07-05-07

Vrouwen en pensioen: wat te doen?

Onderstaande tekst werd geschreven in opdracht van Headline Publishing Agency voor Delta Lloyd Magazine nr. 15 – Maart 2007 

 

Vrouwen en pensioen: wat te doen? 

 

De pijlers van het Belgische pensioenstelsel steunen op een wet van 1926. Het is dan ook geen wonder dat het systeem op het lijf is geschreven van de voltijds werkende man. Sinds de jaren '60 van de vorige eeuw zijn echter ook vrouwen massaal op de arbeidsmarkt gekomen. Maar hun carrière wordt veel meer dan bij mannen gekenmerkt door deeltijds werk en loopbaanonderbrekingen. Terwijl de maatschappij zich ontwikkelde aan de vaart van een sneltrein, bleef ons pensioensysteem steken in de tijd van de stoomlocomotief. De regering probeert het stelsel te “vervrouwelijken,” maar zou het niet beter zijn de hele basis te herzien? 

 

Over de bestaande discriminaties in ons pensioenstelsel, de historische achtergrond en de laatste evoluties praten we met Guy Elebaut, juridisch adviseur sociaal recht & human resources management. 

 

Guy Elebaut: “De regels voor het berekenen van het wettelijke pensioen in België dateren al van 1926. Voor mannen werd de pensioengerechtigde leeftijd vastgelegd op 65 jaar, voor vrouwen op 60. Die basis bleef onaangeroerd tot 1996. Daarnaast konden zowel mannen als vrouwen vijf jaar vervroegd op pensioen gaan, rekening houdend met hun loopbaan. Maar die begon pas te lopen vanaf 20 jaar. Vandaar de fameuze 1/45-regel voor de man en 1/40-regel voor de vrouw. Voor een vrouw die met vervroegd pensioen ging op haar 55, werd het pensioen bijgevolg berekend op 35 jaar… Op 17 mei 1990 floot het Europese Hof van Justitie België echter terug omdat ons pensioenstelsel discriminerend was voor de man (arrest Barber). Die uitspraak had zeer verregaande gevolgen. Zo dienden alle levensverzekeringen en groepsverzekeringen te worden aangepast. Aangezien het verlagen van de pensioenleeftijd voor mannen tot 60 onbetaalbaar was, heeft de regering in juni 1997 uiteindelijk beslist om de pensioenleeftijd voor vrouwen op te trekken tot 65, maar stapsgewijze om het politiek haalbaar te houden. We bevinden ons nu in de laatste fase voor de volledige gelijkschakeling tussen man en vrouw wat de pensioenberekening betreft. Sinds 1 januari 2006 is de wettelijke pensioenleeftijd voor vrouwen 64 jaar, op 1 januari 2009 65.”  

 

DL Magazine: Die 1/45-regel strookt toch niet meer met een reële loopbaan?

Guy Elebaut: “Nee. Bovendien stelt er zich een groot probleem op het vlak van de financiering. Vroeger begonnen velen al te werken vanaf hun 14 jaar. Ze betaalden dus zes jaar bijdragen zonder dat die jaren meetelden voor hun pensioen. Vandaag gaat de Belg maar aan de slag rond zijn 22 en verliest dus meteen al twee jaar. Een vrouw van 64 kan in dat geval nooit 44 jaar bewijzen. Bovendien gaat de gemiddelde Belg meestal veel vroeger met pensioen dan op de wettelijke pensioenleeftijd. Neem het brugpensioenstelsel. Een bruggepensioneerde is een werkloze die tot zijn pensioen geen sociale bijdragen meer betaalt. Maar de periode waarin hij werkloos is, wordt voor de berekening van zijn pensioen beschouwd als een gelijkgestelde periode. De staat betaalt dan de patronale bijdrage van 8,86% en de persoonlijke bijdrage van 7,50%. Op de duur wordt dat systeem van gelijkstellingen, dat uitbreiding heeft gekregen met het Generatiepact, onbetaalbaar! Het probleem van ons pensioenstelsel vindt dus zijn oorzaak in een loopbaan die steeds korter wordt, terwijl de pensioenen worden berekend op loopbanen van 45 jaar voor mannen en 44 voor vrouwen. Het Generatiepact is een eerste aanzet om daarin verandering te brengen door mensen aan te zetten tot langer werken.”  

DL Magazine: Waarom liggen de pensioenen van vrouwen gemiddeld een stuk lager dan die van mannen?

Guy Elebaut: “Tot 1975 bestonden er verschillende loonbarema’s voor mannen en vrouwen. Vrouwen verdienden 12 tot 18% minder dan mannen, ook al deden ze exact hetzelfde werk. Uiteraard heeft dat een negatieve weerslag op hun pensioen, dat naast de loopbaanduur ook afhankelijk is van het loon. In het begin van de jaren tachtig deed het verlof zonder saldo zijn intrede, later loopbaanonderbreking en tijdskredieten. Vrouwen maken er veel meer gebruik van dan mannen, bijvoorbeeld na de geboorte van een kind. Maar de jaren van verlof zonder saldo zijn niet gelijkgesteld en tellen niet mee voor het pensioen. Als ze overgaan tot deeltijds werken, wordt bij de berekening van het pensioen enkel rekening gehouden met het daadwerkelijk uitgekeerde loon.” 

 

DL Magazine: Heeft het Generatiepact daarin geen verandering gebracht?

Guy Elebaut: “De regering heeft daar nu gedeeltelijk een mouw aangepast door die tijdskredieten gedeeltelijk gelijk te stellen. Maar goed, als een vrouw kiest om bijvoorbeeld gedurende vijf jaar halftime te werken, dan krijgt ze een half loon waarop sociale bijdragen worden betaald, maar wie zal die andere 50% betalen? Het systeem van tijdskredieten bestaat nog niet zolang, dus de gevolgen van die maatregel zullen zich pas binnen dertig jaar laten voelen, terwijl ons pensioenstelsel nu al onbetaalbaar dreigt te worden door al die gelijkgestelde periodes!”  

DL Magazine: Vrouwen komen ook veel minder in aanmerking voor het wettelijke minimumpensioen.

Guy Elebaut: “Om te kunnen genieten van het minimumpensioen, geldt de 2/3-regel. Als je kunt bewijzen dat je gedurende 30 jaar gewerkt hebt, krijg je bij pensionering een minimum van 30/45sten. Maar je moet wel voor elk jaar 312 (26 x 12) dagen kunnen aantonen. Veel vrouwen slagen daar niet in omdat ze vaak deeltijds hebben gewerkt. Dankzij het Generatiepact moeten ze maar 208 (26 x 8) dagen per jaar meer kunnen bewijzen om in aanmerking te komen voor het minimumpensioen.” 

 

DL Magazine: Vanaf wanneer zijn twee alleenstaande pensioenen voordeliger dan een gezinspensioen?

Guy Elebaut: “Iedereen die werkt, heeft recht op een alleenstaand pensioen voor de geleverde prestaties. Een huisvrouw die noot een eigen inkomen heeft verworven, heeft dus geen recht op een pensioen. Het pensioen van haar man wordt berekend op zijn loon dat onderworpen is geweest aan de RSZ. Een alleenstaand pensioen is 60% van dat loon, een gezinspensioen 75%. Die bedragen worden wel begrensd, vandaag tot ca 43.000 euro. Op die manier financieren de hogere lonen de lagere pensioenen en gelijkgestelde periodes. Nu, van zodra een vrouw gedurende haar loopbaan ongeveer zeven jaar voltijds gewerkt heeft, zijn twee alleenstaande pensioenen voordeliger dan het gezinspensioen, berekend op de bezoldiging van de man. Omgekeerd, als de man vaak is thuisgebleven en de vrouw een mooie carrière heeft gehad, kan dat gezin ook een gezinspensioen aanvragen, berekend op het salaris van de vrouw.”  

DL Magazine: Wat kan een vrouw die een overlevingspensioen geniet, bijverdienen?

Guy Elebaut: “Het overlevingspensioen geldt zowel voor de man als voor de vrouw. Ambthalve heeft men recht op een overlevingspensioen vanaf 45 jaar. Maar die leeftijdsgrens is niet van toepassing als er een kind is geboren uit het huwelijk. Dus ook een vrouw van 23 van wie de man komt te overlijden, heeft in dat geval recht op een overlevingspensioen. Het probleem is echter dat je een vervangingsinkomen niet onbeperkt mag cumuleren met een inkomen uit arbeid. Vanaf 1 januari 2007 zijn de toegelaten bedragen echter flink verhoogd, tot 16.000 euro per jaar als er geen kinderen meer ten laste zijn en 20.000 euro in het andere geval. Voor zelfstandigen zijn die bedragen respectievelijk 12.800 en 16.000 euro.”  

DL Magazine: Blijft het feit dat ons pensioenstelsel eigenlijk niet meer overeenstemt met de maatschappelijke realiteit…

Guy Elebaut: Inderdaad, een volledige loopbaan van 45 jaar voor de man of 44 voor de vrouw is zeldzaam aan het worden. België scoort op Europees vlak bijzonder slecht wat de actieve loopbaanduur betreft. Vandaar dat het Generatiepact mensen wil aanmoedigen om langer aan de slag te blijven. Als je na 62-jarige leeftijd blijft doorwerken, wordt het pensioen vermeerderd met twee euro per dag. Als je dus blijft werken tot je 65ste, krijg je per maand 156 euro extra op je pensioen. Maar het fundamentele punt blijft dat we een andere basis moeten vinden voor het berekenen van het pensioen. De wet van 1926 heeft lang genoeg gegolden. Johan Vande Lanotte stelt voor om een volledig pensioen toe te kennen vanaf een loopbaan van 37 jaar. Blijf je daarna verder werken, dan mag dat, maar dan telt dat niet meer mee voor de pensioenberekening. Maar dat voorstel is nog toekomstmuziek…” 

 

 

Conferenties Vrouw en pensioen: beleid afstemmen op realiteit

 

Om het pensioenbeleid voor vrouwen beter af te stemmen op de realiteit moet de overheid beschikken over gedetailleerde informatie over hun loopbanen. Daarom werd op initiatief van minister van Pensioenen Bruno Tobback een reeks studiedagen en conferenties georganiseerd rond het onderwerp 'Vrouwen en pensioen', met vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties, sociale partners, academici en (pensioen)specialisten. De eerste vond plaats op 14 december 2005, de laatste (voorlopig) op 14 februari 2007. Inmiddels kwamen de volgende maatregelen uit de bus:

 

Versoepeling gewaarborgd minimumpensioen:

Het gewaarborgde minimumpensioen geldt maar als tenminste 2/3de van een volledige loopbaan (30 jaar) kan worden bewezen. Daarom werd het begrip twee derden van een volledige loopbaan opnieuw gedefinieerd. Nu worden die loopbaanjaren met tenminste 208 gewerkte en gelijkgestelde dagen in aanmerking genomen. Bovendien werd een ‘soepel criterium’ ingevoerd waarbij 156 dagen volstaan.   

 

Minimumrecht per loopbaanjaar

Het minimumrecht per loopbaanjaar garandeert personen die atypische loopbaanjaren hebben met geringe inkomsten, een minimumrendement van de gepresteerde tijd, door het minimumloon in de plaats te stellen van het werkelijke of fictieve loon. Het minimumrecht dat zij per loopbaanjaar krijgen voor hun pensioen, wordt met 17% opgetrokken. Dat betekent voor veel vrouwen die vandaag of morgen op pensioen gaan een aanzienlijke verhoging". 

 

Cumul overlevingspensioen en toegelaten arbeid

In het Generatiepact werd beslist een wijziging aan te brengen aan de regels betreffende de cumulatie van het overlevingspensioen met een toegelaten beroepsbezigheid. Voortaan wordt gekeken naar het totaalinkomen van de gepensioneerde (d.w.z. de som van de beroepsinkomsten en het overlevingspensioen). Een persoon die een laag overlevingspensioen geniet, kan nu meer bijverdienen dan iemand met een hoog overlevingspensioen.

 

Cumul overlevingspensioen en vervangingsinkomen

Het principe betreffende het cumulatieverbod van een overlevingspensioen en een vervangingsinkomen blijft behouden, maar in het Generatiepact wordt echter een uitzondering voorzien: in geval van vergoede ziekte of werkloosheid, kan de gerechtigde zijn overlevingspensioen, beperkt tot 447,09 € per maand (basisbedrag IGO), cumuleren met zijn vervangingsinkomen, en dit gedurende 12 maanden. 

 

Meer informatie op http://www.vrouwenpensioen.be/