04-01-08

Nieuwe tendensen op het vlak van vermogensbeheer

Onderstaande tekst dateert van juni 2007. Ze werd geschreven in opdracht van Headline Publishing voor Delta Lloyd Magazine.

Nieuwe tendensen op het vlak van vermogensbeheer

De markt van het persoonlijke vermogensbeheer is volop in beweging. Voor elke categorie van belegger lijkt er wel een aparte service te bestaan. Vermogensbeheer wordt ook democratischer. Instapdrempels worden lager en voor de diensten van een personal financial planner bestaat zelfs geen strikte benedengrens. Verder laten ook fiscale wetten, Europese spaar- en andere richtlijnen hun sporen na op het vermogenslandschap. Tijd voor een debat aan de lunchtafel. Schuiven mee aan tafel: René Sempels, Private Life & Group Consultant Delta Lloyd Life, Annick Bellekens, Concept Coach Private Banking Delta Lloyd Bank, Joris Cnockaert, Directeur Private Banking & Vermogensplanning Delta Lloyd Bank en Jo Rossou, Group Consultant Delta Lloyd Life.

DL MAGAZINE: Steeds meer beroepen zijn actief op het vlak van vermogensbeheer: de private banker, de personal banker, de personal financial planner, de successieplanner... Hoe onderscheiden ze zich van elkaar?
JORIS CNOCKAERT: “Cliënten willen steeds meer een totaalbeeld op hun vermogen en ruimer advies. Die tendens doet denken aan het rentmeesterschap in de middeleeuwen. De rentmeester was een vertrouwenspersoon die de edelman gedurende heel zijn leven financieel begeleidde. Daar waar de private banker zich vroeger puur toespitste op het investeringsbeleid, moet hij vandaag ook aandacht hebben voor successieplanning, structurering van het vermogen, financiële planning... In het zog heb je een hele reeks andere beroepen zoals belastingconsulenten, fiscaaljuridische adviseurs, enzovoort. Er komen dus heel wat specialisten samen op hetzelfde terrein, waardoor overlappingen onvermijdelijk zijn.”
ANNICK BELLEKENS: “Het is voor een privé-persoon onmogelijk om die complexe materie te volgen, vandaar de stijgende behoefte aan een totaalconcept. De vermogensbeheerder evolueert van puur portefeuillebeheerder naar private banker en financial planner die alle deelgebieden covert.”
JO ROSSOU: “Anderzijds zijn er geen echte generalisten meer juist omdat alles zo complex is geworden. Elk deelgebied is een job op zich: vermogensbeheerder, belastingsconsulent, accountant, successieplanner… Maar de cliënt wil bij voorkeur begeleid worden door één persoon. Een Belg heeft het er nog altijd moeite mee om te betalen voor advies. Bovendien kan een adviseur pas goede raad geven als hij over alle informatie beschikt. Dat is lang niet altijd het geval, hoewel de jongere generatie meer open is op dat vlak.”

DL MAGAZINE: Wat is het verschil tussen personal banking en private banking?
JORIS CNOCKAERT: “What’s in a name? Elke bank hanteert een beetje haar eigen definitie. Er is wel een gradatie naargelang de grootte van het vermogen: van relatiebankier over personal banker tot private banker. Maar de scheidingslijnen variëren van bank tot bank.”
ANNICK BELLEKENS: “Een personal banker houdt zich vooral bezig met het beheer van de portefeuille, terwijl een private banker bijkomende diensten aanbiedt zoals successieplanning en fiscale planning.”
RENE SEMPELS: “Private banking is strikt genomen de financiële planning van vermogens, waarbij een beroep wordt gedaan op verschillende competenties. Die dienst is weggelegd voor grotere vermogens, maar het begrip is vandaag fel uitgehold. Sommige banken spreken al van private banking voor vermogens vanaf 50.000 of 100.000 euro, maar laten we ernstig blijven, daarvoor kan je niets doen. In werkelijkheid krijgt de cliënt een geprivilegieerde toegang tot een website waar hij de geschatte waarde van zijn beleggingsportefeuille kan opvolgen. Dat geeft hem de indruk te genieten van een verpersoonlijkt beheer, maar in werkelijkheid gaat het om een gepersonaliseerde communicatie. De verpakking is belangrijker dan de inhoud. Voor de rest zie ik twee belangrijke tendensen op de markt: de komst van de financial planners die een zeer algemene benadering hebben, en van de family offices die aan vermogensplanning doen voor de echt grote fortuinen.”
JO ROSSOU: “De instapdrempel voor private banking was vroeger 1 miljoen euro. Een grote groep cliënten met een vermogen tussen 250.000 en 1 miljoen euro had geen toegang tot die service. Het is die markt die nu volop aan het openbreken is.”
JORIS CNOCKAERT: “Private banking was ook vooral weggelegd voor oudere cliënten. Door de verlaging van de instapdrempels, maar ook door een gunstiger fiscaal regime voor vermogensoverdracht stellen we een verjonging van het doelpubliek vast.”

DL MAGAZINE: Wat is het verschil tussen private banking en personal financial planning?
SERGE SOETEWEY: “De financiële planner dient niet alleen een analyse te maken van de activa zoals roerende en onroerende waarden, maar ook van de passiva zoals schulden, hypotheeklening enzovoort van de cliënt. Een andere taak is een studie maken van de toekomstige ontwikkeling van het patrimonium om de grote richtlijnen te bepalen voor de problematiek rond rente-uitkeringen na pensionering, opvolging, schenkingen. Tot slot geeft hij zijn cliënt advies over de manier waarop hij zijn vermogen kan beschermen. Zijn opdracht is dus ruimer dan die van een vermogensbeheerder.”
RENE SEMPELS: “Voor personal financial planning is ook geen instapdrempel vereist. Vrijwel elk vermogen verdient persoonlijke financiële planning. Het is een heel pragmatische benadering. De financial planner verkoopt bovendien geen producten, maar advies. Op dat vlak merk ik een cultureel verschil tussen het noorden en het zuiden van het land. In Vlaanderen geraakt financieel advies tegen betaling stilaan ingeburgerd, maar in Wallonië heerst nog de opvatting dat dit gratis moet zijn.”
JORIS CNOCKAERT: “Personal financial planning is ontstaan vanuit de vraag van de cliënt, die het nog altijd moeilijk heeft om te betalen voor financieel advies. Hij klopt daarom met allerhande vragen aan bij zijn bankier, vaak over fiscale aspecten van de verschillende producten, maar ook andere, zoals over zijn huwelijkscontract of de gevolgen van de nieuwe wetgeving op samenwonenden. De cliënt krijgt die service gratis en betaalt indirect via de producten en diensten die hij afneemt. Maar waar hij in werkelijkheid nood aan heeft, is een generalist die het totaalplaatje ziet.”
JO ROSSOU: “En die best een onafhankelijke persoon is. Een bank of verzekeraar mag die service wel aanbieden, maar ik denk dat het raadzaam is om vanaf een bepaald niveau de cliënt door te sturen naar een personal financial planner. We moeten echter ook eens spreken over de ethiek en de beroepsaansprakelijkheid van het beroep. Gelukkig bestaat er sinds kort de Belgische Vereniging voor Financiële Planning die een programma heeft dat beantwoordt aan de internationale standaard, vastgesteld door de European Financial Planning Association.”
RENE SEMPELS: “Zolang het beroep in België geen wettelijke erkenning geniet, is het niet evident om financial planner te worden. Het is in ieders belang dat de professionals orde scheppen in hun beroep, dat ik graag vergelijk met dat van een architect. Hij luistert naar zijn cliënt en werkt voorstellen uit die het best aansluiten bij diens behoeften. De cliënt kan dan kiezen voor een ‘sleutel op de deur’-oplossing, of shoppen bij verschillende leveranciers. In de VS waar 130.000 financial planners opereren, krijgt de cliënt de keus uit vijf goede oplossingen waaruit hij degene kiest waar hij zich het best bij voelt.”

DL MAGAZINE: Hoe onpartijdig is een financial planner?
JORIS CNOCKAERT: “De objectiviteit van de financiële planner is ontzettend belangrijk. Bij de grote spelers op de markt kan die objectiviteit wellicht in vraag worden gesteld. We stellen vast dat ze soms verwijzen naar dezelfde producten, dezelfde immobiliënmakelaars… Beroepsethiek en reglementering zijn dus zeker aan de orde.”
JO ROSSOU: Sommige zogenaamde financiële planners maken hun analyses al op voorhand en zien financial planning als een instrument om producten te verkopen, maar dat is nu net wat het niet mag zijn. Vijf jaar geleden hebben vrijwel alle grote verzekeringsmaatschappijen zich daaraan bezondigd. Vandaag krijgen we echter meer echte, onafhankelijke financial planners op de markt. Banken en verzekeraars van hun kant, kunnen cliënten al een heel stuk op weg helpen met kleine tips. Bijvoorbeeld hen erop attent maken dat ze niet echt behoefte hebben aan successieplanning gezien het gunstige fiscale regime. Of dat ze een kleine wijziging moeten laten aanbrengen in hun huwelijkscontract. Veel huwelijkscontracten bevatten immers nog altijd een “langs leeft al”-clausule die vandaag niet meer nodig is, maar wel fiscaal bestraft wordt. Als je dergelijk advies geeft, win je cliënten voor het leven.”

DL MAGAZINE: Zijn er nog andere opmerkelijke trends op vlak van vermogensbeheer?
ANNICK BELLEKENS: “Op het vlak van beheer is er een verschuiving naar een open architectuur, waarbij fondsen buiten het eigen huis worden aangeboden. Daardoor kan de instapdrempel ook worden verlaagd. Zo biedt Delta Lloyd Bank private banking aan voor portefeuilles vanaf 250.000 euro.”
SERGE SOETEWEY: “Een open architectuur, ja. Maar wel gekoppeld aan een volatiliteitanalyse van de samenstelling van de portefeuille, in overeenstemming met het risicoprofiel van de cliënt en om de risico’s te verminderen in functie van de marktontwikkeling. “
JORIS CNOCKAERT: “De cliënt de beste fondsen in de markt aanbieden, is niet alleen intellectueel correct, maar vergroot ook onze geloofwaardigheid. De fijnheid van een open architectuuraanpak zit in de objectieve selectie van de beste fondsen, zowel kwantitatief als kwalitatief. Wat absoluut niet kan, zijn op voorhand afgesloten akkoorden met financiële partners om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid fondsen af te nemen.”

DL MAGAZINE: Verdedigt een bank die eigen fondsen aanbiedt niet eerder haar eigen belangen boven die van de cliënt?
ANNICK BELLEKENS: “Zo’n bank verkoopt die fondsen niet alleen via de eigen kanalen, maar probeert die ook aan te bieden via tegenpartijen. Op die manier is iedereen extra gemotiveerd om goede fondsen te creëren.
JO ROSSOU: “Op dat vlak hebben de kleine banken het pleit gewonnen. De grote spelers hebben de open architectuur lang proberen tegen te houden. Ze waren alleen voorstander als hun eigen fondsen in de open architectuur zaten. De kleine banken wilden ook samenwerken met grote vermogensbeheerders die anders onbereikbaar waren voor particulieren. Door de open architectuur werd dat wel mogelijk.”
RENE SEMPELS: “Geloofwaardigheid speelt op dat vlak een zeer belangrijke rol. Als je werkt met “het product van de maand” en daaraan gekoppelde verkoopdoelstellingen, veroorzaak je ontgoocheling bij de cliënt. Het is een visie op korte termijn. Een ketting is maar zo sterk als zijn zwakste schakel. Als je geloofwaardig wil zijn, moet je openstaan voor de concurrentie.”

DL MAGAZINE: Wat kan een cliënt doen tegen slecht advies?
ANNICK BELLEKENS: “De vraag is: wat is slecht advies? Soms begint het al met een verkeerde profielkeuze. Iemand met een conservatief profiel die de meute wil volgen en toch belegt in aandelen. Als de beurs daalt, vindt hij dat hij slecht advies heeft gekregen.”
JORIS CNOCKAERT: “Binnenkort komt een strengere reglementering met betrekking tot het risicoprofiel. Als een bank een cliënt producten verkoopt die niet beantwoorden aan zijn beleggerprofiel, zal hij daarop kunnen worden aangesproken.”
JO ROSSOU: “Het probleem is dat het risicoprofiel kan veranderen. Een cliënt met een defensief profiel die onverwacht erft, kan opeens toch kiezen voor de beurs.”

DL MAGAZINE: Is het verdwijnen van effecten aan toonder een voorbode van een vermogensbelasting?
JORIS CNOCKAERT: “De dematerialisering van effecten kadert in een internationale tendens naar meer transparantie, compliance en antiwitwaspraktijken. Door de veranderlijke, complexe en soms tegenstrijdige fiscale omgeving in België, ziet men er hier de voorbode in van een vermogensbelasting, maar beide hebben niets met elkaar te maken. Ik verwacht geen vermogensbelasting omdat we dan onvermijdelijk weer kapitaalsvlucht krijgen.”
ANNICK BELLEKENS: “Ervaring uit het buitenland leert dat de kost van het registreren van alle vermogens vaak niet opweegt tegen de opbrengst van een vermogensbelasting.
JO ROSSOU: “Mocht het ooit zover komen, dan zal dat in een Europese context zijn. Maar in dat kader voorzie ik andere belastingsvormen. Zo viseert de Europese spaarrichtlijn van 2005 enkel intresten. Tak 23-producten blijven buiten schot. Gevolg: een vlucht naar die soort van producten. Maar de richtlijn bepaalt ook uitdrukkelijk dat ze om de drie jaar kan worden herzien… We weten dus wat ons te wachten staat.”
JORIS CNOCKAERT: “We moeten inderdaad meer rekening houden met nieuwe belastingen op beleggingsproducten die tot nu toe buiten schot bleven. Daarin schuilt ook de toegevoegde waarde van de bankier: cliënten tijdig informeren over wat komen zal en alternatieven aanbieden.”

15:35 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: debatten, 041 |  Facebook |

20-12-07

Blijft de vastgoedsector goed presteren?

Onderstaande tekst werd geschreven in januari 2006, in opdracht van Puiblitec voor ING Onderneming.

Blijft de vastgoedsector goed presteren?

Beleggers en projectontwikkelaars in vastgoed beleven gouden tijden. Vooral de prijzen van appartementenprijzen swingen de pan uit. Blijft die tendens aanhouden, of komt er een kentering? We verzamelden enkele nationale en regionale vastgoedexperts van ING rond tafel om te debatteren over de belangrijkste tendensen in de vastgoedsector.

Hoe verklaart u de aanhoudende boom in de vastgoedsector?
Ivan Van de Cloot, economist studiedienst ING: “De prijsstijgingen van de laatste jaren behoren tot de krachtigste ooit en velen maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de woningen. De belangrijkste verklaring schuilt in de aanhoudende lage rentestand. Daarnaast spelen nog een aantal andere factoren zoals de koopkrachtontwikkeling, de schaarste aan bouwgrond, een aantal fiscale maatregelen (bvb de vermindering van de registratierechten in Vlaanderen)… maar de rente is doorslaggevend omdat het de enige dynamische factor is die vrij snel kan omslaan, zoals in het verleden al vaker is gebleken. Een verdere stijging van de rente is dan ook de belangrijkste risicofactor naar de toekomst toe.”

Meest opmerkelijke evoluties

Wat zijn de belangrijke verschuivingen binnen de markt?
Ivan Van de Cloot: “Binnen de woningmarkt stellen we een verschuiving vast van de primaire naar de secondaire markt. Het aantal transacties van bestaande woningen is vandaag veel belangrijker geworden dan nieuwbouw. Bovendien is er een structureel opwaartse tendens van de appartementenprijzen op beide markten, met een stijging van 15% per jaar. De exponentiële stijging van vastgoedprijzen loopt wel ten einde omdat het rente-effect niet blijft voortduren. We verwachten bijgevolg een vertraging van de prijsstijging, wat ook wenselijk is. Niemand heeft immers belang bij een overwaardering van de vastgoedprijzen. Zolang de fiscaliteit niet drastisch wijzigt, zullen de vastgoedprijzen in België trouwens altijd lager blijven dan die in Nederland, waar de volledige fiscale aftrek van de interestlasten een sterk prijsverhogend effect heeft.”

Marc de Hertogh, Manager Real Estate Finance Brussels: “Een opmerkelijk fenomeen is dat de prijzen van bestaande woningen bijna even hoog zijn als die van nieuwe. We verwachten daarom dat een stijging van de rentevoeten in de eerste plaats de prijzen van bestaande woningen negatief zullen beïnvloeden. Prijzen voor nieuwbouwwoningen zullen nog blijven stijgen, zij het gematigder dan in het verleden.”

Erika Tomme, Relatiebeheerder Business Center Kortrijk- Roeselare: “Door de alsmaar stijgende grondprijzen worden de loten kleiner en is er een toenemende evolutie naar projectbouw, om de woningen toch nog enigszins betaalbaar te houden. Ook appartementen worden kleiner, maar heel functioneel ingericht.”

Regionale ontwikkelingen

Hoe is de toestand op regionaal vlak?
Marc de Hertogh: “Brussel kent een bevolkingstoename van 10.000 inwoners per jaar. Vooral appartementen zijn er sterk in trek. Veel jonge koppels, eenpersoonsgezinnen of alleenstaande ouders met kinderen hebben een appartement in de stad gekocht, maar ook oudere mensen die zich uit veiligheidsoverwegingen terug in de stad vestigen. De meeste woningen worden gekocht voor eigen gebruik en in mindere mate als belegging, wat een zekere stabiliteit in de markt teweegbrengt. De vastgoedprijzen zijn in Brussel sterk gestegen, maar de huurprijzen zijn stabiel gebleven, waardoor het bruto rendement van huurwoningen gedaald is tot 4 à 6%.”

Sebastien Paulet, Relatiebeheerder Ondernemingen Business Center Namen-Luxemburg-Waals-Brabant: “Ook in onze streek is er een stijgende vraag naar eigen woningen en vooral appartementen. De huidige prijzen op de huizenmarkt liggen niet langer in het bereik van jonge koppels met één inkomen. Gemiddeld moeten ze 200.000 tot 250.000 euro op tafel kunnen leggen voor een woning, of 300.000 met de bouwgrond erbij. Vooral rond de grote centra als Namen zijn bouwgronden erg duur geworden. In meer afgeleden gebieden zoals het ‘niemandsland’ ter hoogte van Libramont, zijn ze nog betaalbaar. Die hoge prijzen vertalen zich ook in een verlenging van de looptijd van hypothecaire kredieten, tot 25 of 30 jaar.”

Erika Tomme: “In West-Vlaanderen moeten we een onderscheid maken tussen de kust en het binnenland. In de provincie zien we dezelfde evolutie als elders in het land: een stijging van de aankoop van een eerste en eigen woning. Aan de kust gaat het vooral over de aankoop van een tweede verblijf voor eigen gebruik of verhuur. Daarbij spelen verschillende factoren: hardwerkende tweeverdieners die in het weekend willen uitblazen aan zee, de EBA (Eenmalige Bevrijdende belasting) die gezorgd heeft voor een terugkeer van kapitaal naar België, sommige beleggers die zich hebben teruggetrokken uit de beurs wegens teleurstellende resultaten en hun kapitaal hebben belegd in real estate, enzovoort. Tot vandaag blijven vastgoedprojecten aan de kust het goed doen, maar de prijzen stijgen niet meer zo sterk als in het verleden. Een gevaar is wel dat mensen appartementen aan de kust kopen in de hoop ze binnen enkele jaren te verkopen met een fikse meerwaarde. Het is echter verre van evident dat de huidige trend zich doorzet op termijn.”

Tom Eelbode, Relatiebeheerder Business Center Aalst: “Ook in Aalst is er een zeer sterke stijging van de appartementsbouw. Dat kan resulteren in een stabilisering of zelfs lichte daling van de prijzen. Zo worden op korte termijn een 200-tal eenheden gebouwd op een oude industriële site, plus een 80-tal duurdere woningen langs de Dender. De vraag is het grootst in Denderleeuw, vanwege de makkelijke verbinding met Brussel. In de streek van Geraardsbergen liggen de prijzen dan weer een stuk lager, met uitzondering van de beste locaties.”

Wouter Martens, Relatiebeheerder Gent: “Het belang van de locatie voor nieuwe projecten zal in de toekomst nog toenemen, zeker als de rente begint te stijgen. Van zodra een aantal factoren de woningmarkt negatief beïnvloeden, zullen in eerste instantie de secondaire locaties worden getroffen.”

Patrick Verheyden, Relatiebeheerder Real Estate Business Center Antwerpen-Kempen: “We kunnen niet genoeg benadrukken dat er plaatselijk enorme verschillen bestaan op de immobiliënmarkt. Zo dreigt er op een aantal plaatsen in het Antwerpse een overaanbod van appartementen, zoals in Turnhout. In Antwerpen zelf blijft de vraag naar appartementen aanhouden, maar het betreft vooral kleine flats en studio’s voor eenpersoonsgezinnen.”

Steeds meer mensen kopen een eigen woning. Gaat die evolutie niet ten koste van de kwaliteit van de huurmarkt?
Ivan Van de Cloot: “In de grote steden blijft er nog altijd een belangrijk potentieel van kapitaalkrachtige cliënten die wegens allerlei redenen verkiezen om te huren: flexibiliteit, mobiliteit…”
 
Wouter Martens: “Veel jonge koppels kunnen zich bij de start van hun carrière geen eigen woning permitteren en moeten zich noodgedwongen richten tot de huurmarkt. Huurwoningen blijven dus een belangrijke markt voor beleggers.”
 
Marc de Hertogh: “Ook in Brussel blijft de huurmarkt van privé-woningen hoge toppen scheren, niet alleen voor de eigen bewoners, maar ook voor mensen die er komen werken zoals de Europese ambtenaren en andere buitenlandse gasten. De invloed van die laatste op de huur- en vastgoedprijzen wordt wel vaak overschat.”

Vastgoed voor ondernemingen

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelen op de markt van kantoren, handelspanden en (semi)-industriële gebouwen?
Ivan Van de Cloot: “Algemeen is dat segment het meest conjunctuurgevoelig. Aangezien we voor 2006 een economisch herstel verwachten, zal de leegstand wellicht afnemen. Maar het herstel kan van korte duur zijn, gezien het kortademige karakter van de Belgische economie.”

Marc de Hertogh: “Brussel heeft al minstens anderhalf jaar een groot overschot aan beschikbare bedrijfsoppervlakte. Tegen het einde van het tweede kwartaal van 2005 was de leegstand opgelopen tot 11,6%, maar het derde kwartaal laat een terugval zien tot 10,7%. Vooral de kantoren in het centrum en de Leopoldswijk profiteren van de verbetering, maar de periferie hinkt nog achterop. Momenteel bedraagt de leegstand ongeveer 1,3 miljoen m². De helft ervan kan worden weggewerkt door nieuwe huurovereenkomsten (622.000 m² voor 2005), maar voor 2006 komt al weer 800.000 m² nieuwe bedrijfsruimte bij, zodat het probleem van de leegstand blijft. Makelaars verwachten op dat vlak pas een verbetering tegen 2007-2008. Bedrijven hebben dan ook heel wat keuze in het Brusselse, en dat vertaalt zich in een daling van de huurprijzen en een verschuiving naar de betere gebouwen en locaties.”

Isabelle Straet, Sector Coördinator ING Real Estate België: “We hopen dat de nieuwe wet op de belastingsaftrek voor risicokapitaal nieuwe investeerders zal aantrekken naar België en in het bijzonder naar Wallonië, die over sterke troeven beschikt voor de transport- en logistieksector: een dicht wegennetwerk, waterwegen, luchthavens… Vlaanderen en vooral de streek rond Antwerpen bereikt stilaan een verzadigingspunt en de prijzen liggen er een flink stuk hoger. Bovendien voert de Waalse regering via de cluster Transport & Logistiek een actieve politiek om via allerhande steunmaatregelen logistieke bedrijven aan te trekken.”

Erika Tomme: “In West-Vlaanderen zien we een zekere verplaatsing van bedrijven naar Henegouwen, niet alleen vanwege de subsidies, maar gewoon omdat daar veel meer ruimte beschikbaar is. Die evolutie heeft echter geen invloed op de beschikbaarheid van industriegronden in Vlaanderen. Vrijgekomen ruimte wordt vrij snel ingepalmd door ondernemingen die uitbreiden.”

Patrick Verheyden: “Op logistiek vlak zit Mechelen in de lift, evenals de as naast de E 313 en het Albertkanaal. Er worden echter geen gebouwen neergepoot als er niet op voorhand een afnemer is.”

Wouter Martens: “Bouwgrond blijft een schaars goed, daarom blijven ook de prijzen van industriegrond stijgen. We merken dat bijvoorbeeld zeer goed aan de prijzen van de industrieterreinen rond het nieuwe sluizendok van de haven van Gent, die al vijf jaar in de lift zitten.”

Isabelle Straet: “In elk geval heeft ING een aangepaste structuur die volledig ten dienste staat van cliënten die actief zijn in de vastgoedsector. In alle regio’s beschikken we over plaatselijke specialisten die een klankbord zijn voor professionelen en alle cliënten met advies en aangepaste financieringsformules kunnen helpen. Die sectorale aanpak wordt in de markt zeer positief onthaald.”

 

21:15 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 040, debatten, economie en financien |  Facebook |

21-09-07

Is de financiële sector overgereguleerd?

Onderstaande tekst dateert van februari 2005; geschreven in opdracht van Headline Publishing Voor Delta Lloyd Magazine

Is de financiële sector overgereguleerd?

Dat de financiële sector zich moet onderwerpen aan een reeks wettelijke verplichtingen en reglementen, trekt niemand in twijfel. Kapitaalstromen vormen de bloedsomloop van onze economie, en financiële crashes in het verleden hebben aangetoond tot welke economische en politieke catastrofes wildgroei kan leiden. Met de voortschrijding van de mondialisering en de verdere ontwikkeling van supranationale blokken zoals de EU hebben alsmaar meer wetten een internationale oorsprong. Denken we maar aan de Bazel II-normen, gericht op het behoud van een stabiel financieel wereldsysteem.

Komt daarbij een reeks financiële schandalen en een terroristische revival, en het hek is helemaal van de dam. Reglementen inzake “compliance”, het respect voor wettelijke en reglementaire bepalingen en deontologische principes maken het leven op het terrein soms behoorlijk moeilijk. De vraag is dan ook: is de financiële sector niet het slachtoffer geworden van ongebreidelde regelneverij? Michel Vermaerke, gedelegeerd bestuurder van Febelfin en van de Belgische Vereniging van Banken en Beursvennootschappen (BVB), Daniel Nicolaës, voorzitter van de Vereniging Zelfstandige Bankagenten en Piet Verbuggen, voorzitter Directiecomité DL Bank schaarden zich rond tafel om hierover te debatteren.

DL Magazine: Laten we meteen met de hamvraag beginnen: Is de financiële sector overgereguleerd?
Michel Vermaerke: “In Europa bestaat er een politieke consensus over het behoud van de welvaartsstaat. Het verdrag van Lissabon laat daar geen twijfel over en stelt dat we die doelstelling enkel kunnen bereiken door het vrijmaken van de markten meteen te koppelen aan een reglementering ervan. De vraag luidt dus: gebeurt die reglementering met de nodige kwaliteit, tijdigheid en flexibiliteit? Veel Europese initiatieven starten vol goede bedoelingen, maar de complexiteit neemt toe naarmate ze op Europees, nationaal en toezichtniveau verder worden uitgewerkt. In dat proces ontstaat een veelvoud van comités die een enorme geldingsdrang aan de dag leggen, met een lawine reglementen tot gevolg. Bovendien zijn de opstellers vaak recent afgestudeerden met goede intenties en een goede theoretische basis, maar weinig praktijkervaring. Ten slotte stellen zich in België kwalitatieve problemen op wetgevend vlak. Eén voorbeeld: in december 2004 joeg de regering de deplafonnering op de beurstaks door het parlement, om ze twee weken nadien weer in te trekken vanwege de negatieve impact ervan op de economie en op de schatkist.”


Peter Verbruggen: “Bepaalde reglementeringen zijn nuttig en maatschappelijk noodzakelijk, maar op kwalitatief vlak loopt het inderdaad mank. Vaak worden wetten om de haverklap gewijzigd omdat ze onvoldoende doordacht zijn, te vaag of te gedetailleerd. Denken we maar aan de opeenvolgende wetswijzigingen inzake Beveks of de vele onduidelijkheden omtrent de EBA. Men verliest bovendien uit het oog dat wij managers zijn en opereren onder de controle van onze aandeelhouders. Te veel en te gedetailleerde reglementen schieten hun doel voorbij. Ook zeer vervelend is de timing: veel wetten komen te laat waardoor we onze programma’s niet tijdig kunnen aanpassen. Plato zei: laat ons 100 wetten maken en laat een rechter ze interpreteren. We moeten teruggaan naar die sfeer: blijf bij de essentie, laat de rest over aan de markt en stel mensen voor hun eigen verantwoordelijkheid.”


Daniel Nicolaës: “Op zich heb ik geen probleem met de Europese reglementering, wel met de nationale vertaling ervan. Vaak blijft die zeer abstract, waardoor er verschillende interpretatiemogelijkheden ontstaan. Vooral op gebied van compliance merk ik dat de ene bank de reglementering veel strikter toepast dan de ander.”


DL Magazine: Is de wetgeving inzake compliance niet dezelfde voor alle banken?
Daniel Nicolaës: “Compliance is vandaag een zeer hot item in onze sector. Bij de ene bank dient de kantoorhouder bvb elke transactie vanaf 25.000 euro te melden aan de compliance officer, bij een andere bank ligt dat bedrag veel hoger. Op die manier strijden we met ongelijke wapens. Misschien is daar een taak weggelegd voor de CBFA (Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen) of de BVB.”


Michel Vermaerke: “Compliance officers voeren enkel uit wat uitdrukkelijk in de wet wordt vermeld, of in de company policy. De BVB heeft het initiatief genomen om te helpen bepaalde normen op te leggen om een level playing field te creëren, maar die zullen een zekere vrijheid toelaten. In andere gevallen primeert de commerciële vrijheid. We mogen immers niets doen dat indruist tegen het concurrentierecht. Bovendien wensen we ons zelf niet schuldig te maken aan een overdreven reglementering.” 


Peter Verbruggen: “Als kantoorhouder ben je verplicht alle ‘verdachte’ transacties te melden. Maar los daarvan kan een bank bijvoorbeeld beslissen dat alle verrichtingen boven de 25.000 euro moeten worden gemeld aan de compliance officer. Dergelijke bepalingen kunnen verschillen van bank tot bank.”

DL Magazine: Veroorzaakt dat alles geen reusachtige papierenmolen in de kantoren?
Daniel Nicolaës: “Bankkantoren verdrinken in het papier. Bijvoorbeeld: we dienen een map aan te leggen voor verdachte transacties, een voor cashstortingen, een voor buitenlandse transfers… Dat alles veroorzaakt enorm veel extra werk. Wij dringen dan ook aan op een gebruiksvriendelijkere implementatie van de regelgeving, veel zaken kunnen immers perfect  informaticatechnisch worden opgelost.”
Peter Verbruggen: “De meeste banken zijn daarmee bezig, maar kijken de kat uit de boom omdat de wetgeving terzake volop in beweging is. Bovendien moeten we eerst een leerproces ondergaan en voldoende knowhow opbouwen, bijvoorbeeld inzake het risicoprofiel van cliënten.”   

DL Magazine: Krijgen banken niet steeds meer overheidstaken toebedeeld? 
Daniel Nicolaës: “Ik maak een onderscheid tussen preventieve en repressieve wetgeving. Wat mij vooral zorgen maakt, is dat je als bankagent of financieel tussenpersoon verplicht bent elke ‘verdachte’ transactie te melden. Dat legt een enorme verantwoordelijkheid op onze schouders, want wat is ‘verdacht’? Bij het minste vermoeden zijn we verplicht aangifte te doen. In de praktijk is dat niet werkbaar. We zijn immers geen politieagenten.”


Peter Verbruggen: “De overheid legt inderdaad verantwoordelijkheden bij mensen die ze niet kunnen nemen. Bovendien verandert de maatschappij voortdurend en zijn bepaalde zaken die vijf jaar geleden volledig toelaatbaar waren dat vandaag niet meer. Maar je wordt voor daden van vroeger wel bekeken door de bril van vandaag. De overheid meet banken ook steeds vaker een fiscale rol aan, en schuift meer en meer sociale verplichtingen door, zoals het basisbankpakket”.

DL Magazine: Hebben financiële dan geen maatschappelijke opdracht te vervullen?
Peter Verbruggen: “We hebben geen probleem met de algemene principes: verdachte kapitaalstromen en transacties monitoren e.d. Maar men overdrijft op het vlak van diepgang en detaillering, en vergeet vaak de reeds bestaande reglementering. Neem bvb de zogenaamde PEP’s (Politically Exposed Persons), waarbij we private cliënten moeten screenen op hun politieke achtergrond. Dat is schieten met een kanon om een mug te treffen. Er bestaan immers al voldoende acceptatievoorwaarden voor cliënten.”


Michel Vermaerke: “Bij de overheid bestaat inderdaad in bepaalde kringen soms de neiging om bankdiensten te beschouwen als openbare diensten, vandaar de strenge reglementering. De doelstellingen kunnen lovenswaardig en nobel zijn, maar door alles tot in het kleinste detail voor te schrijven, worden zaken die ter goeder trouw zijn nodeloos belast.”
 
DL Magazine: Is veel van de extrareglementering niet gericht tegen het voorkomen van financiële wanpraktijken, denk maar aan Barings of Enron?
Michel Vermaerke: “De Enron case heeft in de VS geleid tot de Sarbanes-Oxley Legislation, die onder meer CEO’s en CFO’s van beursgenoteerde bedrijven verplicht om de correctheid van alle financiële bedrijfsinformatie te bevestigen met hun persoonlijke handtekening. Dat heeft compliance een enorme boost gegeven. Na Cost, Competition, Customer Focus is Compliance de vierde ‘C’ geworden binnen de financiële sector.”


Peter Verbruggen: “Van zodra iets dergelijk gebeurt, regent het nieuwe reglementen, hetgeen de efficiëntie zeker niet ten goede komt. Neem alle maatregelen ter bescherming van de consument: die zijn zodanig ingewikkeld dat niemand ze nog kent. Een algemene beschermingsregel volstaat. Als er zich een probleem voordoet, kan een gezonde dialoog met de kantoordirecteur veel oplossen. Zoniet is er nog altijd de ombudsman…Wanpraktijken houdt je niet tegen met de wetgeving, je kan nu eenmaal niet alles voorkomen. Het komt eropaan te handelen als een goed huisvader, op basis van een degelijke beleidsverklaring. Een gezin die de kinderen honderden regels oplegt, functioneert niet.”


Michel Vermaerke: “In de maatschappij zijn disfunctionele gezinnen, maar dat betekent nog niet dat de overheid haar gezinsbeleid alleen op die gezinnen moet afstemmen. Hetzelfde uitgangspunt moet gelden voor de financiële sector: de overgrote meerderheid kwijt zich correct en op maatschappelijk verantwoorde wijze van zijn taken. Laten we vooral daar rekening mee houden en preventieve maatregelen nemen om zoveel mogelijk randgevallen uit te sluiten en op te vangen. Anderzijds blijkt uit ervaring dat alles herleiden tot een aantal grote principes aanleiding geeft tot achterpoortjes, dus ook hier dienen we tot een evenwicht te komen.”


Daniel Nicolaës: “Door de recente beursrecessie hebben veel banken een slecht imago gekregen omdat ze bepaalde beleggingsproducten verkochten aan een verkeerde doelgroep. Een cliënt van 80 moet je niet op de Nasdaq laten spelen. Vandaag dienen we alle cliënten een bepaald risicoprofiel aan te meten, maar dat gaat alweer gepaard met een reusachtige papierenmolen.”  

DL Magazine: Hier komen we op het terrein van Bazel. Bestaat hierover ook ontevredenheid?
Michel Vermaerke: “Bazel II is een internationale norm die niet alleen moet worden omgezet in een Europese reglementering, maar die ook geldt voor andere internationale spelers zoals de Amerikanen, vandaar de complexiteit. Maar Bazel II bevat ongetwijfeld positieve elementen. Zo bepaalt het assessment report van Barcelona dat de kapitaalkost voor banken met 15% naar beneden moet. Het probleem met Bazel is dat er geen toezichthouder is op wereld- en Europees niveau, enkel op nationaal vlak. Je moet dus een complexe nieuwe reglementering toepassen op doorgaans internationale financiële groepen, met behulp van nationale toezichthouders. Europa is – terecht of ten onrechte - nog niet toe aan een harmonisering van dat toezicht, wel probeert men tot een standaardisatie te komen, o.a. via het pas opgerichte comité van European Banking Supervisors.”


Peter Verbruggen: “De grote lijnen van Bazel II zijn ongetwijfeld toe te juichen: een betere classificatie van de kredietrisico’s, de aandacht voor operationele risico’s, betere rapportering, de opgelegde kapitaaleisen staan meer in verhouding tot de reële kredietrisico’s… Andere zaken zijn dan weer bijzonder complex en bijna niet uitvoerbaar, of gaan te veel in detail.”

DL magazine: Is de financiële sector op bepaalde terreinen vragende partij voor nieuwe reglementering?
Peter Verbruggen: “Dat gebeurt meestal om een bestaande reglementering te wijzigen: omdat ze concurrentieel nadelig is ten opzichte van het buitenland, niet uitvoerbaar is, of teveel openstaat voor interpretatie.”  

  
Michel Vermaerke: “Het Febelfin (Belgische Federatie van het Financiewezen) heeft een sensibiliserende taak naar de overheid toe om te wijzen op de negatieve neveneffecten van de wetgeving. Daarnaast moeten we blijven aandringen op een open dialoog en streven naar  wetten die uitvoerbaar zijn op het terrein. We kunnen wel klagen, maar het is ook onze taak om initiatieven te nemen zodat we tot een pragmatische oplossing kunnen komen. De meerderheid van onze gesprekpartners bij de overheid staat open voor dialoog en is vatbaar voor rede. Uiteraard is er ook een kleine meerderheid van kritikasters voor wie het nooit genoeg is, maar zoals Guido Gezelle ooit zei: wie niet tegen het ritselen kan, moet niet in het bos gaan wandelen.” 

 

09:47 Gepost door Jean Lievens in economie en financiën | Permalink | Commentaren (0) | Tags: economie en financien, debatten, 027 |  Facebook |