10-05-07

Wordt de lokale fiscaliteit bedreigd?

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het magazine ING Institutioneel (april 2006) 

 

Wordt de lokale fiscaliteit bedreigd? 

 

Volgens de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) gaat het niet zo goed met de fiscale autonomie van de Belgische gemeenten. Beslissingen van de centrale overheden hebben regelmatig een negatief effect op de gemeentelijke inkomsten, en het alomtegenwoordige anti-belastingsdiscours voorspelt niets goed voor het aangekondigde fiscaal pact tussen de Vlaamse overheid en de gemeenten. 

 

In 2002 haalden de Vlaamse gemeenten gemiddeld 47% van hun gewone inkomsten uit belastingen. In Wallonië is dat 38%, omdat Waalse gemeenten relatief meer middelen van de gewestelijke overheid krijgen. Nederlandse gemeenten zijn gemiddeld een stuk groter dan de Belgische en beschikken over meer bevoegdheden, maar halen slechts 8% van hun inkomsten uit belastingen. In de Scandinavische landen schommelt het cijfer tussen 40 en 60%.  

 

Het belang van de lokale fiscaliteit 

 

Uitgedrukt in percentage van het BBP, scoren de Belgische gemeenten echter laag in vergelijking met het buitenland. Het aandeel van de lokale fiscaliteit in de totale belastingen is laag in België. Dat neemt niet weg dat lokale belastingen een belangrijke inkomstenbron zijn voor onze gemeenten. Jan Leroy, Stafmedewerker Gemeente- en OCMW-Financiën bij de VVSG: “Het is belangrijk dat er een maximale overeenstemming is tussen degene die bepaalt, de kiezer dus, degene die de gemeentelijke diensten geniet, en degene die betaalt, de belastingbetalende burger of onderneming. Hoe groter de overlapping, hoe beter het systeem. Ten tweede rijst er een allocatieprobleem. Het is voor een centrale overheid veel moeilijker om de middelen op een correcte manier te verdelen, omdat de verdeelcriteria gebaseerd zijn op een compromis. Naarmate je het genereren van de inkomsten dichter brengt bij de bron waar ze worden geïnvesteerd, verbetert het systeem. Bovendien neemt de kredietwaardigheid van een gemeente toe naarmate ze meer middelen uit belastingen kan halen. Gemeenten die de fiscale touwtjes meer zelf in handen hebben, kunnen bijkomende belastingen heffen als ze dringend middelen nodig hebben. Als ze afhankelijk zijn van subsidies, beslist een derde partij over de toekenning van extra middelen, waardoor ze bij de ratingbureaus lager scoren op het vlak van kredietwaardigheid.”  

 

Een gemeente kan via belastingfinanciering ook gemakkelijker een eigen beleid voeren. Veronderstel dat ze 50% van haar inkomsten uit belastingen haalt. Als ze haar uitgaven met 10% wil verhogen, moet ze 20% meer belastingen heffen. Als belastingen maar 20% van de inkomsten dekken, moet ze de fiscale druk met 50% opdrijven om dezelfde meeruitgaven te dekken. “Naar de belastingbetaler toe is dat praktisch onhaalbaar,” zegt Jan Leroy. “Hij moet de helft meer betalen voor een relatief kleine uitbreiding van de dienstverlening. Tot slot zet lokale fiscaliteit aan tot zuinigheid. Centraal verdeelde middelen leiden tot verspilling, want alles moet op. Als de gemeente zelf moet aankloppen bij de belastingbetaler, zal ze eerst twee keer nadenken.” 

 

Voorwaarden voor een goede lokale fiscaliteit 

 

In het ideale geval mogen gemeentebelastingen enkel het eigen beleid financieren. De opgelegde taken dienen ze met andere middelen te betalen, zoals subsidies. Helaas leggen de centrale overheden gemeenten regelmatig extra uitgaven op, waardoor die doelstelling in het gedrang komt. Ten tweede bestaat er een grote fiscale ongelijkheid tussen de gemeenten. De opbrengst van één procent aanvullende personenbelasting per inwoner is voor de armste gemeente in Vlaanderen (19,53 euro) drie keer kleiner dan voor de rijkste (55,36 euro). Als we de opbrengst van 100 opcentiemen onroerende voorheffing per inwoner nemen, is de verhouding een op acht!

 

Jan Leroy: “Die fiscale kloof wordt door het gemeentefonds wel gedeeltelijk gecompenseerd, maar onvoldoende. Het is ook onverantwoord dat de federale overheid wegens puur budgettaire redenen de inkohiering van de personenbelasting zo lang mogelijk naar voren schuift, waardoor een vlotte doorstorting van de aanvullende personenbelasting naar de gemeenten onmogelijk is. Voor de onroerende voorheffing bestaat wel een goed werkend voorschottensysteem.” Voor een degelijke lokale fiscaliteit zijn ingrepen in de fiscale basis door de centrale overheden uit den boze. Jan Leroy: “Gemeenten fietsen mee op de reglementering die van toepassing is op de basisbelasting. Een belastingverlaging op federaal niveau betekent ook minder (aanvullende) belastingen voor de gemeenten.”  

 

Lokale fiscaliteit onder vuur 

 

De centrale overheden leggen de gemeentes alsmaar meer fiscale beperkingen op. Een van de meest opvallende maatregelen is de bestraffing bij ‘onwenselijke’ aanslagvoeten. In dat verband loopt de aanpak in beide gewesten uiteen. Het Vlaams decreet op het gemeentefonds bepaalt dat gemeenten minstens 5% aanvullende personenbelasting en minimum 700 opcentiemen moeten heffen. Komen ze die minima niet na, dan krijgen ze minder toelagen. In Wallonië geldt dan weer een ‘Paix fiscale’ die de gemeenten maximumtarieven oplegt! De centrale overheden knabbelen ook systematisch aan de fiscale basis.

 

Jan Leroy: “Er liggen verschillende wetsvoorstellen klaar die de gemeente-inkomsten treffen: een korting op de onroerende voorheffing van energievriendelijke woningen, de afschaffing van de onroerende voorheffing op cultuur- en sportinfrastructuur… Het is gemakkelijk geschenken te geven die door anderen worden betaald. 75% van de onroerende voorheffing komt immers de gemeenten ten goede. Verder zijn er tal van vonnissen en arresten die de gemeentelijke fiscaliteit inperken en komen forfaitaire belastingen steeds meer onder vuur te staan.” Tot slot heerst een algemeen klimaat tegen belastingen. Er is een grote druk vanuit de bedrijfswereld voor de afschaffing van allerhande lokale belastingen. Het denigrerende begrip ‘pestbelasting’, gelanceerd in 2004, is vandaag alom ingeburgerd en viseert vooral de lokale belastingen. Alsof gemeenten belastingen heffen om burgers of bedrijven te ‘pesten’… 

 

Kan in die context het aangekondigde fiscaal pact iets anders betekenen dan een zware inperking, zoniet de afschaffing van de gemeentelijke fiscaliteit? Jan Leroy: “De VVSG vraagt de herbevestiging van de fiscaliteit als essentieel onderdeel van de lokale financiering. Dat werd ook expliciet bepaald in het bestuursakkoord van 2003 tussen de Vlaamse regering en de lokale besturen. Daarnaast is de juridische vrijwaring van de lokale fiscale basis essentieel. Misschien moeten bij wet of decreet extra fiscale mogelijkheden worden gecreëerd om de gemeentelijke fiscale zekerheid te vergroten. We hebben geen bezwaar tegen een modernisering van het systeem van de onroerende voorheffing, bijvoorbeeld via diversificatie van de opcentiemen volgens wijken. Opcentiemen op de vennootschapsbelasting vinden we een minder goed idee, omdat vennootschappen dan zullen ‘uitwijken’ naar gemeenten met de laagste opcentiemen. Een gemeentelijk aandeel in de vennootschapsbelasting is een beter alternatief. Tot slot hopen we op een vruchtbaar debat tussen de gemeenten en de Vlaamse overheid om tot een fiscaal pact te komen dat leidt tot een verbetering van de lokale fiscaliteit, niet een verdere inperking!”  

 

Kader 

De mening van de fiscalist 

 

We legden de mening van de VVSG voor aan Willy Huber, vennoot van het fiscaal advocatenkantoor Dauginet & Co. Willy Huber adviseert en begeleidt lokale overheden en behartigt de belangen van zowel overheden als belastingplichtigen. 

 

Voor een betere communicatie tussen de diverse overheden

Willy Huber: “Het is inderdaad zo dat de hogere overheden vaak extra taken en uitgaven opleggen aan de gemeenten. De kost hiervan eenvoudig doorschuiven naar de burger lijkt mij geen correcte handelwijze. Ik pleit daarom veeleer voor een betere communicatie tussen de diverse overheden om samen een bevredigende oplossing uit te werken. Jan Leroy wijst terecht op het feit dat de hogere overheden ook beslissingen nemen die de gemeentelijke inkomsten treffen. Die situatie heeft echter nog een ander aspect. Er lopen heel wat procedures in verband met de onroerende voorheffing tegen het Vlaams Gewest of in verband met de personenbelasting tegen de Belgische Staat. Gemeenten hebben ten aanzien van dergelijke betwistingen een belang, nu zij gerechtigd zijn tot de opcentiemen op de onroerende voorheffing en tot de aanvullende gemeentebelasting. Probleem is dat gemeenten vaak niet eens op de hoogte zijn van die betwistingen, laat staan dat zij er als belanghebbende in tussenkomen. Ook op dat vlak zouden er betere afspraken kunnen komen tussen de diverse overheden.”  

 

Inkomsten afstemmen op het beleid

Willy Huber: “Volgens de VVSG kunnen gemeenten via belastingen een beter beleid voeren. Jan Leroy pleit voor zoveel mogelijk fiscale autonomie en vrijheid. De vraag is echter of je gemeentelijke belastingen niet beter beperkt tot materies waarvoor gemeenten specifiek bevoegd zijn. Ik denk niet dat een gemeente haar beleid verbetert naarmate ze meer belastingen kan innen, wel als ze haar belastingen afstemt op het beleid waarvoor ze bevoegd is. Ik denk bijvoorbeeld aan belastingen op leegstand, verkrotting, onbebouwde percelen, gebruik van het openbaar domein... Beleidsmatig kan men zich vragen stellen bij ‘algemene’ gemeentebelastingen op bijvoorbeeld motoren, exploitaties of automaten. Dergelijke taksen hebben op zich niets met een beleid te maken, maar dienen alleen om financiële middelen te verwerven. Er bestaan zelfs diverse gemeentebelastingen op tewerkgesteld personeel! Ik denk dat je in sommige gevallen, indien niet van pestbelastingen, minstens van beleidsmatig contraproductieve belastingen kan spreken…”  

 

Over de gemeentelijke fiscale autonomie

Willy Huber: “In het Waals Gewest vaardigt de minister van Binnenlandse Aangelegenheden jaarlijks een circulaire uit met budgettaire aanbevelingen, onder andere aangaande de lokale fiscaliteit. De minister somt op wat niet mag, geeft de algemene beginselen weer waarmee de gemeenten rekening moeten houden, noemt een aantal belastingen die volgens hem niet kunnen, ook al zijn ze wettelijk niet verboden, en schrijft andere minima en maxima voor. De VVSG lijkt gekant tegen een dergelijke inmenging en lijkt voorstander van de fiscale autonomie op zijn ruimst. De ervaring leert evenwel dat heel wat gemeenten rechtszekerheid door middel van een sterkere leidraad en strakkere normen zouden verkiezen boven ruime maar onzekere fiscale mogelijkheden. Er lopen immers tal van rechtszaken die betrekking hebben op betwiste lokale belastingen omdat het wettelijke kader te vaag is, soms met desastreuze gevolgen voor de gemeentefinanciën. Vaak komt daar heel wat juridische ‘spitstechnologie’ bij te pas, waartegen kleinere gemeenten, waar de secretaris of ontvanger er alleen voor staat, niet opgewassen zijn. Duidelijke en onderbouwde richtlijnen van wat kan en wat niet kan, zouden bijgevolg wel degelijk aangewezen kunnen zijn.”

17:35 Gepost door Jean Lievens | Permalink | Commentaren (0) | Tags: fiscaliteit, financiele sector, economie en financien, 008 |  Facebook |