10-05-07

SEPA: naar een uniforme Europese betaalruimte

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Publitec voor het magazine ING Onderneming (september 2006)

 

SEPA: naar een uniforme Europese betaalruimte

 

Vanaf 2008 wordt het binnen de eurozone mogelijk om via overschrijvingen, domiciliëringen en betaalkaarten even vlot te betalen als vandaag het geval is binnen de grenzen van een land. SEPA, de Single Euro Payments Area, stelt de bankwereld voor een bijzonder grote uitdaging.

 

De lijst van aanpassingen die nodig zijn voor SEPA is lang: het vervangen van de nationale rekeningnummers door internationale rekeningnummers, de aanpassing van de formaten van overschrijvingen en domiciliëringen, de technische adaptaties die nodig zijn voor een universeel gebruik van de betaalkaarten binnen Europa, de upgrade van de software voor het elektronisch bankieren, het scheppen van een uniform wettelijk kader enzovoort. Over de achtergrond, de uitdagingen, de huidige stand van zaken en de toekomst van SEPA praten we met Frank Taal, Global Head ING PCM Product, Channel & Solution Management. We publiceren hier het eerste deel van het interview, het tweede deel kunt u lezen in het volgende nummer van ING Onderneming.

 

Een politiek project dat via zelfregulering wordt uitgevoerd

 

Waar komt het idee van SEPA vandaan?

Frank Taal: “SEPA vloeit voort uit de strategische beslissing van de Europese top van Lissabon van maart 2000, om tegen 2010 van de Europese Unie de meest competitieve regio ter wereld te maken. Een van de elementen die nodig zijn om die ambitieuze doelstelling te bereiken, is de creatie van een Europese betaalmarkt waarbij de betalingsverschillen tussen de lidstaten verdwijnen en alle betalingen binnen Europa ‘binnenlandse betalingen’ worden. Omdat er nog een conversieprobleem bestaat tussen de verschillende muntsoorten, blijft SEPA in een eerste fase beperkt tot de huidige twaalf lidstaten die de euro als nationale munteenheid hebben, plus Slovenië die de eurozone in 2007 vervoegt.”

 

Hoe hebben de Europese banken zich georganiseerd om SEPA te realiseren?

Frank Taal: “De Europese banken hebben in 2002 de European Payments Council (EPC) opgericht om SEPA via zelfregulering tot stand te brengen. Zonder dat initiatief zou de Europese Commissie waarschijnlijk SEPA bij wet hebben opgelegd, naar het voorbeeld van de pricing regulation, die de prijs voor grensoverschrijdende eurobetalingen onder de 12.500 EUR gelijkschakelde met die voor binnenlandse betalingen. In de EPC zetelen vertegenwoordigers van de coöperatieve banken, de spaarbanken en de commerciële banken van alle lidstaten. Nederland en België hebben er elk vier afgevaardigden, ING wordt er vertegenwoordigd door Robert Heisterborg, General Manager Payments and Cash Management ING.”

 

Een krappe planning

 

Hoe verloopt de planning voor SEPA?

Frank Taal: “Begin 2004 publiceerde de EPC een white paper met de verbintenis om SEPA te ontwikkelen, waarbij de eerste producten moeten gereed zijn tegen 1 januari 2008, tegen 2010 moet de migratie van de bestaande betaalinstrumenten naar de nieuwe SEPA-producten  al een fors eind gevorderd zijn. Over hoelang die overgangsperiode zal duren, is nog een discussie aan de gang. Oorspronkelijk oordeelde de Europese Commissie dat de hele operatie binnen het jaar diende te worden afgerond, maar inmiddels is bij alle partijen - ook de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank - het besef gegroeid dat dit een onhaalbare kaart is. Het is nu eenmaal ondenkbaar om miljoenen cliënten in een dergelijk snel tempo te doen overschakelen op de nieuwe producten.

 

Is die planning realistisch?

Frank Taal: “In tegenstelling tot de euro die bij wet werd geïntroduceerd, is SEPA een zelfregulerend project, waaraan bijgevolg meer risico’s verbonden zijn. Bovendien is het een beduidend groter project dan de omschakeling naar de euro. Nu de deadline in zicht komt, begint het bewustzijn van de omvang van het veranderingsproces pas door te dringen. Maar er is geen weg terug omdat het engagement van de banken naar de politieke wereld toe al veel te ver gevorderd is.”

 

De uitdaging van de harmonisering

 

Wat is er nodig om de nieuwe producten tegen 2008 mogelijk te maken?

Frank Taal: “De eerste vereiste is het vastleggen van nieuwe standaarden. Momenteel verschillen de betaalproducten in alle opzichten van elkaar: de technische aspecten (formaten) het wettelijke kader, de prijsstructuur, de processingtijden, het al dan niet werken met mandaten… Om u een voorbeeld te geven: voor het terugdraaien van een betaling via domiciliëring hebt u in België vier dagen, in Nederland dertig, in Duitsland zes weken en in het Verenigd Koninkrijk is de termijn onbepaald. In België wordt voor een domiciliëring gewerkt met mandaten, geadministreerd door de bank, in Nederland met een incassovergunning die bij misbruik kan worden ingetrokken. Ook het aantal verwerkingsdagen van een overschrijving loopt sterk uiteen. In België en Nederland staat het geld al na één dag op de rekening, in Italië of Spanje pas na twee tot vier dagen. België en Nederland zijn niet alleen het snelst, maar ook het goedkoopst. Een overschrijving is bij ons gratis (of er is hooguit een pakkettarief), in Italië is het heel normaal om voor een betaling twee euro te vragen, plus nog eens twee dagen valutering. In België is dat laatste bij wet verboden, in Nederland mag het nog wel, maar het wordt beperkt toegepast. U merkt dat het een enorme uitdaging is om dat allemaal te harmoniseren. Bovendien zijn er grote belangenverschillen tussen de lidstaten. Een Spaanse spaarbank kan bijvoorbeeld heel wat verliezen, terwijl een Belgische bank naar verhouding meer te winnen heeft.”

 

Hoever staat die harmonisering?

Frank Taal: “Binnen de schoot van de EPC zijn er twee Europese standaarden gedefinieerd: een voor de European Credit Transfer (overschrijving) en een voor de Pan European Direct Debet (domiciliëring). Daarnaast is ook een Single European Cards Framework ontwikkeld voor de betaalkaarten. De Europese Commissie is van haar kant bezig met het uitwerken van een Payment Services Directive die eind dit jaar zou moeten af zijn. Die Europese Richtlijn dient dan in de loop van 2007 te worden omgezet in de nationale wetgeving van alle lidstaten, zodat het wettelijke kader in orde zou zijn bij de introductie van de nieuwe producten op 1 januari 2008. Voor de banken is het een helse uitdaging om de nieuwe producten op tijd klaar te krijgen, maar ook de politieke overheden werken met een zeer krappe agenda om ze juridisch aanvaardbaar te maken.”

 

In het tweede deel van het interview gaat Frank dieper in op de nieuwe producten en de manier waarop ze zullen worden geïntroduceerd.