. Eén voorbeeld: in december 2004 joeg de regering de deplafonnering op de beurstaks door het parlement, om ze twee weken nadien weer in te trekken vanwege de negatieve impact ervan op de economie en op de schatkist.”


Peter Verbruggen: “Bepaalde reglementeringen zijn nuttig en maatschappelijk noodzakelijk, maar op kwalitatief vlak loopt het inderdaad mank. Vaak worden wetten om de haverklap gewijzigd omdat ze onvoldoende doordacht zijn, te vaag of te gedetailleerd. Denken we maar aan de opeenvolgende wetswijzigingen inzake Beveks of de vele onduidelijkheden omtrent de EBA. Men verliest bovendien uit het oog dat wij managers zijn en opereren onder de controle van onze aandeelhouders. Te veel en te gedetailleerde reglementen schieten hun doel voorbij. Ook zeer vervelend is de timing: veel wetten komen te laat waardoor we onze programma’s niet tijdig kunnen aanpassen. Plato zei: laat ons 100 wetten maken en laat een rechter ze interpreteren. We moeten teruggaan naar die sfeer: blijf bij de essentie, laat de rest over aan de markt en stel mensen voor hun eigen verantwoordelijkheid.”


Daniel Nicolaës: “Op zich heb ik geen probleem met de Europese reglementering, wel met de nationale vertaling ervan. Vaak blijft die zeer abstract, waardoor er verschillende interpretatiemogelijkheden ontstaan. Vooral op gebied van compliance merk ik dat de ene bank de reglementering veel strikter toepast dan de ander.”


DL Magazine: Is de wetgeving inzake compliance niet dezelfde voor alle banken?
Daniel Nicolaës: “Compliance is vandaag een zeer hot item in onze sector. Bij de ene bank dient de kantoorhouder bvb elke transactie vanaf 25.000 euro te melden aan de compliance officer, bij een andere bank ligt dat bedrag veel hoger. Op die manier strijden we met ongelijke wapens. Misschien is daar een taak weggelegd voor de CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) of de BVB.”


Michel Vermaerke: “Compliance officers voeren enkel uit wat uitdrukkelijk in de wet wordt vermeld, of in de company policy. De BVB heeft het initiatief genomen om te helpen bepaalde normen op te leggen om een level playing field te creëren, maar die zullen een zekere vrijheid toelaten. In andere gevallen primeert de commerciële vrijheid. We mogen immers niets doen dat indruist tegen het concurrentierecht. Bovendien wensen we ons zelf niet schuldig te maken aan een overdreven reglementering.” 


Peter Verbruggen: “Als kantoorhouder ben je verplicht alle ‘verdachte’ transacties te melden. Maar los daarvan kan een bank bijvoorbeeld beslissen dat alle verrichtingen boven de 25.000 euro moeten worden gemeld aan de compliance officer. Dergelijke bepalingen kunnen verschillen van bank tot bank.”

DL Magazine: Veroorzaakt dat alles geen reusachtige papierenmolen in de kantoren?
Daniel Nicolaës: “Bankkantoren verdrinken in het papier. Bijvoorbeeld: we dienen een map aan te leggen voor verdachte transacties, een voor cashstortingen, een voor buitenlandse transfers… Dat alles veroorzaakt enorm veel extra werk. Wij dringen dan ook aan op een gebruiksvriendelijkere implementatie van de regelgeving, veel zaken kunnen immers perfect  informaticatechnisch worden opgelost.”
Peter Verbruggen: “De meeste banken zijn daarmee bezig, maar kijken de kat uit de boom omdat de wetgeving terzake volop in beweging is. Bovendien moeten we eerst een leerproces ondergaan en voldoende knowhow opbouwen, bijvoorbeeld inzake het risicoprofiel van cliënten.”   

DL Magazine: Krijgen banken niet steeds meer overheidstaken toebedeeld? 
Daniel Nicolaës: “Ik maak een onderscheid tussen preventieve en repressieve wetgeving. Wat mij vooral zorgen maakt, is dat je als bankagent of financieel tussenpersoon verplicht bent elke ‘verdachte’ transactie te melden. Dat legt een enorme verantwoordelijkheid op onze schouders, want wat is ‘verdacht’? Bij het minste vermoeden zijn we verplicht aangifte te doen. In de praktijk is dat niet werkbaar. We zijn immers geen politieagenten.”


Peter Verbruggen: “De overheid legt inderdaad verantwoordelijkheden bij mensen die ze niet kunnen nemen. Bovendien verandert de maatschappij voortdurend en zijn bepaalde zaken die vijf jaar geleden volledig toelaatbaar waren dat vandaag niet meer. Maar je wordt voor daden van vroeger wel bekeken door de bril van vandaag. De overheid meet banken ook steeds vaker een fiscale rol aan, en schuift meer en meer sociale verplichtingen door, zoals het basisbankpakket”.

DL Magazine: Hebben financiële dan geen maatschappelijke opdracht te vervullen?
Peter Verbruggen: “We hebben geen probleem met de algemene principes: verdachte kapitaalstromen en transacties monitoren e.d. Maar men overdrijft op het vlak van diepgang en detaillering, en vergeet vaak de reeds bestaande reglementering. Neem bvb de zogenaamde PEP’s (Politically Exposed Persons), waarbij we private cliënten moeten screenen op hun politieke achtergrond. Dat is schieten met een kanon om een mug te treffen. Er bestaan immers al voldoende acceptatievoorwaarden voor cliënten.”


Michel Vermaerke: “Bij de overheid bestaat inderdaad in bepaalde kringen soms de neiging om bankdiensten te beschouwen als openbare diensten, vandaar de strenge reglementering. De doelstellingen kunnen lovenswaardig en nobel zijn, maar door alles tot in het kleinste detail voor te schrijven, worden zaken die ter goeder trouw zijn nodeloos belast.”
 
DL Magazine: Is veel van de extrareglementering niet gericht tegen het voorkomen van financiële wanpraktijken, denk maar aan Barings of Enron?
Michel Vermaerke: “De Enron case heeft in de VS geleid tot de Sarbanes-Oxley Legislation, die onder meer CEO’s en CFO’s van beursgenoteerde bedrijven verplicht om de correctheid van alle financiële bedrijfsinformatie te bevestigen met hun persoonlijke handtekening. Dat heeft compliance een enorme boost gegeven. Na Cost, Competition, Customer Focus is Compliance de vierde ‘C’ geworden binnen de financiële sector.”


Peter Verbruggen: “Van zodra iets dergelijk gebeurt, regent het nieuwe reglementen, hetgeen de efficiëntie zeker niet ten goede komt. Neem alle maatregelen ter bescherming van de consument: die zijn zodanig ingewikkeld dat niemand ze nog kent. Een algemene beschermingsregel volstaat. Als er zich een probleem voordoet, kan een gezonde dialoog met de kantoordirecteur veel oplossen. Zoniet is er nog altijd de ombudsman…Wanpraktijken houdt je niet tegen met de wetgeving, je kan nu eenmaal niet alles voorkomen. Het komt eropaan te handelen als een goed huisvader, op basis van een degelijke beleidsverklaring. Een gezin die de kinderen honderden regels oplegt, functioneert niet.”


Michel Vermaerke: “In de maatschappij zijn disfunctionele gezinnen, maar dat betekent nog niet dat de overheid haar gezinsbeleid alleen op die gezinnen moet afstemmen. Hetzelfde uitgangspunt moet gelden voor de financiële sector: de overgrote meerderheid kwijt zich correct en op maatschappelijk verantwoorde wijze van zijn taken. Laten we vooral daar rekening mee houden en preventieve maatregelen nemen om zoveel mogelijk randgevallen uit te sluiten en op te vangen. Anderzijds blijkt uit ervaring dat alles herleiden tot een aantal grote principes aanleiding geeft tot achterpoortjes, dus ook hier dienen we tot een evenwicht te komen.”


Daniel Nicolaës: “Door de recente beursrecessie hebben veel banken een slecht imago gekregen omdat ze bepaalde beleggingsproducten verkochten aan een verkeerde doelgroep. Een cliënt van 80 moet je niet op de Nasdaq laten spelen. Vandaag dienen we alle cliënten een bepaald risicoprofiel aan te meten, maar dat gaat alweer gepaard met een reusachtige papierenmolen.”  

DL Magazine: Hier komen we op het terrein van Bazel. Bestaat hierover ook ontevredenheid?
Michel Vermaerke: “Bazel II is een internationale norm die niet alleen moet worden omgezet in een Europese reglementering, maar die ook geldt voor andere internationale spelers zoals de Amerikanen, vandaar de complexiteit. Maar Bazel II bevat ongetwijfeld positieve elementen. Zo bepaalt het assessment report van Barcelona dat de kapitaalkost voor banken met 15% naar beneden moet. Het probleem met Bazel is dat er geen toezichthouder is op wereld- en Europees niveau, enkel op nationaal vlak. Je moet dus een complexe nieuwe reglementering toepassen op doorgaans internationale financiële groepen, met behulp van nationale toezichthouders. Europa is – terecht of ten onrechte - nog niet toe aan een harmonisering van dat toezicht, wel probeert men tot een standaardisatie te komen, o.a. via het pas opgerichte comité van European Banking Supervisors.”


Peter Verbruggen: “De grote lijnen van Bazel II zijn ongetwijfeld toe te juichen: een betere classificatie van de kredietrisico’s, de aandacht voor operationele risico’s, betere rapportering, de opgelegde kapitaaleisen staan meer in verhouding tot de reële kredietrisico’s… Andere zaken zijn dan weer bijzonder complex en bijna niet uitvoerbaar, of gaan te veel in detail.”

DL magazine: Is de financiële sector op bepaalde terreinen vragende partij voor nieuwe reglementering?
Peter Verbruggen: “Dat gebeurt meestal om een bestaande reglementering te wijzigen: omdat ze concurrentieel nadelig is ten opzichte van het buitenland, niet uitvoerbaar is, of teveel openstaat voor interpretatie.”  

  
Michel Vermaerke: “Het Febelfin (Belgische Federatie van het Financiewezen) heeft een sensibiliserende taak naar de overheid toe om te wijzen op de negatieve neveneffecten van de wetgeving. Daarnaast moeten we blijven aandringen op een open dialoog en streven naar  wetten die uitvoerbaar zijn op het terrein. We kunnen wel klagen, maar het is ook onze taak om initiatieven te nemen zodat we tot een pragmatische oplossing kunnen komen. De meerderheid van onze gesprekpartners bij de overheid staat open voor dialoog en is vatbaar voor rede. Uiteraard is er ook een kleine meerderheid van kritikasters voor wie het nooit genoeg is, maar zoals Guido Gezelle ooit zei: wie niet tegen het ritselen kan, moet niet in het bos gaan wandelen.” 

 

09:47 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: economie en financien, debatten, 027 |  Facebook |