16-05-07

Dematerialisering effecten: wacht niet te lang!

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Headline Publishing Agency voor het tijdschrift Delta Lloyd Magazine (nr. 14)

 

Dematerialisering effecten: wacht niet te lang! 

 

Effecten aan toonder zijn met uitsterving bedreigd. In december 2005 verscheen in het Belgische Staatsblad een nieuwe wet die vanaf 2008 komaf maakt met alle in België geëmitteerde waardepapieren (aandelen obligaties, kasbons, sicavs…) in fysieke vorm. Voor bestaande effecten, uitgegeven voor 2008, is een overgangsregeling voorzien.  

 

Om het overgangsproces in goede banen te leiden en op een eenduidige manier te communiceren over de toepassing van de nieuwe reglementering, hebben alle betrokken partijen (Febelfin, het Verbond van Belgische Ondernemingen, Euroclear NV, Euroclear Belgium, Euronext Brussels, de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en de Nationale Bank van België) zich verenigd in de “Dmat Task Force”. Stephane Bernard, Chief Executive Officer Euroclear Belgium, legt uit hoe de nieuwe wet tot stand kwam: “Dematerialisering is een algemene Europese trend. In België kadert de nieuwe wet in een globale hervorming van de financiële markten, die steunt op een politiek akkoord tussen liberalen en socialisten. Ze is in zekere zin een tegengewicht voor de maatregelen betreffende fiscale amnestie (EBA) en de notionele intrestaftrek. En bovenal het is een maatregel tegen mogelijke of potentiële witwaspraktijken en praktijken van beleggers die zich niet gedragen als een goed huisvader”.  

 

De voordelen van dematerialisering 

 

Euroclear vindt de dematerialisering al vast een zeer goede zaak. Stephane Bernard: “Materiële effecten jagen alle partijen op kosten. De emittent moet het papier laten drukken en behandelen, financiële instellingen en brokers moeten ze fysisch afleveren. De kosten die ze aanrekenen voor behandeling en controle zijn doorgaans lager dan de reële kosten, want ze beschouwen dat als een service aan hun cliënteel. Maar het kost ook aan de beleggers. Aangezien ze doorwegen op de kostenstructuur van de emittent, beïnvloeden ze de dividendenuitkering negatief.”  Naast dat macro-economische aspect, levert dematerialisering de belegger nog een hele reeks andere voordelen op. Effecten kunnen niet langer verloren gaan of gestolen worden. Beleggers vergeten ook wel eens hun coupons te innen of laten vervallen effecten onaangeroerd in hun kluis liggen. De inkomsten van effecten die op een rekening staan, worden automatisch en meteen uitgekeerd en de waarde van de stukken worden op vervaldag direct gestort. Bij elke verrichting wordt de belegger op de hoogte gebracht, ook bij naamswijzigingen, splitsingen, enzovoort.  

 

De kalender voor dematerialisering 

 

Vanaf 1 januari 2008 kunnen Belgische emittenten niet langer fysische effecten uitgeven. Voor de papieren Belgische effecten, uitgegeven voor 1 januari 2008, is een overgangsperiode voorzien. Ze moeten voor 1 januari 2013 worden omgezet in gedematerialiseerde effecten, rekening houdende met het volgende tijdsschema:

  • Op 1 januari 2008 worden de effecten die al op een effectenrekening werden geboekt automatisch omgezet in gedematerialiseerde effecten;
  • Beleggers die effecten aan toonder, uitgegeven na 23 december 2005, in een kluis bewaren, moeten die uiterlijk op 31 december 2012 laten boeken op een effectenrekening;
  • Effecten die zijn uitgegeven voor 23 december 2005 dienen uiterlijk op 31 december 2013 te worden omgezet. 

 

Voor een meer gedetailleerd overzicht verwijzen we u graag door naar ons bewaarboekje en naar de website www.dmat.be. Opgelet: alle anonieme aandelen, kasbons, obligaties en andere effecten die na 1 januari 2015 nog niet op een rekening zijn gedeponeerd, worden door de uitgever verkocht. De opbrengst komt terecht in een Deposito- en Consignatiekas. Beleggers kunnen daar hun opbrengst nog altijd vragen, met aftrek van een administratieve geldboete van 10% per begonnen jaar.

 

Stephane Bernard: “Over dat laatste bestaat nog een juridische betwisting, omdat de rechten verbonden aan een effect dertig jaar gelden. Volgens het voorziene boetesysteem zouden die na tien jaar echter volledig komen te vervallen. Er is echter nog voldoende tijd om die materie met de bevoegde kabinetten verder te bespreken.” 

 

Werk aan de winkel 

 

De dematerialisering betekent een waar titanenwerk voor de betrokken partijen. Een beknopt overzicht:

 

Voor emittenten:

Voor 31 december 2007 moeten vennootschappen die genoteerd zijn op de gereglementeerde markt hun statuten aanpassen zodat ook de gedematerialiseerde vorm erkend wordt. Ze kunnen dan de drie vormen erkennen (nominatief, aan toonder en gedematerialiseerd), of alleen de nominatieve en gedematerialiseerde. In dat laatste geval rijst echter een juridisch probleem: quid met het stemrecht op de algemene vergadering en het innen van de coupon van effecten aan toonder?

 

Stephane Bernard: “Om verwarring te vermijden, raden wij aan de drie vormen te blijven erkennen.” Bovendien moet de emittent die genoteerd is op de gereglementeerde markt voor 31/12/2007 een contractuele verbintenis aangaan met een erkende vereffeningsinstelling (de Nationale Bank van België en Eurcoclear Belgium). Stephane Bernard: “Voor bepaalde emissies is de zwaarste dobber echter dat de emittent zijn kapitaal moet reconciliëren: het in de statuten gepubliceerde kapitaal moet gelijk zijn aan de som van de effecten opgenomen in het nominatieve register, de effecten aan toonder die gedeponeerd zijn bij een financiële instelling of een centrale depositaris, en de effecten die nog in omloop zijn. Vooral dat laatste is niet eenvoudig omdat effecten aan toonder soms moeilijk traceerbaar zijn en onderhevig zijn aan historische wijzigingen zoals splitsingen, fusies, naamsveranderingen enzovoort.” 

 

Voor financiële instellingen en tussenpersonen:

Financiële instellingen, brokers, beleggingsadviseurs… moeten de dematerialisatie voorbereiden door ten eerste hun privé-cliënteel te informeren, en ten tweede de nodige organisatorische maatregelen te nemen zodat ze logistiek zijn voorbereid om de binnenkomende effecten te verwerken.” 

 

Voor beleggers:

De belegger moet uiteraard zijn fysieke effecten binnenbrengen bij zijn financiële instelling. Stephane Bernard: “Er is geen enkele economische reden meer om papieren effecten nog langer bij te houden. De kosten ervan zullen alsmaar hoger oplopen. Bovendien zullen bepaalde emittenten vanaf 2008 de ‘effecten aan toonder’-vorm niet langer erkennen.”  

 

De rol van de financiële tussenpersoon 

 

Euroclear schat dat er momenteel ongeveer 20 miljoen papieren effecten van genoteerde bedrijven in omloop zijn. Tel daarbij de niet-genoteerde effecten, kasbons en staatsobligaties, en u begrijpt dat er heel wat werk aan de winkel is. Stephane Bernard: “Voor de financiële tussenpersoon is een zeer belangrijke informatierol weggelegd. Papieren effecten zijn vooral in handen van “oudere” beleggers en juist dat segment heeft nood aan duidelijke, gestructureerde informatie. Maar u kunt op al hun vragen één antwoord geven: "Wacht niet tot het uiterste, breng uw effecten vandaag nog binnen". Voor de rest kan hij zijn toegevoegde waarde als beleggingsadviseur volop waarmaken door een fiscaal optimaal voorstel uit te werken, rekening houdend met het (risico)profiel van zijn cliënt.  

 

Kader 

 

Euroclear: dagelijkse vereffening van 500.000 effectentransacties  Euroclear is ’s werelds grootste aanbieder van vereffening en de daaraan verbonden diensten voor transacties in obligaties, aandelen en investeringsfondsen. De Euroclear groep bestaat uit de in Brussel gevestigde Euroclear Bank, Euroclear Belgium, Euroclear France, Euroclear Nederland en CRESTCo, de centrales voor effectenbewaring van respectievelijk België, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk/Ierland.Euroclear werkt aan een ‘lokale markt voor Europa’ om de kostprijs van grensoverschrijdende transacties te reduceren tot die van lokale transacties en tegelijk de efficiëntie te verhogen.
  

14-05-07

ZOOMIT: integratie van financiële documenten in internetbankieren

Onderstaande tekst werd geschreven voor het tijdschrift Financieel Forum – Bank en Financiewezen, in opdracht van Isabel.

 

ZOOMIT: integratie van financiële documenten in internetbankieren

Door Christian Luyten, projectverantwoordelijke ISABEL

 

Met de integratie van financiële documenten zoals facturen, loonbriefjes, kwitanties, verzekeringsdocumenten… in de bestaande internetbankingapplicaties, mikt de Isabel-toepassing ZOOMIT zowel op een groter gebruiksgemak voor consumenten als op een vermindering van de kosten en een kortere betalingstermijn ten gunste van bedrijven. Bovendien is ZOOMIT compatibel met de  nieuwe SEPA-standaarden, een factor die zal bijdragen tot een vlotte overgang naar de nieuwe SEPA-standaarden.

 

Een veelgebruikt platform dat algemeen vertrouwen geniet

 

Elektronisch bankieren is vandaag vrijwel volledig ingeburgerd in de bedrijfswereld, terwijl ook de meeste consumenten er gebruik van maken. Volgens de studie “Belgian Internet Mapping, February 2006 van het onderzoekagentschap InSites, gebruiken 2,5 miljoen surfers (54%) e-banking, terwijl 1.064.000 (23%) de bedoeling heeft om er binnenkort mee van start te gaan. Die cijfers worden bevestigd door Febelfin, die in mei 2006 drie miljoen gebruikers van internetbankieren telde.

 

Daartegenover staat dat het gebruik van elektronische facturatie bij wijze van spreken nog in de kinderschoenen staat. Nochtans biedt de elektronische factuur zowel de verzender als de ontvanger een reeks onmiskenbare voordelen. Door de elektronische factuur –naast andere financiële documenten- te integreren in een vaak gebruikt en gebruiksvriendelijk betalingskanaal dat algemeen vertrouwen geniet (volgens een studie van Vlerick Management School kiest 80% van de gebruikers internetbankieren als voorkeurskanaal voor het ontvangen van elektronische facturen), wordt ZOOMIT een doorslaggevende hefboom in de doorbraak van elektronische facturatie.

 

Het lange en dure traject van de papieren factuur

 

Het is een evidentie dat factuur en betaling bij elkaar horen. Nochtans zijn ze in de praktijk losgekoppeld van elkaar. Laten we het traject van de papieren factuur volgen in een B2B-omgeving. Vooraleer een factuur in de brievenbus van de ontvanger terechtkomt, heeft zij langs de kant van de verzender al een hele weg afgelegd: opmaken van een facturenbestand, afdrukken (al dan niet extern), in een enveloppe doen, van een postzegel voorzien en op de post doen.

 

Volgens een studie van Arthur D. Little kost een papieren factuur de leverancier gemiddelde 8 EUR, als volgt verdeeld: berekening (0,3 EUR), drukken & verzenden (1,2 EUR), ontvangen (0,5 EUR), archiveren (0,8 EUR), herinneringen opsturen (0,8 EUR), geschillen oplossen (2,4 EUR) en kasverliezen wegens niet-betaling (2 EUR).

 

Voor de ontvanger is de gemiddelde verwerkingskost van een papieren factuur nog hoger, namelijk 13,8 EUR, als volgt verdeeld: behandeling (0,9 EUR), boekhoudkundige verwerking (1,4 EUR), bekrachtiging (5,4 EUR), betaling (2,8 EUR), archivering (1,5 EUR), geschillen (1,8 EUR). De papieren factuur doorloopt bijgevolg een tijdrovend en duur proces dat gepaard gaat met heel wat menselijke handelingen, waaraan risico’s op fouten inherent verbonden zijn. Bovendien kosten de inspanningen voor het recupereren van niet-betaalde facturen soms meer dan de uiteindelijke opbrengst ervan.

 

De kost van krediet toestaan

 

Vandaag bedraagt de gemiddelde betalingstermijn in België 51 dagen, een stuk hoger dan in de meeste noordelijke Europese landen. In dat verband leunt België eerder aan bij de Zuid-Europese cultuur. Voor een onderneming is het toestaan van een leverancierskrediet uiteraard niet gratis. Hoe langer de klant wacht met betalen, hoe hoger de financiële last voor de leverancier. Volgens een onderzoek van professor Ludo Theunissen van het Instituut voor Kredietmanagement blijkt dat het verschil tussen de contractuele en de effectieve betalingstermijn in België tien tot twaalf dagen bedraagt. Bovendien bleef in 2005 2% van alle uitstaande facturen onbetaald.

 

In de studie van Theunissen wordt nagegaan welke elementen de verzender kan bespelen om de totale betalingstermijn in te korten en zijn kosten verbonden aan het leverancierskrediet te reduceren. Door het gecombineerde effect van een vermeerdering van het aantal domiciliëringen, een snellere betaling, minder dubieuze debiteuren, minder “herstellingen” en minder incasso-inspanningen, kan hij zijn NPV (Net Present Value of netto contante waarde) aanzienlijk (2,5 tot 5,5%) verbeteren. Het gebruik van de elektronische factuur is maar een van de middelen die zullen bijdragen tot die verbetering.

 

Elektronisch huwelijk tussen factuur en betaling

 

Door de factuur immaterieel (elektronisch) te maken en ze te verzenden en ontvangen via een e-bankingkanaal, wordt het hele betalingsproces een stuk korter, eenvoudiger, transparanter en goedkoper. Factuur en betaling worden immers rechtstreeks aan elkaar gekoppeld in een e-bankingplatform. De verzender stuurt zijn facturen of domiciliëringen op via Isabel, die ze op basis van de rekeningnummers automatisch verdeelt over de betrokken banken. Via een koppeling met het nieuwe documentenplatform ZOOMIT brengen de banken de factuurgegevens over naar hun elektronische bankapplicaties. Zo verschijnen ze uiteindelijk op het scherm van Isabel, home bank, home bank plus… van de ontvanger.

 

In tegenstelling tot het gebruik van de e-bankingproducten van Isabel, dat beperkt blijft tot grote ondernemingen en KMO’s, boort Isabel met ZOOMIT ook de consumentenmarkt aan. ZOOMIT wordt immers geïntegreerd in home banking van de meeste banken die actief zijn op de Belgische markt: AXA, Bank van Breda, CBC, Centea, Dexia, Fintro, Fortis, ING, KBC en Landbouwkrediet – Credit Agricole, samen goed voor ruim 90% van de markt. Een vijftigtal bedrijven uit alle sectoren, waaronder Partena, Interim Randstad, OCTA+, Dexia Auto Lease en Electrabel hebben inmiddels al hun steun verleend aan ZOOMIT.

 

De introductie van ZOOMIT in de markt zal in verschillende fasen verlopen. In het derde kwartaal van 2006 loopt een pilootproject met Dexia en KBC, in het vierde kwartaal van 2006 wordt ZOOMIT beperkt beschikbaar en in het eerste kwartaal van 2007 algemeen beschikbaar voor drie miljoen gebruikers van internetbankieren.

 

Voordelen voor de ontvanger

 

De redenen voor de verwachte doorbraak van de elektronische factuur via ZOOMIT zijn van velerlei aard. Vooreerst is er het gebruiksgemak. De consumenten zijn al vertrouwd met internetbankieren en krijgen ZOOMIT als extra applicatie binnen hun home banking. De drempel om een factuur te betalen wordt gevoelig verlaagd aangezien alle factuurgegevens (bedrag, naam, adres, rekeningnummer en gestructureerde mededeling) al zijn ingevuld. De consument betaalt met een eenvoudige muisklik en vult desgewenst enkel nog een datum in waarop hij de betaling wenst uit te voeren. Hij behoudt dus de volledige controle over zijn factuurbetalingen.

 

Anderzijds vermindert de kans dat een factuur vergeten wordt of verloren gaat aanzienlijk, waardoor de consument minder boetes en verwijlinteresten riskeert en minder snel op een zwarte lijst terechtkomt. Tot slot laat ZOOMIT hem ook toe om gedetailleerde informatie over zijn facturen te verkrijgen binnen dezelfde omgeving (bijvoorbeeld een detailoverzicht van alle opgeroepen nummers bij zijn telefoonfactuur).

 

Bedrijven die elektronische facturen ontvangen, kunnen die meteen integreren in hun boekhoudpakket, waardoor het verwerkingsproces een stuk vereenvoudigd en ingekort wordt.

 

Voordelen voor de verzender

 

Naast de voor de hand liggende kostenbesparing op het vlak van papier, inkt, enveloppen en verzending, begint de betalingstermijn vroeger te lopen aangezien de factuur in luttele seconden wordt aangeleverd. De kwaliteit van de betalingen en bijgevolg de reconciliatie verbeteren aanzienlijk omdat de klant de nodige betaalgegevens niet langer zelf dient in te vullen.

 

Door de betaling te vergemakkelijken, zal de klant zijn facturen waarschijnlijk ook sneller betalen. Veel facturen worden overigens niet of te laat betaald wegens vergetelheid of verlies. Een elektronische factuur gaat echter niet verloren en uit onderzoek blijkt dat surfers gemiddelde twee keer per week hun home banking raadplegen. We kunnen bijgevolg gerust aannemen dat het aantal laattijdige en niet-betaalde facturen, en dus ook de kosten die verbonden zijn aan het versturen van duplicaten en herinneringen, zullen verminderen.

 

Met ZOOMIT betreden we het tijdperk waarin bedrijven meer dan ooit een interactieve en elektronische relatie ontwikkelen met hun klanten. Aan de elektronische factuur kunnen immers ook andere zaken worden gekoppeld zoals cross selling en online contracting (bijvoorbeeld het aanbieden van bijkomende opties op een bestaand abonnement).

 

ZOOMIT en de uitdagingen van SEPA

 

Met SEPA worden de Belgische rekeningnummers vervangen door IBAN en BIC waardoor alle betaalformaten moeten worden aangepast. De langere rekeningnummers en het gebruik van de BIC-code kunnen echter verwarring zaaien bij de consumenten, zodat een risico ontstaat op meer laattijdige, foutieve en onvolledige betalingen. Dat kan op zijn beurt een negatieve impact hebben op de cashpositie van bedrijven en de relatie met hun klanten. Door gebruik te maken van de elektronische factuur worden de door SEPA opgeworpen hindernissen echter meteen voor een groot deel uit de weg geruimd.

 

SEPA introduceert ook nieuwe formaten en regels voor domiciliëringen. De huidige terugdraaitermijn van vier dagen wordt opgetrokken tot dertig dagen, waardoor consumenten een veel langere bedenktijd krijgen om een betaling via domiciliëring te herroepen. En aangezien de DOM-reglementering verandert, zullen de bestaande domiciliëringen eventueel moeten worden hernieuwd. In dat geval wordt gevreesd dat veel consumenten zich niet de moeite zullen getroosten om dit te doen. Uiteraard zal dat alles een negatieve impact hebben op de cashpositie van ondernemingen en de financiële onzekerheid doen toenemen.

 

Omdat het wegvallen van het gebruik van VCS-OGM binnen SEPA de kosten van de boekhoudkundige verwerking van facturen enorm de hoogte zou injagen, zullen de Belgische banken in hun invulling van de SEPA-layout de gestructureerde mededeling zo goed als zeker behouden.

 

Merken we nog op dat de huidige harmoniseringregels van SEPA tot nu toe ongeveer 50% van alle betalingsverkeer dekken (direct debit, credit tranfer en kaartbetalingen). Over alles wat te maken heeft met spontane betalingen (via overschrijving e.d.), de zogenaamde payment initiation, is nog geen regeling uitgewerkt. ZOOMIT ondersteunt echter nu al zowel direct debit, credit transfer als payment initiation.

 

Domiciliëringen: een bedreiging of een kans?

 

Op het eerste gezicht lijkt de nieuwe Europese DOM-standaard nadelig voor de Belgische markt wegens de hoger vermelde redenen. Op termijn kan dat nadeel echter omslaan in een voordeel. Sommige bankiers verwachten immers dat de markt steeds meer zal evolueren in de richting van betalingen via domiciliëring. Daar waar de consument vandaag een factuur krijgt toegestuurd met een betalingstermijn van dertig dagen, kan hij in de nieuwe DOM-regeling kiezen voor betaling via domiciliëring, waarbij hij een bedenktijd van dertig dagen krijgt om de betaling terug te draaien. Conceptueel is er geen verschil, de redenering wordt alleen omgedraaid. In ruil krijgt hij een optimale service want hij hoeft zelf helemaal niets meer te ondernemen om te betalen.

 

Door het aantal domiciliëringen op te voeren (een mogelijk gevolg van SEPA), de betalingstermijnen in te korten en de incassoproblemen te verminderen (een gevolg van het gebruik van de elektronische factuur via ZOOMIT), zullen ondernemingen hun financiële positie aanzienlijk kunnen verbeteren. SEPA stelt ons bijgevolg niet alleen voor een aantal uitdagingen, maar vormt ook een gelegenheid om onze betalingsprocessen en -gewoontes nog te verbeteren.

 

 

 

Engels vertaling intro

 

ZOOMIT: Integration of Financial Documents in E-banking

 

With the integration of Financial documents such as invoices, payslips, payment warrants, insurance documents… within the existing internet banking applications, ZOOMIT - a new functionality of Isabel, will reduce costs and shorten the payment delay for businesses and create more user friendliness for consumers. Furthermore, ZOOMIT supports the new SEPA standards completely, which will contribute to a smooth transition to the new SEPA standards.


10-05-07

SEPA: naar een uniforme Europese betaalruimte

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het magazine ING Onderneming (september 2006)

 

SEPA: naar een uniforme Europese betaalruimte

 

Vanaf 2008 wordt het binnen de eurozone mogelijk om via overschrijvingen, domiciliëringen en betaalkaarten even vlot te betalen als vandaag het geval is binnen de grenzen van een land. SEPA, de Single Euro Payments Area, stelt de bankwereld voor een bijzonder grote uitdaging.

 

De lijst van aanpassingen die nodig zijn voor SEPA is lang: het vervangen van de nationale rekeningnummers door internationale rekeningnummers, de aanpassing van de formaten van overschrijvingen en domiciliëringen, de technische adaptaties die nodig zijn voor een universeel gebruik van de betaalkaarten binnen Europa, de upgrade van de software voor het elektronisch bankieren, het scheppen van een uniform wettelijk kader enzovoort. Over de achtergrond, de uitdagingen, de huidige stand van zaken en de toekomst van SEPA praten we met Frank Taal, Global Head ING PCM Product, Channel & Solution Management. We publiceren hier het eerste deel van het interview, het tweede deel kunt u lezen in het volgende nummer van ING Onderneming.

 

Een politiek project dat via zelfregulering wordt uitgevoerd

 

Waar komt het idee van SEPA vandaan?

Frank Taal: “SEPA vloeit voort uit de strategische beslissing van de Europese top van Lissabon van maart 2000, om tegen 2010 van de Europese Unie de meest competitieve regio ter wereld te maken. Een van de elementen die nodig zijn om die ambitieuze doelstelling te bereiken, is de creatie van een Europese betaalmarkt waarbij de betalingsverschillen tussen de lidstaten verdwijnen en alle betalingen binnen Europa ‘binnenlandse betalingen’ worden. Omdat er nog een conversieprobleem bestaat tussen de verschillende muntsoorten, blijft SEPA in een eerste fase beperkt tot de huidige twaalf lidstaten die de euro als nationale munteenheid hebben, plus Slovenië die de eurozone in 2007 vervoegt.”

 

Hoe hebben de Europese banken zich georganiseerd om SEPA te realiseren?

Frank Taal: “De Europese banken hebben in 2002 de European Payments Council (EPC) opgericht om SEPA via zelfregulering tot stand te brengen. Zonder dat initiatief zou de Europese Commissie waarschijnlijk SEPA bij wet hebben opgelegd, naar het voorbeeld van de pricing regulation, die de prijs voor grensoverschrijdende eurobetalingen onder de 12.500 EUR gelijkschakelde met die voor binnenlandse betalingen. In de EPC zetelen vertegenwoordigers van de coöperatieve banken, de spaarbanken en de commerciële banken van alle lidstaten. Nederland en België hebben er elk vier afgevaardigden, ING wordt er vertegenwoordigd door Robert Heisterborg, General Manager Payments and Cash Management ING.”

 

Een krappe planning

 

Hoe verloopt de planning voor SEPA?

Frank Taal: “Begin 2004 publiceerde de EPC een white paper met de verbintenis om SEPA te ontwikkelen, waarbij de eerste producten moeten gereed zijn tegen 1 januari 2008, tegen 2010 moet de migratie van de bestaande betaalinstrumenten naar de nieuwe SEPA-producten  al een fors eind gevorderd zijn. Over hoelang die overgangsperiode zal duren, is nog een discussie aan de gang. Oorspronkelijk oordeelde de Europese Commissie dat de hele operatie binnen het jaar diende te worden afgerond, maar inmiddels is bij alle partijen - ook de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank - het besef gegroeid dat dit een onhaalbare kaart is. Het is nu eenmaal ondenkbaar om miljoenen cliënten in een dergelijk snel tempo te doen overschakelen op de nieuwe producten.

 

Is die planning realistisch?

Frank Taal: “In tegenstelling tot de euro die bij wet werd geïntroduceerd, is SEPA een zelfregulerend project, waaraan bijgevolg meer risico’s verbonden zijn. Bovendien is het een beduidend groter project dan de omschakeling naar de euro. Nu de deadline in zicht komt, begint het bewustzijn van de omvang van het veranderingsproces pas door te dringen. Maar er is geen weg terug omdat het engagement van de banken naar de politieke wereld toe al veel te ver gevorderd is.”

 

De uitdaging van de harmonisering

 

Wat is er nodig om de nieuwe producten tegen 2008 mogelijk te maken?

Frank Taal: “De eerste vereiste is het vastleggen van nieuwe standaarden. Momenteel verschillen de betaalproducten in alle opzichten van elkaar: de technische aspecten (formaten) het wettelijke kader, de prijsstructuur, de processingtijden, het al dan niet werken met mandaten… Om u een voorbeeld te geven: voor het terugdraaien van een betaling via domiciliëring hebt u in België vier dagen, in Nederland dertig, in Duitsland zes weken en in het Verenigd Koninkrijk is de termijn onbepaald. In België wordt voor een domiciliëring gewerkt met mandaten, geadministreerd door de bank, in Nederland met een incassovergunning die bij misbruik kan worden ingetrokken. Ook het aantal verwerkingsdagen van een overschrijving loopt sterk uiteen. In België en Nederland staat het geld al na één dag op de rekening, in Italië of Spanje pas na twee tot vier dagen. België en Nederland zijn niet alleen het snelst, maar ook het goedkoopst. Een overschrijving is bij ons gratis (of er is hooguit een pakkettarief), in Italië is het heel normaal om voor een betaling twee euro te vragen, plus nog eens twee dagen valutering. In België is dat laatste bij wet verboden, in Nederland mag het nog wel, maar het wordt beperkt toegepast. U merkt dat het een enorme uitdaging is om dat allemaal te harmoniseren. Bovendien zijn er grote belangenverschillen tussen de lidstaten. Een Spaanse spaarbank kan bijvoorbeeld heel wat verliezen, terwijl een Belgische bank naar verhouding meer te winnen heeft.”

 

Hoever staat die harmonisering?

Frank Taal: “Binnen de schoot van de EPC zijn er twee Europese standaarden gedefinieerd: een voor de European Credit Transfer (overschrijving) en een voor de Pan European Direct Debet (domiciliëring). Daarnaast is ook een Single European Cards Framework ontwikkeld voor de betaalkaarten. De Europese Commissie is van haar kant bezig met het uitwerken van een Payment Services Directive die eind dit jaar zou moeten af zijn. Die Europese Richtlijn dient dan in de loop van 2007 te worden omgezet in de nationale wetgeving van alle lidstaten, zodat het wettelijke kader in orde zou zijn bij de introductie van de nieuwe producten op 1 januari 2008. Voor de banken is het een helse uitdaging om de nieuwe producten op tijd klaar te krijgen, maar ook de politieke overheden werken met een zeer krappe agenda om ze juridisch aanvaardbaar te maken.”

 

In het tweede deel van het interview gaat Frank dieper in op de nieuwe producten en de manier waarop ze zullen worden geïntroduceerd.