10-05-07

Economische vooruitzichten 2006: naar een convergentie van de groei

?

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het magazine ING Onderneming

Hoe evolueert de wereldeconomie?

Peter Vanden Houte: “Na een schitterend 2004 is de wereldeconomie in de eerste helft van 2005 wat vertraagd, vooral omdat de bedrijven hun hoge voorraden hadden afgebouwd. Maar sinds de zomermaanden zien we onderliggend weer duidelijke tekenen van een economische versnelling, wat toch merkwaardig is gezien de orkaanschade in de VS. De orkanen hebben wel een tijdelijke storing veroorzaakt, maar de vrees dat ze de Amerikaanse economie op de knieën zouden krijgen, bleek ongegrond. Het ziet er sterk naar uit dat 2006 aanvat met een groeiversnelling, ook in Europa.” 

Hoe komt het dat de hoge olieprijzen geen roet in het eten gooien?

Peter Vanden Houte: “Normaal gezien knaagt een prijsstijging van 10 dollar voor een vat ruwe olie ongeveer 0,5% af van de economische groei in de industrielanden. In de eerste helft van 2005 steeg de prijs per vat met meer dan 20 dollar, maar de impact daarvan bleef beperkt omdat de langetermijnrentes gezakt zijn. Vroeger reageerden de centrale banken op een olieprijsstijging met een verhoging van de kortetermijnrente uit vrees voor inflatie. Vandaag hechten ze meer belang aan de groei, temeer omdat ze oordelen dat de ondernemingen de hogere energieprijzen moeilijk kunnen doorrekenen in hun verkoopprijzen. Natuurlijk heeft de dure olie een negatief effect op de winstmarges van de bedrijven en de consumptie van de gezinnen, maar door de reactie van de financiële markten bleef de negatieve economische weerslag beperkt.” 

Wat zijn de verwachtingen voor de olieprijzen in 2006?

Peter Vanden Houte: “Het slechte nieuws is dat de surpluscapaciteit ook volgend jaar vrij laag blijft. Momenteel bedraagt die ongeveer één miljoen vaten per dag, tegenover een dagelijkse productie van ongeveer 83 miljoen vaten. Die buffer is te klein. Anderzijds is er in 2005 meer ruwe olie geproduceerd dan nodig, waardoor consumerende landen over ruim voldoende voorraden beschikken. De dure olie is bijgevolg toe te schrijven aan de vrees voor tekorten, veroorzaakt door onvoorziene schokken. Zo ontketende de orkaan Katrina een speculatiegolf die de olieprijs tijdelijk tot boven de 70 dollar tilde. Anderzijds hebben de OPEC-landen laten verstaan dat ze zich tevredenstellen met een olieprijs van 50 dollar en doen ze er alles aan om de markt te kalmeren. Wanneer de olieprijs boven de 60 dollar klimt, komt niet alleen de vraag onder druk, maar worden alternatieve energiebronnen aantrekkelijker. Zo bouwt China volop nieuwe kerncentrales en ook in Europa staat kernenergie weer bovenaan de agenda. Canada ontgint met behulp van nieuwe technieken olie uit teerzanden, een activiteit die in de jaren 90 onrendabel was vanwege de lage olieprijzen, maar nu is uitgemond in een ware oliebonanza. Om al die redenen denken we dat de olieprijzen volgend jaar niet verder zullen stijgen, maar zullen schommelen tussen de 50 en 60 dollar per vat.” 

Wat zijn de gevolgen van de hoge olieprijzen op de inflatie?

Peter Vanden Houte: “Dit jaar hadden de olieprijzen duidelijk een inflatieverhogend effect. In België zal de gemiddelde inflatie waarschijnlijk net geen 3% bedragen, terwijl volgens de berekeningen van de Nationale Bank de onderliggende inflatie (die geen rekening houdt met volatiele elementen) slechts 1,3% is. De hausse is dus vooral het gevolg van een olie-effect. Aangezien we volgend jaar geen verdere olieprijsstijgingen verwachten, valt het inflatie-effect ervan grotendeels weg. Waarschijnlijk gaan we terug naar een niveau van rond de 2% of zelfs iets lager. De centrale banken vrezen wel dat de huidige hoge olieprijzen volgend jaar zullen doorsijpelen in de prijzen en de lonen waardoor de onderliggende inflatie wereldwijd lichtjes zal toenemen, maar we moeten dat effect niet overdrijven.” 

Tot nu toe hebben de FED (Federal Reserve Board) en de ECB (Europese Centrale Bank) de rentevoet zeer laag gehouden. Komt daar volgend jaar verandering in?

Peter Vanden Houte: “Het lagerentebeleid van zowel de FED als de ECB is een belangrijke rem geweest op een stijging van de langetermijnrente, maar volgens het IMF hebben ook andere factoren een rol gespeeld. Vooral Japan, Europa en China investeren relatief te weinig en hebben een spaaroverschot opgebouwd dat een domper zet op de langetermijnrente. In de VS zitten de rentevoeten in de lift, en ook in Europa verwachten we dat de kortetermijnrente in de loop van 2006 zal stijgen. De ECB begint zich immers zorgen te maken over de te snelle groei van de geldhoeveelheid en de huizenprijzen, die op termijn inflatoire gevolgen kan hebben. Momenteel blijft de Europese economie nog wat kwakkelen, maar zodra de groei duidelijker wordt, verwachten we dat de ECB de rente zal optrekken.” 

Is de ongelijkmatige ontwikkeling van de economieën binnen Europa een bijkomend probleem voor de ECB?

Peter Vanden Houte: “Ik denk dat de convergentie van de economische groei in 2006 niet alleen wereldwijd, maar ook binnen Europa zal toenemen. In de voorbije jaren waren vooral de VS en in mindere mate China de locomotief van de wereldeconomie, terwijl Europa en Japan met een zwakke binnenlandse vraag worstelden en vooral profiteerden van de export naar die landen. We verwachten echter dat de Amerikaanse groei in de tweede helft van 2006 zal vertragen. Maar het goede nieuws is dat in Europa en vooral in Japan de binnenlandse vraag begint op te leven. De Japanse groei versnelt dankzij het herstel van de consumptie. Voor Europa durf ik nog niet te vroeg victoriekraaien, maar we zien toch een aantal positieve signalen. Het consumentenvertrouwen herstelt zich overal, ook in Duitsland waar de hervormingen vruchten beginnen af te werpen. We noteren bovendien een verbetering op de arbeidsmarkt en de sterke huizenmarkt blijft de Europese consumenten een hart onder de riem steken. We verwachten niet meteen een economische boom in Europa, maar toch een duidelijk herstel. De groeipercentages van de VS en Europa zullen bijgevolg naar elkaar toegroeien en we verwachten hetzelfde fenomeen binnen de EU.” 

Waarom verwacht ING een verzwakking van de Amerikaanse economie?

Peter Vanden Houte: “We denken dat het Amerikaanse groeitempo in de eerste helft van 2006 blijft aanhouden, mede door het stimulerende effect van de wederopbouw na de orkanen. In de tweede helft verwachten we echter een groeivertraging door een matiging van de consumptie en de stijging van de rentevoeten. De spaarquote in de VS is momenteel negatief en de huizenmarkt oververhit. In de loop van 2006 zal die markt beginnen afkoelen, met negatieve gevolgen op het consumentenvertrouwen. Wat vooral zorgen baart, is de sterke toename van wat ik zou noemen de exotische financiering van de hypotheken. Door de opeenvolgende stijgingen van de kortetermijnrente worden Amerikanen die een hypotheeklening hebben afgesloten met variabele rentevoet afgestraft. Daarnaast zijn er de zogenaamde ‘interest only-contracten’ waarbij de kopers in de eerste jaren enkel interesten betalen. Heel wat Amerikanen hebben op die manier een huis gekocht, in de hoop het te kunnen verkopen met een fikse meerwaarde, liefst nog voor het moment dat de terugbetaling van hun lening de hoogte inschiet. Het zijn puur speculatieve contracten die heel wat gezinnen in moeilijkheden zullen brengen eens de huizenmarkt begint af te koelen.” 

Wat verwacht ING voor de dollarkoers?

Peter Vanden Houte: “In 2005 heeft de dollar het verrassend goed gedaan. Het groene biljet is ongeveer met 10% in waarde gestegen tegenover de euro, terwijl iedereen zich begin 2005 aan een verdere verzwakking verwachtte. Veel heeft te maken met de positionering van de beleggers, die een ondergewicht aan dollars in hun portefeuille hielden. Er was niet veel goed nieuws nodig om een toevlucht naar de dollar op gang te brengen. De renteverhoging in de VS en de perikelen rond de Europese grondwet hebben de dollar omhooggeduwd. Daarnaast waren er de effecten van de American Job Creation Act, een Amerikaanse versie van de EBA (Eenmalig Bevrijdende Aangifte) waarmee de regering Bush Amerikaanse bedrijven wil aansporen om hun geaccumuleerde winsten in het buitenland via een goedkope aanslagvoet naar Amerika te repatriëren. Voor dit jaar wordt het netto-effect van die maatregel op 220 miljard dollar geschat. Het gaat hier echter om een eenmalige maatregel waarvan het effect volgend jaar wegvalt. Het lopende tekort op de Amerikaanse lopende balans blijft zeer hoog, namelijk 6% van het BBP. We denken daarom dat er volgend jaar een einde komt aan de dollarhausse, zeker wanneer de ECB de rente optrekt op een ogenblik dat de markt geen verdere rentestijgingen meer verwacht in Amerika. We verwachten dat de dollar-euroverhouding tegen het einde van volgend jaar weer dicht tegen de 1,30 staat.” 

Wat verwacht ING voor de Belgische economie?

Peter Vanden Houte: “We zijn vrij optimistisch voor de ontwikkeling van de Belgische economie in 2006. Dit jaar is de groei ongeveer 1,3%, voor volgend jaar verwachten we iets meer dan 2%. Het consumentenvertrouwen zit opnieuw in de lift, de arbeidsmarkt verbetert en de regering voert nog steeds een fiscaal expansief beleid waardoor de gezinnen over iets meer middelen beschikken. Volgens de laatste enquêtes plannen de bedrijven meer investeringen. Bovendien verwachten we een blijvende groei in de residentiële constructie. Alles samen levert dat toch een zekere voedingsbodem voor een redelijke economische groei in 2006. Het enige minpunt is het sociale klimaat. Wanneer het negatieve sociale klimaat rond de eindeloopbaan blijft aanhouden, kan dat op het gemoed van de consumenten wegen en ook een negatieve weerslag hebben op de investeringsbereidheid van de ondernemers. Maar normaal gezien zal de Belgische economie beter presteren dan in 2005.” 

Dank u voor dit gesprek.